Holds an MA in literary and cultural sciences. She has performed at Dutch festivals like Lowlands, the Nacht van de Poëzie, Poetry International, but also in Birmingham, Paris and Berlin. She was the Dutch Slam Poetry Champion in 2009, is a member of the rock.poetry formation Asphalt Fairies, and during the European Championship of Football in 2012, she was on national Dutch radio as a football expert. Her poems have been translated and published in English, German, French and Spanish.
Het thema is zo oud als de straat en onderwerp van talloze romans, films en ja, dichtbundels. Ook Ellen Deckwitz, de Nederlandse dichteres wiens werk ik nog steeds met plezier lees en herlees, grijpt ernaar terug in het poëziegeschenk dat ze schreef voor de Poëzieweek van dit jaar (29 januari - 4 februari): de liefde in al haar facetten, maar dan vooral als een metamorfose of 'gedaanteverandering'. Liefde als veranderende kracht, een transformatie die zowel positief inwerkt op een mens, maar evengoed bijzonder ontwrichtend en ontnuchterend kan zijn. Zeker als je in het diepste van je zijn wordt geraakt door het bedrog van degene die je op dat moment het meest vertrouwt - en hoe moeilijk het daarna wordt om een ander opnieuw te vertrouwen.
In de dichtbundel zelf moet je het als lezer alleen redden en kan je zelf invullen wat er is gebeurd, hoe de ‘jij’ en de ‘ik’ met elkaar omgaan en gingen, en hoe de ‘ik’ iemand anders is geworden, zowel tijdens als na de relatie met haar geliefde. Om het fijne te weten van de negen metamorfosen die de bundel rijk is, kan het helpen om het interview van Jelle Van Riet te lezen dat een week vóór de Poëzieweek in De Standaard der Letteren verscheen (24 januari 2026). Daarin licht Deckwitz een en ander toe en geeft ze context bij haar gedichten. Niet dat dat noodzakelijk is tijdens het lezen van haar meest recente bundel, maar het is een fijne meerwaarde.
Je voelt en leest tussen de regels door dat ze via derden te horen kreeg dat haar geliefde haar bedroog en verliefd was geworden op een ander. Zoals in de laatste regels van de eerste metamorfose: “Op een dag werd je verliefd. Het was magisch/en fantastisch, en ik bleef achter.” (p. 5) Ook blijkt hoe in discussies soms complete nonsens naar boven komt, zoals in de zesde metamorfose: “We zaten op een bankje,/je hield vol dat er ook/veel goeds was, alles/wat je had gedaan/maakte mij immers sterker.” (p. 17) Wie heeft ooit bedacht dat het adagio “What doesn’t kill you, makes you stronger” in elke mogelijke situatie op toepassing zou kunnen zijn? En wie zegt zoiets in de context waarin het hier voorkomt?
De structuur en de opbouw van de gedichten deden me onbewust denken aan Nachtroer van Charlotte van den Broeck. Deze bundel start met een reeks van acht gedichten onder de titel ‘∞’, oftewel het symbool voor oneindigheid en beschrijven een (of alle?) liefdesrelatie van begin tot einde. Deze cyclus fungeert precies als een intro - die, althans volgens mij, de mooiste gedichten van de hele bundel bevat - op de rest van de bundel en roept een gelijkaardig, herkenbaar gevoel van melancholie op als ‘Meta-mor-fosen’.
Het merendeel van de poëziegeschenken liet ik de voorbije jaren aan mij voorbijgaan, maar voor dit exemplaar heb ik me naar de boekhandel gerept. Bij aankoop van een andere bundel kreeg ik bovendien niet alleen dit kleinood van Ellen Deckwitz mee, maar ook een poster met de zesde metamorfose erop, uitgevoerd in een mooi ontwerp en dito lay-out. Iets om zichtbaar op te hangen en regelmatig te herlezen.
Ellen Deckwitz wist me ooit, na het mindere De blanke gave, te overtuigen van haar poëtica met het geslaagde Hogere natuurkunde. Ook haar verzamelde, enthousiasmerende poëzietips en -triggers in Eerste hulp bij poëzie bevielen me wel. Een terechte keuze dus, om haar het poëzieweekgeschenk te laten schrijven rond het thema 'Metamorfosen'.
Zoals zo vaak valt dat naar mijn smaak iets te dun uit, want smaakt het meestal naar meer. Toch slaagt Ellen Deckwitz erin om in negen 'Meta-mor-fosen' een mooi afgerond geheel cadeau te geven, waarin een liefdesgeschiedenis van bloei tot breuk, van hunker tot loslaten als kapstok fungeert om er het poëziethema aan op te hangen. Dat doet ze fijnzinnig tussen de regels, zodat het er niet vingerdik bovenop ligt en de gedichtencyclus er ook los van de gedaanteverwisselingen (waaronder wormen en kikkervisjes) staat.
De eerste metamorfose vond ik plichtmatig, tot aan het geheel onverwachte slotvers. Daarna heb ik het gedicht herlezen en geboeid verder gelezen. Straffe cyclus. Schaf jezelf tijdens deze Poëzieweek zeker een dichtbundel aan.
Al zo lang geen poëzie van Ellen gelezen maar wat is dat toch een genot!!!
‘geen schade, mijn voeten in het water, het water/ tjokvol kikkervissen, het leven blijft het op deze vergiftigde planeet telkens weer opnieuw proberen’
Eumm tja weet niet goed wat ik hierover moet zeggen, ben sowieso niet echt een expert op het vlak van Poëzie. Vond sommige zinnen wel mooi, vooral in metamorfose 1, maar sommige zinnen vond ik ook vreemd en random, daarom 3 sterren
“Wat had ik gevochten voor deze leegte. Wat was ik bang geweest voor mezelf. Wat had ik mezelf lang dood gehouden. Wat had ik gesidderd voor een bestaan dat nooit zou komen.”
Prachtige, aangrijpende, ontroerende, grappige en wijze bundel over de transformatie van liefdesverdriet (?) als een scheidingsalbum van een indie artiest van het hoogste kaliber.
Als je van het doodgememede Would you still love me if I was a worm een eersteklas gedicht kan maken, ben je een grote. Maar dat wisten we al van Ellen Deckwitz.