Voor maandagavonden en alle andere avonden van de week.
«Een tijdje geleden ging ik op reis. Voor mij stond een vrouw in de rij om door de security te gaan. Het was duidelijk dat ze het protocol niet snapte. Achteraf pas werd mij duidelijk wat er nu precies aan de hand was. Ze kwam uit Azerbeidzjan, was nog nooit op reis geweest, ging haar familie opzoeken en vond niemand op het vliegveld die haar taal sprak. Ze had een briefje mee met de juiste plaatjes die ze moest volgen. En uiteindelijk, toen ze werd gecontroleerd op wapens en er dus een bodyscan werd gedaan, viel haar op dat de vrouw die die uitvoerde een Azerbeidzjaanse naam had - een naam die alleen voorkomt aan de zuidwestelijke oever van de Kaspische zee. De vrouw van de security sloeg haar armen om haar heen om te voelen of er op haar rug wapens zaten. En toen sloeg de Azerbeidzjaanse vrouw haar armen ook om de securityvrouw heen. Ze legde haar hoofd op haar schouder en begon te snikken. Het duurde misschien tien seconden, dat snikken. Maar juist daar, op een plek waar alles snel moet gaan, duurden die tien seconden een heel leven. De twee vrouwen spraken heel even met elkaar. De reizigster kreeg een glas water en iemand drukte haar spullen in haar handen. Ik keek op het naamplaatje van de securityvrouw: Parvin heette ze. In het Nederlands zijn dat de pleiaden, een constellatie van zeven sterren, ergens in de melkweg, en dus het tegendeel van eenzaamheid. Daar is overigens nog geen woord voor, voor het tegendeel van eenzaamheid. »
kleine schrijfsels over grootse dingen, vooral fan van hfst 'onder mij, boven mij, in mij' (bedenk nu pas hoe dubbelzinnig dat mogelijks klinkt), 'wat de jonge eenden denken' en het meest melancholische 'uchronie'.