Alle voornaamwoorden? Geen voornaamwoorden? Zij/haar, hij/hem, die/hen? De Transformatiemachine is de resultaten nog aan het verwerken.
In haar debuutbundel tekent Bo Vanluchene in een heel persoonlijke, humoristische stijl een raam op zichzelf en op de wereld. Zijn poëzie is fris, kwetsbaar en uitdagend, complex en simpel, intrigerend en tegenstrijdig, eerlijk en leugenachtig. Bo Vanluchene is van alle poëtische stijlkenmerken thuis en hanteert hun pen met verve. Bo’s gedichten reiken spiegels aan, doen je vreemd opkijken en schaterlachen. Ze blijven lang nazinderen. Vraag je eigen echo, en niet de god der dwanggedachten, of je dit vlijmscherpe debuut moet lezen. Als de schreeuw van Munch raast een onhoorbaar JA JA JA dwars door de wereld. Eindelijk. Werpen we voorzichtig onze camouflage af. Bewegen we naar verbetering.
het is pas hand in hand dat we de kans op verdrinking verdrijven
als een op hol geslagen bol van de mestkever tuimel ik naar het hogere beneden blijken mijn remmen al die tijd al doorgesneden in de duivelsdriehoek van de klok verdwijnt steeds meer verleden
ik nader het punt dat ik zal leren of ik echt meer had moeten smeren of ik mijn grijze wijze haren zal laten staan of ik het pad naar mijn moeder of mijn vader zal inslaan
ik vraag mijn lichaam & mijn lichaam begint al eigenwijs te antwoorden of het nog de rug kan rechten als bliksemafleider van mijn knarsetandende knieën of het nog kan fuiven om maar niet voor de maan te moeten buigen of het nog het merg kan uitzuigen
ik ben een verkeerd evoluerende vlinder ik fladder zwakker & zwakker verlangend naar een langer hangen ik ben een omgekeerde matroesjka, rondom mij vormt zich pop na pop na pop steeds verder van mijn innerlijke kind kan ik mij zo moeilijk vinden
ik nader de veertig zal ik de barman smeken mijn leeftijd te controleren zal ik de gynaecoloog grote ogen laten trekken wanneer hij mijn mirakelbaby zal ontdekken of mijn mirakelvagina zo strak dat je er de dodenmars nog niet op kan spelen
aan misschien dit middelpunt vraag ik de echo of ik de juiste keuzes maakte of ik op dit zinnenstrelende instrument de juiste snaren raakte maar ik vind niet eens de juiste kloof om in te schreeuwen de echo is slechts van mijn spiegelbeeld een horrorlach, een monkellach, als ik wil een glimlach, een ach, ach, ach
later nader ik de vijftig, zeventig, negentig als ik geluk heb, zullen mensen zeggen als ik geluk zal hebben
de aarde nadert de 5 miljard nee, niet nadert, raast door of wij nu rotten op haar rotsenlijf of niet of wij ons nu veroveraars verklaren, bezetters, bewoners zij blijft gewoon onverstoorde oorbel van de melkweg tussen al wat tegelijk met de tijd ontstond het woord bestaan uitvond tussen al wat uit alle macht zal blijven want leven baant zich koppig een weg uit het niets leven is een explosie die haar eigen dynamiet maakt & alles is, dicht & ver, dus kus mijn levend lijk, zon later word ik weer een ster”