“(…) zorgen helpen niets, alleen frisse energie en nieuwe ideeën. We moeten weer door!”
Frisse roman die zware onderwerpen verteerbaar weet te houden. Over een modern onsamenhangend gezin waarbij de ouders meer om zichzelf dan om de kinderen en het gezin geven, de zwerverslevens van de onthechte kinderen als kunstenaar en oorlogsjournalist aan het front in Oekraïne. En passent nog wat politiek en levenswijsheden over ambitie en succes.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Rake typeringen, zoals deze over Haagse ondernemers: “Zongebruinde, ietwat gezette mannen verpakt in bepaald niet goedkope fantasieoverhemden. De ruggengraat van Nederland. Veel zelfvertrouwen, weinig haar - soms met gel, maar vaker kaalgeschoren.” Hahaha, omg je ziet ze gewoon voor je, deze mannen. Het enige wat nog ontbreekt aan de typering is: ‘Veel geld, weinig ontwikkeling.’ Of deze: “Jaap verplaatste informatie op het ministerie van Binnenlandse Zaken.” Hahaha. “Zijn vader had ook liever een zoon gehad met een vrouw, een gezin, een carrière, vastgoed en pensioenopbouw.””(…) zijn ouders waren alleen tijdens de zomer geïnteresseerd in kunst, bij het plaatselijke museum en de romaanse kerkjes in de Provence.” “Twee kreeften maakten een opmars naar de tafel naast hen. Uit automatisme grepen de twee vrouwen naar hun telefoon om foto’s te maken.” (Misschien was deze typering nog wel sterker geweest zonder het ‘uit automatisme’, dat weet de schrijver niet en de lezer vermoedt het, meer show don’t tell dus.) “‘Ik ben bijna 40. Niet zonder succes. Een baan, een mooi huis, vrouwen staan voor me in de rij. Alleen één ding wordt steeds schaarser: vriendschap. Dat komt denk ik door mij.’”
Het gezin Het gezin Reichenbach: vader Jaap is een topambtenaar die onderwerp is van een parlementaire enquête, dochter Juliette is oorlogsjournalist die opnieuw naar de Donbas vertrekt, zoon Serge is kunstfotograaf die bekend is geworden met maar twee foto’s (portretten van vrouwen, we ontdekken langzaam welke en waarom ze zo toonaangevend zijn) en daarvan kan leven, moeder Willemijn is een ambitieuze politica die het schopt tot minister maar ten val komt en in een psychiatrische kliniek terecht komt. Vader verwijt zijn kinderen dat ze een verloren generatie zijn: “Nou ja, noem me ouderwets of een boomer, maar ik zie echt geen enkel anker bij jullie. Het is maar doelloos zwerven, de een op een zolderkamer, de ander in een ver land waar de granaten je om de oren vliegen. (…) Wat hebben Willemijn en ik verkeerd gedaan?” Serge heeft angsten en paniekaanvallen die hij onderdrukt met angstremmers (bètablockers?). Als ze met z’n drieën uit eten gaan in een visrestaurant, laat Juliette een krab exploderen: “‘Ik heb het beestje precies waar ik het hebben wil: weerloos en gebroken.’ Alleen Juliette was ongedeerd, alsof het rondvliegend vlees haar had ontweken. Nog geen druppel op haar zwarte coltrui.” Haar vader en broer zitten er onder, en ook andere gasten in het restaurant zijn geraakt door rondvliegend krab. Omdat de geëxplodeerde krab op de omslag van het boek staat, denk je als lezer dat Juliette de familie zal opblazen.
