Al lange tijd volgt Ilja Leonard Pfeijffer met intense betrokkenheid de gebeurtenissen op het politieke wereldtoneel, de laatste jaren steeds nadrukkelijker met de vaststelling dat de toestand in de wereld kritiek is en verworvenheden als democratie en open samenleving mondiaal onder grote druk staan. Met inzet van zijn brede kennis en oriëntatie heeft Pfeijffer de afgelopen twee jaar zijn engagement-met-het-globale tot uitdrukking gebracht in een vijftig afleveringen tellende kroniek voor De Morgen. Van populisme en cultuuroorlog tot accelerationisme en surveillancekapitalisme – het passeert allemaal de revue in deze bundel alarmerende essays.
Ilja Leonard Pfeijffer is a poet and writer. Distinguished in nearly every genre imaginable, he is one of the most celebrated authors of the Dutch language and is recognized as one of the most compelling voices in contemporary Dutch literature. He has more than forty titles to his name, including poetry, novels, short stories, plays, essays, scientific studies, columns, translations and anthologies. Exhibiting a powerful style and classical command of form, his work has contributed to literary revival and growing engagement, both of which are explicitly expressed in his work as a columnist and television documentary maker as well.
Dit boek bevestigt m’n mening dat we meer filosofen, schrijvers en historici in de politiek nodig hebben.
Dit boek doet me bijna zelf in de politiek stappen met een nieuwe partij die het godverdomme zal oplossen, koop uw lidkaart voor mijn partij genaamd Landuyt, met als slogan: “Ik weet nog niet hoe, maar het kan allicht niet veel slechter”
Dit boek maakt me triestig
Dit boek maakt me trots om woke te zijn en te doorzien wat alle zelfverklaarde realisten negeren
Dit boek doet me enorm hard uitkijken naar de ontmoeting met een van m’n literaire helden op de Blandijn volgende week
Dit boek is heel belangrijk, en daar ben ik voor een keer heel serieus over!!!
Ik was in de veronderstelling dat dit een essaybundel is, wat niet geheel onwaar is, gezien het een bundeling artikelen behelst die Ilja Pfeijffer eerder publiceerde in de Belgische krant De Morgen, maar daardoor is het niet een "volwaardige" essaybundel, waarbij elk essay een losstaand karakter heeft, die toch in relatie staat tot de andere essays. Omdat de lezers van De Morgen natuurlijk niet per se elk artikel van Pfeijffer zouden hoeven lezen, wordt in geen enkel artikel voorkennis van de eerdere artikelen verondersteld. Dit leidt er toe dat bepaalde ideeën / analyses vaak herhaald worden, dat is geen groot probleem voor een De Morgen-lezer, omdat die ze slechts tweewekelijks onder ogen kreeg, maar als je ze, zoals ik, aan het binge-lezen bent, kan het een beetje vermoeiend werken (zo van: ik snap het nu wel Ilja ik heb een matig werkend kortetermijngeheugen maar dit punt heb je letterlijk een artikel geleden nog breed uitgemeten waarom begin je er nu weer over alsjeblieft stop).
De formele beperkingen van het krantenartikel maken ook dat het boek bestaat uit eenheden van circa 6 pp. per stuk, lekker bite-sized dus, maar daardoor is er weinig ruimte om écht diepgravend te analyseren en blijft het allemaal wat oppervlakkig. Het doet me een beetje denken aan zo'n sterrenrestaurant waar je een vooraf bepaald aantal gangen eet, bestaand uit culinaire kunstwerkjes met de omvang van caviakeutels die elk bedoeld zijn om de gasten mee te nemen op een 'reis die leidt langs alle geuren en kleuren van het wereldsmaakpaletspectrum'. Dankjewel dat is dan vijfhonderd euro graag. Pinnen? Het enige verschil is dat Ilja Pfeijffer een beslist minder vaardige kok is en ik gedurende het lezen van deze bundel een beetje het idee kreeg dat hij me vijftig ronden lang van die mini-frikandelletjes bleef voeren (jeweetwel matig verwarmd en taai uit de airfryer). Daar word je op een gegeven moment wel een beetje moe van. Ik hoefde bij de boekhandel dan ook geen vijfhonderd euro af te tikken, maar wel vijfentwintig, en dat komt voor een armoedzaaier als ik toch aan als een vergelijkbare financiële klap, vind ik.
