Deze biografie is geen psychologisch portret, of alleen een schrijversbiografie, maar een verhaal over het leven van de bekendste en populairste ‘bekende Nederlander’ uit de negentiende eeuw: de schrijver, dichter en dominee Nicolaas Beets. De onderwijzers die hem onderwezen, de lesboeken die hij moest bestuderen, het sterfbed van een goede vriend, de armoede in zijn geboortestad Haarlem, Beets’ bewondering voor Willem Bilderdijk, Walter Scott en Lord Byron: het is maar een fractie van wat Honings over Beets te vertellen heeft.
En vertellen kan hij goed. De biografie is vlot geschreven en met oog voor het kruidige detail. Beets zou er content mee zijn geweest.
Tegelijk doet Honings meer, en in dat meer ligt de grootste waarde van zijn boek. Al die feitjes over Beets en zijn gezin staan niet op zichzelf, maar worden in verband gebracht met de kerk, politiek, cultuur en samenleving van de negentiende eeuw. Honings noemt zijn Beets-biografie óók een cultuurgeschiedenis van de negentiende eeuw, en dat is geen woord te veel gezegd.