In dit boek beschrijft journalist Twan Geurts het leven en de muziek van Arvo Pärt. Mensen die nauw met Pärt hebben samengewerkt en met hem bevriend zijn, geven hun visie op zijn muziek. In een van de hoofdstukken wordt de door Pärt ontwikkelde tintinnabulistijl beschreven en hoe deze tot stand is gekomen. Arvo Pärt zegt hier zelf het volgende over: “Ik was erin geslaagd om in mezelf een brug te slaan tussen gisteren – een gisteren van al enkele eeuwen oud – en vandaag” (p. 94). De muziek van Arvo Pärt is diep religieus. Paul Hillier, die een grote rol speelde in de doorbraak van Arvo Pärt als componist, stelt zelfs: “We zijn verplicht om zijn christelijke kader erbij te nemen, of op z’n minst in vertrouwen te aanvaarden” (p. 173). In het boek wordt ook uit een artikel van Peter Rüdi uit Die Weltwoche geciteerd. Hij schrijft: “Pärt schrijft een soort geestelijke muziek, niet pompeus, maar van een meditatieve, introspectieve aard, waarvoor de woorden ‘stil’ en ‘mooi’ kunnen gelden. (…) Deze muziek is vol rust, schoonheid, weidsheid en melancholie” (P. 154) Het boek geeft geen diepgaande analyse van het werk van Pärt, maar wel een inkijkje in zijn leven en zijn ontwikkeling als componist. Het biedt zo een mooie kennismaking met het leven en het werk van Pärt.