Deze recensie lijkt allemaal kommer en kwel tot nu toe maar: nee. Ik heb in feite ook wel genoten. Het mogen dan frikandelletjes zijn, maar als ik één ding weet van mini-frikandelletjes is het dit: ze verdwijnen als eerst uit de snackmix. (Lekker majonès enzo haphap knoeiknoei.)
Een voordeel van de tweewekelijkse publicatie van de artikelen, en hun politiek-beschouwende aard, is dat ze een goede opfriscursus zijn van de gebeurtenissen de afgelopen twee jaar. Pfeijffer schrijft aan het begin van de bundel dat hij is begonnen met schrijven omdat hij het idee had dat de aankomende jaren bijzonder interessant zouden zijn. Geef hem ongelijk. Een greep uit de onderwerpen is: Charlie Kirkie, Trump zegt stoutstout tegen Zelensky in de Oval Office, rijke mensen mag je opeten (lekker majonès enzo haphap knoeiknoei), Giorgia Meloni is een nog grotere fascist dan je waarschijnlijk dacht, Ilja Pfeijffer is geobsedeerd met de historische figuur Alkibiades die - als het aan hem ligt - de sleutelpersoon is in alle vervlogen, bestaande, alsook toekomende geschiedenis, Elon Musk is een onderkruipsel, Victor Orban is een verraaier, links is morsdood, en de wereld komt ten einde door de gevolgen van een (voorkombare) klimaatramp. Politieke geschiedenis om je vingers bij af te likken.
Als er één overkoepelend thema is dan is dat Europa, al jarenlang de primaire onderzoeksinteresse van Pfeijffer. En de oproep is als volgt: Geef je niet over aan de fascisten, legitimiseer ze niet, blijf trouw aan de waarden van de democratische rechtsstaat, dat is van levensbelang. Puike taal denk ik.
Subliem geschreven columnbundel, met essay Constitutionele en absolute democratie als een van de hoogtepunten. Sluit mooi aan bij eerder werk van Caroline de Gruyter (Je zult maar met iedereen ruzie hebben) en Marijn Kruk (Opstand). Wellicht iets te veel herhaling en stokpaardjes.
Ik ben het niet met alle essays van Pfeijffer eens, en soms zelfs ronduit oneens, en dat is prima. Eén ding kan ik hem echter niet ontzeggen en dat is dat hij in hoofdstuk 38 in de kwestie Israël/VS vs. Iran - al na de aanval in juni 2025 - met deels vooruitziende blik de vinger vakkundig op de zere plek legt wat betreft de reactie van de Europese Unie, meer in het bijzonder de geloofwaardigheid van de EU in relatie tot het internationale recht. Al zou deze reactie natuurlijk deels zijn ingegeven door de geopolitieke realiteit.
Los van de inhoud was het weer genieten geblazen wat betreft de overdadige, weelderige en meanderende zinnen.
Drinkspelletje voor de alcoholisten op wiens pad deze review zou komen: neem tijdens het lezen van dit boek een shotje telkens Pfeijffer het woord jongstleden hanteert. ________________________
Panta rhei. Dat is hoe ik de huidige maatschappij misschien zou omschrijven. In 1985 omschreef Neil Postman het televisienieuws als schizofrenie. Dat is er met het internet niet beter op geworden. En dan zwijg ik nog van sociale media. En dan zwijg ik ook nog van AI! Kennis is gelijkgesteld aan een constante stroom aan informatie. Er is dezer dagen nauwelijks tijd om bij het ene nieuwsfeit stil te staan of er gebeurt weer iets anders. Dat de VS een school hebben gebombardeerd met (naar verluidt) 165 doden tot gevolg en dat een bekende acteur heeft gezegd dat niemand nog geeft om opera en ballet staan dan haast op hetzelfde niveau in die stroom.
