In Dagboek van een spook neemt Nicolas de Crécy ons mee op reis. Op meerdere reizen zelfs. Reizen buiten de landsgrenzen om te beginnen. Hoewel Nicolas de Crécy niet echt een huismus is, houdt hij toch niet erg van (verre) reizen. Want je moet het vliegtuig nemen, en Nicolas heeft een pesthekel aan het vliegtuig! In Dagboek van een spook beschrijft de auteur vooral de reis van het creatieve proces. Hoe kun je artistieke creativiteit en commerciële opdrachten met elkaar verzoenen? Hoe pak je het aan als je een tekenaar bent die van een zekere eenzaamheid houdt en toch eropuit wilt trekken om de wereld te schetsen en je bloot te stellen aan de nieuwsgierige blikken van anderen? Als die situatie al moeilijk is voor een tekenaar, stel je dan eens voor hoe lastig het voor de tekening zelf is. Nou ja, niet eens een tekening, eerder een opzetje. Een opzetje dat nog het meest op een grote aardappel lijkt. En dat bovendien gedwongen is zich in het openbaar te vertonen met een manager die alleen maar bezig is zichzelf op de borst te slaan ...
Met zijn persoonlijke humor stelt Nicolas de Crécy enkele pijnlijke vragen over de status van het beeld in onze wereld en meer nog, over die van zijn schepper.
Nicolas de Crécy est né en 1966 à Lyon. Après un bac Arts Appliqués à Marseille en 1984, il suit pendant trois ans les Beaux-Arts d'Angoulême en section bande dessinée. Effectuant divers travaux dans le dessin animé tels que décorateur chez Disney en 1990, il publie en octobre 1991 Foligatto sur un scénario de Alexio Tjoyas aux Humanoïdes Associés. Cet album recevra le Prix du meilleur dessinateur au festival d'Athis-Mons, le Prix des libraires à Genève et le Prix du Lion (Centre Belge de la bande dessinée). Paraît ensuite, en collaboration avec Sylvain Chomet, Léon la came en 1995, unanimement salué par la critique, qui recevra le Grand Prix de la ville de Sierre cette même année, suivi de Laid, pauvre et malade en 1997, couronné lui aussi par l'Alph'Art du meilleur album à Angoulême en 1998. Le dernier volet de cette trilogie, Priez pour nous, est paru au printemps 98, toujours chez Casterman.
The book is divided in several chapters so I take them one by one. In chapter one the phantom is in Tokyo with his manager looking for inspiration for a drawing wich is the so called phantom. We visit Tokyo and other places but how hard the draw figure also tries, they dont't come to an agreement. The managere is always drunk en is only interested in beautiful woman. Not much happen so... The second chapter is about drawing and it limitations in a metaphorical way. They are in Recife. In the flying machine he meets a man who tells a story and at the end we realise it's about the phantoms 's limitations. In chapter three the phantom realises its limitations as a drew figure and we realise he dies. His time as a drew figure is over. In short, it's a book about drawing and it's limitations and the difficulty of inspiration.
Graphic novel di rara originalità, tanto per la libertà e varietà dello stile di disegno quanto per la vicenda narrata, meta-riflessione sul ruolo del disegnatore (e in generale dell'artista) che non si limita a riflettere sul suo ruolo ma dà forma e spazio al suo stesso tratto e a un immaginario personaggio in cerca di identità. Immediatamente inserito nella lista dei miei libri disegnati favoriti.
Ik vond 3/4 van het boek interessant, goede vondsten bevattend, mooi getekend, fascinerend, het overige kwart vond ik flauw, te zweverig of bladvulling. Ik kan me voorstellen dat dit voor veel mensen neerbuigend als een "pretentieuze krabbelstrip/graphic novel" zal worden bestempeld maar daarmee zou je de inhoud toch te kort doen. Net als 'IJstijd' is dit een vreemde leeservaring die vaak tot denken aanzet, een strip waarbij de auteur zichzelf en de lezer uitdaagt tot het verkennen van de grenzen van de stripkunst. 'Prosoposus' (Vrije Vlucht) blijft in mijn ogen voorlopig zijn grote meesterwerk, een strip die qua inhoud en vertelwijze toen ook uitermate verrastte. Moedige keuze van kersverse uitgever 'Scratch'. Moesten ze nu ook nog 'Le Bibendum Celeste' aan een vertaalbeurt onderwerpen.... ;-)
Heytboek kon me niet zo bekoren. De metafoor van het meereizende idee dat nog iedere vorm kan krijgen en zoekende is naar de juiste vond ik wel aanlokkelijk en dat was dan ook de reden dat ik het boek meenam uit de bieb, maar uiteindelijk heb ik het met moeite uitgelezen. Misschien was het de tekenstijl, misschien het verhaal of de combinatie van beiden. Hoe dan ook, niet een verhaal wat mij lang zal bijblijven denk ik.
Un bellissimo viaggio all'interno del concetto della creatività artistica. Tra Giappone e Brasile, sogno e realtà, assistiamo a come una forma primordiale di idea cerchi disperatamente la sua forma finale, mettendo in luce tutte le ansie, le paure e le pressioni della società di mercato che l'autore avverte durante realizzazione di un'opera.
Excelente historia narrada a través de los ojos de un dibujo todavía por definir, que acompaña a su manager a Japón para empaparse de nuevos grafismos.
de Crécy tiene un talento asombroso para el retrato de personajes.
Een schijnbaar eenvoudige, met balpen, gekribbelde tekenstijl in combinatie met een meta-verhaal over een nog niet afgewerkt concept dat lijfelijk aanwezig is, klinkt absurder en minder interessant dan het is. Waar het eerste deel focust op de frustratie van de tekening-in-wording met zijn maker/manager, gaat het tweede deel over de essentie van (grafische) kunst. De oppervlakkigheid van een reclametekening vs. de impact die een beeld kan hebben. Geen makkelijk boek omwille van de filosofische inhoud en de weinig mainstream stijl, maar voor wie eens iets anders wil, zeker de moeite. Heb meteen 'IJstijd' besteld van dezelfde auteur, omdat die nóg beter zou zijn.
O seu debuxo é evocador, un trazo impreciso e cambiante, moi atractivo. Pero aínda non entendo o por que deste libro. Caín outra vez: unha volta máis ao cómic sobre os autores de cómics. Este é máis excéntrico que calquera outro, pero nada me aportou.