Succes. SUCCES!! “‘Wat is het verschil tussen een held en een gek? Een gek faalt en een held slaagt.’” SUCCES!! “Als je wint, dan heb je vrienden.”, zongen Hermand Brood en Henny Vrienten al in 19 fokking 84! Niks nieuws onder de zon dus eigenlijk. Daarom is het fenomeen succes ook zo interessant, want wat is het, en in wiens ogen? Is succes iets anders voor mannen en vrouwen; Christenen, Moslims, Hindu’s, Joden? Zwart, wit?, He, ho, le, bi, tra? Left wing, right wing, midden? Elite, working class, middenklasse? Eerste, tweede, derde wereld? Global north, south? En alle intersecties natuurlijk. Op een quasi-Burning Man festival (in dit verhaal gesitueerd in Zuid Afrika, verder lijkt het sprekend) ontmoet Serge de succesvolle Faith. Juliëtte is overigens op hetzelfde feest, zonder dat broer en zus het van elkaar weten. Spindocter Frank is er ook. Juliette en Frank brengen een nacht met elkaar door. Maar terug naar Faith: “Londen vroeg veel van haar. Ze had een succesvolle en diverse vriendengroep, en iedereen spoorde elkaar aan om het beste uit zichzelf te halen. Lichamelijk fit zijn, gezond eten, hard werken, leuke relaties, veel feesten, weinig drinken en vrolijk zijn. ‘Misschien is die druk zelfopgelegd. Niemand verwacht topprestaties van een ander,’ zei ik. Ze keek me steng aan en formuleerde zorgvuldig: ‘Als jouw vrienden succesvol zijn en jij niet, dan heb je ze niet lang, hè? Die ladder beklim je samen.” Is het gezin, de niet-gekozen familieband, het kind van de rekening van al dit streven naar succes? In dit verhaal in ieder geval wel: “‘Wanneer was ons gezin een plek voor ontspanning en geborgenheid?’” Volgens Juliette staat iedereen er alleen voor en bestaat er alleen maar een groter verband als er sprake is van lijfbehoud, zoals in oorlog. Volgens kunstenaar Serge is iets maken het enige dat zin heeft in het leven.
Politiek Moeder Willemijn Reichenbach was een snel rijzende ster in de PvdA, uitgekozen door die andere ster, Wouter Bos. Ze schopt het van kamerlid tot fractievoorzitter en uiteindelijk tot minister van Onderwijs. Haar gedrag in het gezin verandert (“al het persoonlijke is politiek”) evenals haar uiterlijk (van trui naar mantelpak). Als Wouter Bos uit de politiek stapt, wordt zij gezien als zijn opvolger en kandidaat om de eerste vrouwelijke premier te worden. Vader Jaap is topambtenaar. Op een avond om middernacht komt Serge zijn vader in ochtendjas in de keuken tegen. Die vertelt dat zijn moeder naar de fractie is: “‘Ze willen Marja eruit werken,’ zei zijn vader, alsof Serge enig idee had wie Marja was. ‘Nou en?‘ zei Serge. ‘Ik werk voor Marja. Ze is mijn minister.’” “‘Nee, het is de jungle,’ zei Willemijn. ‘De grootste vijanden zitten naast je, achter je, niet tegenover je.’” Zoon Serge keert zich van dit alles af: “‘Ik zie geen diepte,’ had hij gezegd, ‘ik zie alleen maar toneel en je gebruikt me als figurant. Dat mag je niet doen.’” Doet ze natuurlijk toch. Serge ontmoet een Duitse vrouw met wie hij gaat samenwonen in Duitsland - hij vlucht. Eén van de foto’s waarmee Serge bekend is geworden is van zijn moeder: “Strikt genomen had Serge niets te maken met z’n moeders politieke val maar zijn foto had alles erger gemaakt. Niet lang daarna was ze opgenomen. Haar wilskracht was verdwenen. Ze glimlachte nog wel als hij langskwam.” Willemijns politieke ondergang is de mediarel nadat ze door politie is betrapt op rijden onder invloed van vier glazen alcohol na afloop van een strategiedag met de partij in Huis ter Duin. “Even plotseling als de storm was opgestoken, ging die weer liggen. De telefoon ging niet meer. Ze was opgegeven.” Na haar gedwongen vertrek uit de politiek en de macht lukt het haar niet goed zich te herpakken. De verleiding van drank, ‘s middags al. Ze vermagert en krijgt wallen. Als ze op een middag op bezoek bij Serge, ingezakt in een Barcelona-stoel een borrel drinkt, neemt hij de foto die hem bekend zal maken: “Gevallen minister aan lager wal.” Ze eindigt in een psychiatrische kliniek. Willemijn krijgt een waarschuwing in de kliniek omdat ze ‘psychische wapens’ inzet tegen het personeel die zich daardoor met haar onveilig voelen.