Het is moeilijk het overzicht te bewaren in deze wirwar. Godzijdank is er Ilja Leonard Pfeijffer, die de afgelopen twee jaar in zijn tweewekelijkse essays al - of toch veel van - die belangrijke en soms ogenschijnlijk minder belangrijke politieke nieuwsfeiten heeft becommentarieerd en ze bovenal in een bredere context heeft geplaatst. Panta rhei, welja, maar al dat water maakt deel uit van een rivier, en de stroming heeft wel degelijk een welbepaalde richting.
De kern: er zijn twee opvattingen over de democratie: constitutionele, trage, rechtsstatelijke democratie, met een bescherming van minderheden enerzijds en anderzijds absolute democratie, waar alle beperkingen van de macht losgelaten worden en alles samenvloeit in één persoon die voor het gemak even 'de volkswil' vertegenwoordigt, een dictatuur van de meerderheid dus. Besluitvorming in een constitutionele democratie verloopt traag, er wordt over alles gediscussieerd, er is zoiets als een scheiding der machten en ook dat bemoeilijkt het proces, en het moeilijkste is ongetwijfeld dat een constitutionele democratie er telkens over moet waken zichzelf niet te vernietigen doordat zij zichzelf zozeer in stand wil houden. In een absolute democratie gaat alles veel sneller, ten koste van de gezondheid van die democratie - al is het natuurlijk een kwestie van hoe je naar het begrip democratie kijkt. ___________________________
Pfeijffer heeft me verder aan het denken gezet over waar dit vandaan komt. Hij heeft al een paar voorzetten gegeven in het boek en dan met name één grote die ik zo dadelijk zal bespreken, maar opdat deze review niet zou verzanden in een stomme samenvatting van het boek die niets toevoegt aan het boek zelf en omdat ik daar zin in heb, zou ik toch ook even mijn persoonlijke theorie willen opwerpen omtrent hoe we in deze situatie - id est: algemene opmars van de absolute democratie in het nochtans liberaal veronderstelde Westen - verzeild zijn geraakt. Dit zijn dingen waar ik al geruime tijd over nadenk, sluimerende overpeinzingen, waren het, en nu Pfeijffer ze wakker heeft gemaakt, moet ik ze ergens kwijt. Dan maar hier.
Vooreerst: de democratie kent veel paradoxen, één ervan is ongetwijfeld dat ze niet vaststaat. Schrödingers democratie is als het ware zowel springlevend als (op sterven na) dood afhankelijk van het perspectief dat je erop hanteert. De vrijheid die wij koppelen aan onze liberale democratie veronderstelt immers een gebrek aan grote waarheid. Een vrijheid van ideeën omtrent rechtvaardigheid, omtrent gelijkheid, omtrent solidariteit, het volk, de elite, en zelfs vrijheid van ideeën omtrent die vrijheid zelf kunnen enkel bestaan in een wereld waarin die concepten nooit vaststaan door één of andere ontegensprekelijke waarheid.
Die concepten zullen binnen de democratische besluitvorming wel degelijk een betekenis krijgen, maar die betekenis is afhankelijk van ideologische interpretaties die binnen een bepaalde context van een samenspel tussen macht en kennis de bovenhand kunnen krijgen - maar dat mag enkel louter tijdelijk zijn, anders geloven we weer in een waarheid en is het gedaan met de democratie. Even tussendoor: wanneer ik hier het woord 'waarheid' gebruik doe ik dat in heel filosofische, theoretische zin, maar goed: dat is dus een visie op democratie, die er dus ook voor zorgt dat er geen waarheid mag zijn over de inhoud van het concept democratie en dit leent zich ook tot de constitutionele ofte liberale democratie, wat u maar wilt.
Echter: net omdat er geen waarheid is over wat de democratie precies moge inhouden, zou men ook een andere visie op democratie kunnen hanteren, namelijk één waarin democratie net de zoektocht is naar een waarheid verscholen in de stem van het gereïficeerde volk. Absolute democratie, met andere woorden, die ook nauw samenhangt met populisme, etc. etc., de hoofdthema's van dit boek eigenlijk.
