EEN KLASSIEKER VOOR DE LIJST
Hier volgt de opdracht: lees tien jeugdboeken verdeeld over tien genres, waaronder het genre “klassiekers”. Heer der vliegen werd vervolgens gretig gelezen, evenals The Jungle Book. Dian zou Dian niet zijn als ze geen ander boek las dan haar medestudenten, dus het werd De gelukkige klas van Theo Thijssen. Stiekem is het boek ook gekozen omdat het in de kast van school stond en er dus niet veel moeite voor nodig was om het te bemachtigen. Een boek moet echter ook gelézen worden, en dat ging zeer makkelijk. Aan het einde van de week stond De gelukkige klas weer netjes op zijn plek in de schoolboekenkast.
De gelukkige klas verhaalt over schoolmeester Staal, die lesgeeft op een armenschool in Amsterdam. Hij is zeer meegaand met zijn schoolkindertjes, maar zijn vrouw wil dat Staal hogerop komt door Frans te gaan geven op een hogere school, wat hij zelf eigenlijk niet wil. De gelukkige klas stamt uit 1926, en ik dacht dat schoolmeesters toen nog helemaal niet zo meegaand waren met hun leerlingen. Ik had me altijd voorgesteld dat de schoolmeesters van toen van middelbare leeftijd waren en sloegen met linialen als de kinderen stout waren geweest. Meester Staal heeft in het boek niet één keer geslagen, op een mislukte poging na dan. Ik heb dus weer wat geleerd: geen vooroordelen hebben over een bepaalde tijd waarin je zelf niet geleefd hebt.
Toegegeven: aan het begin van het boek dacht ik dat ik het niet zo leuk zou gaan vinden, aangezien het taalgebruik best ouderwets is. Ik werd gedreven door het feit dat er toch een klassieker voor de lijst gelezen moest worden, en daarom heb ik toch het boek uitgelezen. En achteraf vond ik het verhaal stiekem wel leuk. Meester Staal is ook gewoon een onzeker mens, ook al staat hij al een aantal jaren voor de klas. Hij vraagt zich af of hij de kinderen wel op een juiste manier benadert, of hij er wel goed aan doet om zijn certificaat voor Frans te behalen, enzovoort. Dit deed me denken aan mijn eigen onzekerheid.
Toen ik eenmaal goed in het boek zat, had ik het ook zo uit. Aan de ene kant vond ik dat jammer, aangezien ik wel meer van de avonturen van meneer Staal had willen lezen. Abrupt is het verhaal voorbij, en dat vind ik jammer. Alle fragmenten zijn namelijk zo uitgebreid, en dan is het einde zo kort! De verhouding daartussen klopt niet helemaal: het einde lijkt nu afgeraffeld.
Na het lezen van dit boek blijf ik ook met vragen zitten. Was de schoolsetting die Thijssen in De gelukkige klas schetst ook werkelijk zo in de jaren twintig van de vorige eeuw? Is dit realistisch? Ik zou zeggen van wel, aangezien Thijssen zelf onderwijzer is geweest. Maar ja, ik leefde niet in die tijd, dus ik zou niet weten of dit boek een afspiegeling is van de werkelijkheid.
De gelukkige klas toont een meelevende schoolmeester, in wiens avonturen ik mij even moest zien te vinden, maar welke ik uiteindelijk toch wel vermakelijk vond. Toen ik eenmaal in het verhaal zat, had ik het boek echter zo uitgelezen, maar ik werd wel een beetje overdonderd door het abrupte einde. Mocht je door het ouderwetse taalgebruik heen kunnen kijken en tegen een onverwacht einde kunnen, ga dit boek dan lezen!