Een vrouw vlucht in een gestolen roeiboot voor het water. De meteoroloog van tv moet onderduiken nadat ze een onheilspellend weerbericht heeft gebracht. Een lerares laat een bus vol kinderen achter in overstroomd gebied. De levens van de personages in Weertij komen samen rond een vervallen pension aan de rand van de duinen – de branding van de zee raast in de verte, toiletten overstromen, de mist trekt nauwelijks op. Terwijl op de achtergrond het waterpeil stijgt, komen de onderlinge verhoudingen steeds verder onder druk te staan. Met haar rijke verbeelding zet Van der Kind haar personages voor het blok: onder welke omstandigheden kies je voor jezelf, ook als dat ten koste gaat van een ander? Begripvol maar genadeloos – en met een verrassende dosis zwarte humor – legt ze bloot dat doodnormale mensen op onvoorziene manieren kunnen veranderen. Het maakt de duistere verhalen in Weertij moeilijk af te schudden.
Ik heb ontdekt dat ik verhalenbundels vaak erg leuk vind om te lezen en deze is geweldig! Een perfecte combinatie tussen feit en fictie, gek worden en bittere realiteit…. Mijn favoriete verhalen waren Toen het gebeurd was (de eerste), De geur van rabarbertaart, Mission Impossible en Rummikub (de laatste drie).
Een 2,5 - het is eigenlijk een verhalenbundel, maar de achterkant laat uitschijnen dat de personages verbonden zijn. Dat zijn ze ook - via het pension - maar geen enkele verhaallijn knoopt verder aan dan het pension. Na een aantal verhalen wil je ook iets meer informatie - waarom? hoe? - over de overstroming.
Ik vind verhalenbundels helemaal niet leuk, maar perongeluk las ik dit (niet wetende dat het een verhalenbundel is) en ik heb genoten! En dat einde!! Gruwelijk.
Gruwelijk. In welke omstandigheden kies je star voor jezelf boven een ander? De verhalen in deze bundel zijn allemaal subtiel verwoven en en bouwen soort crescendo tot een huiveringwekkend eind.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
4½ van 5* Het water stijgt, de moraal daalt.
In haar nieuwste verhalenbundel Weertij bewijst Michelle van der Kind zich als een meester van de beheerste dreiging. Waar haar debuut Sea, seks & witlof al liet zien dat ze het alledaagse feilloos uit het lood kan slaan, gaat ze in deze twaalf verhalen een stap verder. Ze schetst een wereld die letterlijk en figuurlijk aan de rand van de afgrond — of beter gezegd: de vloedlijn — balanceert.
Hoewel het losstaande verhalen zijn, zijn ze onlosmakelijk met elkaar verweven door de locatie — een mysterieus pension aan de rand van de duinen — en door personages die in elkaars omgeving opduiken.
Het vernuft zit in de structuur. Zoals het getij uit de titel beweegt de bundel heen en weer door de tijd. Het openingsverhaal, waarin een eenzame vrouw in een roeiboot met twee parkieten door een ondergelopen wereld navigeert, voelt als een apocalyptisch eindpunt. Juist door hiermee te beginnen, zet Van der Kind de lezer direct op scherp: de catastrofe is geen abstracte toekomst meer, het is het vertrekpunt.
De kernvraag die Van der Kind stelt is even simpel als ijzingwekkend: wat blijft er over van je menselijkheid als de nood echt aan de man komt en wat is de grens van het fatsoen? De antwoorden die ze geeft zijn verre van geruststellend. Haar personages zijn geen helden; het zijn feilbare, soms ronduit meedogenloze en herkenbare mensen.
Je leest over een lerares die een verongelukte bus vol schoolkinderen achterlaat in een overstromingsgebied om haar honden te redden. Lees over een familie die de erfenis verloot in plaats van eerlijk deelt.
We maken ook kennis met Niels, die we eerst als vijftienjarige jongen leren kennen tijdens een onhandige ontmaagding in de duinen en later terugzien als een man zijn voormalige lerares opvangt en die op het einde Rummikub op een verontrustende manier speelt met ‘iemand’ of ‘iets’.
Van der Kind observeert deze morele kantelpunten met een vlijmscherpe, bijna klinische blik. Ze oordeelt niet, maar legt bloot. Dat ze dit doet met een gezonde dosis zwarte humor, maakt de bittere pil net iets makkelijker door te slikken.
Wat Weertij echt boven het maaiveld tilt, is de stijl. Van der Kind is een econoom met woorden. Ze heeft geen pagina’s aan karakterbeschrijving nodig; één rake observatie over het eten van biologische vis of de spanning rond een gezelschapsspel zegt genoeg over de pretenties en de onderliggende angst van haar personages.
De dreiging is overal aanwezig, maar zelden expliciet. Het stijgende water en de verharding van meningen vormen het decor, vergelijkbaar met het constante geruis van de zee. Het is er altijd, je went eraan, het vormt je tot de persoon die je bent. Totdat het plotseling je woonkamer binnenstroomt, dan wordt alles anders. Van eb naar vloed.
Weertij is een indringende, verontrustende bundel die onder je huid kruipt. Het is een spiegel die ons laat zien dat de grens tussen 'normaal' en 'monsterlijk' flinterdun is, zeker als de dijken breken. Michelle van der Kind heeft met deze verhalenbundel een landschap gecreëerd dat even herkenbaar als onherbergzaam is. Een absolute aanrader voor wie niet bang is voor een beetje natte voeten en een confronterende blik in de menselijke ziel.
Prachtige en verontrustende verhalen rond een dorpje en een watersnood. De losse verhalen zijn op een heel natuurlijke manier toch met elkaar verweven.