Dat is een beetje die verhouding waarheid-democratie die ik zonet bekeken heb omdat ik daar zin in had, het bescheiden paradigma waar ik in bezig ben. Trump lijkt dit te ondersteunen: een man die zo flagrant liegt als hij kan enkel aan de macht komen in een wereld die technisch gezien moet volhouden dat er over alles gediscussieerd kan worden en er dus niet echt een waarheid is, vervolgens, omdat men toch kan discussiëren over de democratie, lekker democratisch, kan hij geheel democratisch al die discussie in de kiem trachten te smoren door te proberen zijn leugens tot waarheden te maken.
Anekdote: voor ik al deze gedachten had geordend zoals ik dat hier heb gedaan en zelfs nog voor ik dit boek uit had gelezen, zat ik al met een paar vragen rond de relatie waarheid-democratie en bevond ik me toevallig op de Gentse tussenstop van Ilja Leonard Pfeijffers collegetour in het kader van dit boek, waar dan ook vanuit het studentenpubliek vragen mochten gesteld worden over de onderwerpen die Pfeijffer aanhaalt in dit boek.
Vanuit een pathologische neiging over te komen als intelligent ten opzichte van mijn omgeving - die u misschien ook al hebt kunnen ontwaren in deze review - besloot ik ook een vraag te stellen en na de ene na de andere tevergeefse poging om Stavros Kelepouris' aandacht te trekken - hij was voor de gelegenheid de man die door het auditorium rondliep met de microfoon -, ben ik erin geslaagd aan het woord te komen, als laatste van de avond, en stelde ik mijn heel pretentieuze vraag over de relatie waarheid-democratie vanuit postmodernistisch politiek-filosofisch oogpunt en hoe dhr. Pfeijffer daar dan over dacht.
Dhr. Pfeijffer schoof mijn postmodernistisch politiek-filosofisch perspectief over de waarheid en de kwestie van de waarheid in dezen tout court voor de gelegenheid ter zijde, en stelde dat het probleem hier niet de waarheid betrof, maar de werkelijkheid, en het gebrek aan gemeenschappelijke interpretatie van die werkelijkheid, een werkelijkheid die aan de basis van de feiten aan de basis van onze gesprekken zou moeten liggen.
De vraag die ik hier nu zou willen opwerpen, haast drie weken aan verder nadenken over die vraag en Pfeijffers uitermate eloquente antwoord na dato, luidt als volgt: is de werkelijkheid ook niet verbonden aan de waarheid? Verkrijgt de werkelijkheid niet een bepaalde stabiliteit door te verwijzen naar een vorm van waarheid of op zijn minst door min of meer gemeenschappelijke, dominante, fuck it ik heb het woord nog niet gebruikt dus, hegemonische normen die op hun beurt ook aanspraak maken op wortels in een bepaalde waarheid?
Het belang van schijn is hier erg groot, zoals ook door Pfeijffer aangehaald in verscheidene van de essays in dit boek (en met name 13. De glimlachcoach, waar die hele problematiek bondig wordt samenvat in de woorden "videri quam esse"). Hoe vaak zij ook tegen het postmodernisme mogen fulmineren, politici als Trump zijn postmodernisten bij uitstek in die zin dat zij begrepen hebben dat de werkelijkheid niet vaststaat en men met genoeg moeite schijn kan presenteren als objectief en natuurlijk, en dat een vaak genoeg herhaald simulacrum van een waarheid op termijn kan veranderen in die waarheid - rond rechtvaardigheid, gelijkheid, solidariteit en al die andere dingen die ik daarnet aanhaalde. Hoewel het daar altijd mee verbonden is, hoeft dat zelfs niet op louter abstract, theoretisch niveau, maar kan dat ook op praktischer niveau. Veel mensen kunnen, los van of dit effectief waar is, wat het natuurlijk niet is, perfect meegaan in de stelling dat migranten katten en honden eten, zolang het maar waar lijkt en voelt.
Tot slot is er nog een laatste theoretische beschouwing die ik even op u af zou willen vuren: mijn (of ja, niet echt 'mijn', ik neem dit eigenlijk allemaal over van Mouffe en dergelijke meer, ik sta op de schouders van reuzen in dezen) tot in den treure herhaalde theorie dat een democratie initieel enkel kan bestaan indien men - nogmaals, op politiek-filosofisch niveau! - vermijdt te redeneren in termen van objectieve waarheden, zou ik kunnen staven door te verwijzen naar Plato.
