Amsterdam Centraal is veel meer dan alleen een station. Het is een stad in een stad waar elke dag duizenden mensen aankomen en vertrekken, winkelen en werken. Een fascinerend bedrijf dat nooit stilstaat. Een plek vol verhalen, verwachtingen en teleurstelling. Reizigers, medewerkers, bestuurders, aannemers, passanten: allemaal hebben ze een eigen band met het station.
Joris van Casteren kan als geen ander beschrijven welke mensen het station bevolken. Ogenschijnlijk terloopse gebeurtenissen krijgen in zijn reportages een cruciale betekenis. Met een onnavolgbare nieuwsgierigheid schrijft hij over de mensen die hij tegenkomt. Dit jaar bestaat het station 125 jaar, het reizen per trein 175 jaar.
Joris van Casteren (1976) publiceerde In de schaduw van de Parnassus, gesprekken met vergeten dichters (2002) en Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf, portretten van vergeten schrijvers (2006). In 2003 verscheen de reportagebundel De man die 2½ jaar dood lag, berichten uit het nieuwe Nederland, in 2007 de reportagebundel Requiem voor een pitbull. Hij is samensteller van de bloemlezing Een vreselijk land, de mooiste journalistieke verhalen van Nederland (2005) en schreef de dichtbundel Grote atomen (2001). Aan het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) te Wassenaar was hij in 2007 journalist-in-residence. In september 2008 verscheen Lelystad. In 2011 Het zusje van de bruid, een ophefmakend verslag van zijn relatie met een steenrijke borderliner. In zijn laatste, veelgeprezen boek, Het been in de IJssel (2013), gaat hij op zoek naar de eigenaar van een onderbeen dat in 2005 door een visser werd gevonden.
Een heel leuk boek, het gaat over Amsterdam centraal en wie daar werken en rondhangen. Het zijn steeds korte hoofdstukken over daklozen, de geschiedenis of de toiletjufvrouw. Ook komen personages soms terug wat alles mooi samenbrengt.
Elk boek dat ik van Joris van Casteren lees, brengt me steevast een brede grijns op mijn gezicht. Hij schrijft zijn reportages neutraal maar ook op een verrassend droogkomische wijze. In Het Station schetst hij een beeld van Amsterdam Centraal achter de schermen: hij loopt mee over daken en door catacomben met onderhoudsmonteurs, kijkt mee met de beveiliging, zit naast stationomroepers en stationschefs, leert trucs van controleurs, spreekt hij de junks, hoertjes en zwervers, en noteert alles haarscherp in een 15-tal hoofdstukken. Fascinerende lectuur die een mooie, hilarische en soms ook ontroerende kijk geeft in de mensen die een van ‘s lands bekendste en mooiste gebouwen dagelijks bevolken.
Leuk. Leuk voor tussendoor. Een caleidoscoop aan figuren komt voorbij lopen over het station. Van Casteren weet tot de in krochten door te dringen. Hij spreekt zonderlinge figuren die Amsterdam Centraal hun thuis noemen, haalt kolderieke anekdotes op bij ervaren spoorwegpersoneel en hij duikt in het verre verleden van het station. Omdat het bij flarden van verhalen blijft wist het me niet helemaal te pakken, maar wegleggen wilde ik het nooit. Daarvoor waren de kleine verhalen, hoe triest soms ook, te vermakelijk.