U moet weten dat ik ooit Alkibiades wou lezen, eerlijk waar, ik heb het boek ooit uitgeleend in de bib en het heeft hier de zomer van het jaar dat het uit is gekomen op mijn bureau gelegen. Het is echter niet het enige boek dat ik toen heb uitgeleend. Om me een beetje voor te bereiden op het lezen van Alkibiades heb ik immers die zomer ook besloten Plato's gelijknamige dialoog te lezen, waarin Socrates en Alkibiades samen op zoek gaan naar de betekenis van het woord rechtvaardigheid, en waarin Socrates, als ik het me juist herinner maar het is al een tijdje geleden, vanuit de redenering dat er een waarheid bestaat over concepten als rechtvaardigheid en dat het volk te dom is om die waarheid ooit te kunnen vatten, de democratie als dusdanig verwerpt - hetgeen samenhangt met het pleidooi voor een aristocratie in Politeia.
Toen ik dit las dacht ik: leuk, maar er is geen waarheid rond rechtvaardigheid, en als die er wel is, dan is de waarheid die Socrates net heeft gepresenteerd niet de juiste, al is het maar op grond van zijn argumentatie, waar namelijk verscheidene fouten in zitten. In feite is Plato's kritiek op de democratie hier wel interessant: men streeft naar een verkeerde definitie van de centrale politieke concepten. Plato stelt echter dat die definitie verkeerd is in relatie tot een objectieve waarheid, anderzijds zou men echter ook kunnen redeneren dat elke definitie van rechtvaardigheid de verkeerde is zolang er net geen waarheid is (en ook de juiste). Weer Schrödinger, niet waar?
Maar dat dat zorgt voor problemen, is wel belangrijk. Het feit dat er geen waarheid bestaat rond onze centrale politieke concepten betekent ook dat men ze nooit waarheidsgetrouw kan bereiken. Even vanuit de correspondentietheorie: je kan niet de empirisch volmaakt rechtvaardige maatschappij construeren als de theoretisch volmaakte rechtvaardigheid waartoe die maatschappij zich zou moeten verhouden niet echt bestaat. Om het met woorden van Judith Butler te zeggen die natuurlijk verder bouwt op Derrida en zo: er is geen referent in dit democratische spel.
Dat zorgt voor problemen: er zal altijd een gat zijn tussen de onbestaande theorie waarvan men tegelijk wel moet volhouden dat zij bestaat om ernaar te kunnen streven enerzijds en de praktijk anderzijds. Dat is een beetje waar Menno Ter Braaks Nationaalsocialisme als rancuneleer om draait. Ter Braak heeft het over de discrepantie tussen een theoretisch "recht op alles" en het "bezit van weinig in de praktijk", rancune, en nationaalsocialisme kwam dan voort uit die rancune, uit een verlangen om de praktijk eindelijk overeen te doen komen met de theorie - door van die theorie een absolute, werkelijk duidelijke waarheid te maken, een waarheid gesanctioneerd door het volk, vertegenwoordigd door één of andere democratische dictator -, waardoor we dus weer uitkomen bij die absolute democratie. ______________________
Dat is mijn mening betreffende deze hele zaak. Als u bent blijven lezen: 1) wauw, wat bezielt u? en 2) sorry dat u dit hebt moeten ondergaan - hoewel u er natuurlijk wel zelf voor gekozen hebt om verder te gaan, maar dat geheel terzijde.
Pfeijffers mening betreffende deze hele zaak komt, als ik het nu even heel kort, haast intellectueel oneerlijk kort zelfs, door de bocht voorstel, neer op "het is de schuld van het kapitalisme".
Minder kort door de bocht leiden de ongelijkheid en onrechtvaardigheid inherent aan ons huidige economische systeem (hij haalt onder andere Piketty aan om deze stelling te ondersteunen, heel slimme dingen allemaal, heel solide argumenten), een economisch systeem dat dan wel omschreven mag worden als liberaal, maar volgens Pfeijffer zelfs botst met het culturele liberalisme van liberalisme als maximalisering van de individuele vrijheid, zolang wij die ongelijkheid en onrechtvaardigheid trachten aan te pakken binnen dat en zonder te kijken naar dat economische systeem tot een verlangen naar simpele verklaringen hiervoor, een verlangen waarop populistische, absoluut democratisch ingestelde politieke actoren inspelen door een verwerpelijke zondebokpolitiek die de nadruk legt op die zondebokken als problemen, zogezegd vaststaande doch in werkelijkheid door de politieke actoren in kwestie gecreëerde en uit politiek gewin bewust in stand gehouden problemen om dan vervolgens te zeggen dat zij onoplosbaar zijn binnen ons huidige constitutioneel democratische systeem, hetgeen dus de weg plaveit naar dat systeem van de absolute democratie.
Ofwel, tldr (en met name met beduidend minder, of eigenlijk zelfs een complete afwezigheid aan meanderende bijzinnen): het is de schuld van het kapitalisme. Voor de anglofielen: it's the economy, stupid!
En mijn antwoord op die analyse zou zijn: ja. De vraag daarna is altijd: wat is het alternatief? Pfeijffer verwerpt de ideeën van vermogensbelasting en soortgelijke maatregelen om het kapitalisme op te lossen binnen het kapitalisme niet zozeer, als dat hij ze enkel ziet als opstapje naar wat hij dan ziet als democratisch communisme. Het hoofdargument tegen dat communisme - onder andere aangehaald door overtuigd liberaal Alicja Gescinska in een column in De Morgen -, namelijk dat het communisme overal waar het is uitgeprobeerd geleid heeft tot gigantische humanitaire rampen, wordt door Pfeijffer gecounterd door te wijzen op het democratische aspect van dat communisme dat zelfs eigenlijk niet eens communisme zou moeten heten, maar het komt neer op gemeenschappelijke productiemiddelen, afschaffing van het kapitalisme, iedereen gelijk.
Eenieder zijn politieke voorkeuren en bij mij hellen die wat meer naar links en ook ik vind de huidige populistische staat van het socialisme vreselijk om te aanschouwen, dus nu Pfeijffer met een alternatief komt, vind ik het moeilijk om daar tegenin te gaan. Het is oprecht een goed idee. Het enige wat ik hem zou kunnen toedichten is te veel idealisme en te veel vertrouwen in het theoretische - maar het zou een beetje hypocriet zijn om dhr. Pfeijffer te verwijten zichzelf te hebben verstrikt in een web aan theorieën die in de praktijk niet zouden werken. Ikzelf bevind me al zolang in een zulk web dat ik niet langer de spin ben, maar het web zelf, ik ben niet geïnteresseerd in het postmodernisme, ik bén het postmodernisme, ik bén Foucault wat betreft de relatie waarheid-normen-werkelijkheid, ik bén Chantal Mouffe wat betreft diezelfde relatie toegepast op alles politiek, ik bén het gebrek aan waarheid, want wat is identiteit indien niet een construct en voor zij die mij zouden zeggen dat ik gek ben geworden en een probleem heb: waanzin is louter de pathologisering van de abnormaliteit, pouvoir-savoir - word wakker schapen!!!!!!!
Nee, een zulk tegenargument zou dus niet werken. Ik zou ook kunnen zeggen dat er geen draagvlak voor is, Pfeijffer zou daarop repliceren dat de wil van het volk natuurlijk niet vaststaat, maar vormgegeven wordt en het de taak is van links dat draagvlak voor zijn alternatief te creëren. De verrechtsing is geen feit. Een groot deel van die extreemrechtse kiezers was vroeger net extreemlinks. Zij kunnen terug overtuigd worden van de goede, of op zijn minst linkse zaak en de linkse visie op rechtvaardigheid. Het is aan de politiek, zou Pfeijffer zeggen, om zich niet te laten leiden door de volkswil, maar om het volk te leiden en dappere keuzes te nemen die op lange termijn in ieders belang zouden zijn, zoals het afschaffen van het kapitalisme.
En men zou ook kunnen zeggen dat het idee dat dit alternatief niet realistisch is, net de grootste verdienste is van het kapitalisme en de grootste reden dat zij zichzelf in stand houdt: het idee dat there is no alternative verhindert a priori elke poging om een realistisch alternatief te formuleren. Geloven dat een alternatief wél mogelijk is, is op zich al een daad van verzet.
En dat is het belangrijkste: men zegt vaak dat Pfeijffer nogal een pessimist is. Bij wijlen is dat ook zo. Het rode vuur in Pfeijffers hart is echter een baken van hoop, een klein beetje in dit inderdaad al bij al redelijk duistere boek. Om even Wieringa om te keren, aangezien de twee concepten in zijn Optimisme zonder hoop toch erg inwisselbaar zijn: als er dan toch geen optimisme mogelijk is in deze tijden, laat ons dan op zijn minst hopen. Op het beste. En geloven dat een alternatief mogelijk is. Dat verzet mogelijk is. Dat onafhankelijk denken mogelijk is - onafhankelijk denken dat begint bij het woord, zoals ook Pfeijffer aanhaalt, wiens boek het belang van dat woord met verve onderstreept!
De wens is de vader van veel van Ilja's gedachten, kan ik nu achteraf zeggen ofte de soep wordt vaak koeler gedronken/gegeten (je drinkt toch soep?) dan hij wordt opgediend!
de spitsvondige columns begonnen op den duur wel door de herhaling van hun (belangrijke) boodschap af te botten... 3,5/5
Wat duidelijk wordt na lezen van dit boek is dat Pfeijffer er niet in slaagt zich uit te spreken over de kuur om de teloorgang van de democratie te stuiten. In vijftig hoofdstukken behandelt hij diverse aspecten van die teloorgang op een goed gedocumenteerde wijze. Zijn analyse van het stappenplan van "de absolute democratie" kan zich spiegelen aan de wijze waarop Hannah Ahrendt het fenomeen fileerde. Maar uiteindelijk komt hij qua kuur niet verder dan: "i'm sorry, sir but I'm unable to be of assistance in this matter". Een fenomeen wat hij onbesproken laat is het absolute onvermogen van 2/3e van de sinds 1990 geboren individuen om een tekst langer dan een A4-tje begrijpend te lezen. De social media verslaving maakt dat onderwijs niet langer in staat is om dat probleem te mitigeren en daardoor zelf in een neerwaartse spiraal is beland. Dat resulteert erin dat alle bespiegelingen die Ilja ten beste geeft, voor de grote meerderheid van Nederland, ondanks dat ze opgeknipt zijn in stukjes van gemiddeld zes pagina's, onbereikbaar blijven. Misschien moet hij eens ten rade gaan bij Michel Desmurget, om gezamenlijk een grass roots strategie te bedenken die begint bij het verbieden van smartphones en I-pads voor kinderen onder de 16 jaar, in het kader van het zeker stellen van echte vrijheid zich volwaardig te ontwikkelen. Dat levert dan mogelijk volwassen op die wel kunnen leren van de geschiedenis.
Pfeijffer trok in 2024 om de twee weken aan de alarmbel en wees op de vele signalen van de opkomst van fascisme en populisme, evenals op de geleidelijke afbraak van de democratie. In 2026 leven we nog niet in een fascistische wereldorde, maar het systeem brokkelt wel langzaam verder af. De vergelijking met de teloorgang van de democratie in het antieke Athene wordt daarbij geregeld gemaakt. Niet toevallig verscheen in 2024 ook zijn boek Alkibiades.
Absolute democratie, de macht van de meerderheid of de tirannie van de meerderheid, kan trekken krijgen van een dictatuur wanneer die meerderheid de minderheid gaat onderdrukken en fundamentele vrijheden worden afgebouwd. Zeker wanneer de machthebbers de macht verwerven op een democratische, maar populistische en vooral misleidende methode.
Aanrader... Het is wel allemaal somber om te lezen...
Een kroniek van stuk voor stuk boeiende essays, die in haar geheel een zeer goede analyse biedt van de vele verontrustende politieke gebeurtenissen uit de afgelopen twee jaar.
Pfeijffer legt de vinger op de wonde van onze (geo)politiek. Pleidooi voor meer én harder onafhankelijk Europa. Hij moet dringend eens gaan tafelen met Guy Verhofstadt!