Digitale overheid Terwijl ik dit boek lees, lees ik een nieuwsbericht dat de Nederlandse overheid naar Estland kijkt voor het automatiseren van overheidsdiensten. Estland beschikt over digitale identiteiten waarmee je online kunt stemmen, belastingzaken kunt regelen, je kinderen kunt registreren, een bedrijf starten en zelfs online je scheiding kunt regelen. Het Nederlandse DigID is volgens het artikel verouderd en de automatisering ervan dreigt te worden overgenomen door een Amerikaans bedrijf, wat de digitale relatie tussen burgers en Nederlandse overheid gevoelig maakt voor chantage. De crux zit hem in het veilig en correct uitwisselen van gegevens tussen de verschillende systemen achter het digitale portaal. De veiligheid in een wereld met cybercrime en AI is cruciaal. Dat is een nadeel naast dat niet iedereen in staat is om te gaan met digitale dienstverlening. Maar goed, voor veel mensen is het een vereenvoudiging en voor de overheid een kostenbesparing op loketten en personeel. In dit boek is vader Jaap verantwoordelijk voor een dergelijk IT-project, gericht op alle dienstverlening die zich richt op de omgeving.
Achter de schermen “In politiek worden je idealen alleen onthouden door de vijanden, had Willemijn gezegd. Ze gebruiken ze tegen je. Ze binden je er vast en zullen je er de rest van je leven mee achtervolgen.” Vader Jaap heeft als topambtenaar de onmogelijke klus aanvaard om de automatisering van alle omgevingswetgeving naar burgers (vergunningen aanvragen etc) vlot te trekken. Een prestigeproject voor de zittende minister en premier. Die premier belt Jaap op gezette tijden om hem onder het mom van advies en inspiratie rechtstreeks opdrachten te geven. Hij wordt in het boek ‘De Tovenaar’ genoemd. Altijd opgewekt, altijd op charmant-vaderlijke toon dominant, altijd ongrijpbaar en vluchtig, altijd telefonisch want dan niet te traceren - ik denk eraan dat dit personage geïnspireerd kan zijn op Wouter Bos en Mark Rutte. Het project is zo’n overheids-IT-project dat mislukt en veeel teveel geld kost, het leidt tot een parlementaire enquête waarin ook Jaap wordt gehoord. En passent horen we ook welke rollen externe adviseurs spelen voor de landelijke overheid: een spindocter (Frank) en een IT-specialist, ze blijven in de luwte, dragen geen verantwoordelijkheid en verdienen zich suf aan angstige en incapabele ambtenaren. Jaap beschrijft de adviseurs als volgt: “Jullie zijn allemaal tot op het bot verwend. Jullie hebben geen enkel gevoel voor verantwoordelijkheid - jullie kennen geen tegenslag. Dat is jullie tragiek.” Een van de adviseurs beschrijft de ambtenaren als volgt: “(…) als ik naar jou kijk, zie ik een man in een ergonomische bureaustoel op de negentiende verdieping van een Haagse toren, waar je mailwisselingen aan het doorsturen bent naar collega’s.”
“Waarom moest altijd het slachtoffer in het middelpunt van de belangstelling staan? Waarom altijd dat persoonlijke verhaal?” “Iedereen maakte zich allang weer druk over andere dingen (…). Andere oorlogen. Alles was content.” “‘Op televisie wil iedereen vrouwen zien die echt iets willen, die zeggen fuck it, ik ga iets radicaals doen. Dat is oprecht heel sexy.’”
“In een bestuurskamer op de vierde verdieping had ze seks gehad met een student filosofie. Uitzicht op het Singel. Wat zou die jongen nu doen? Hij zal nu wel kaal en saai zijn. Aantrekkelijke studenten in leren jasjes veranderen in kalende dertigers met jumpers van Patagonia en taupe-kleurige sneakers van New Balance in samenwerking met Patta. De tol van het verstrijken des seizoenen.”
“Trouwens, waarom zou ze lid willen worden van een club die haar als lid wilde?”
“Je kunt prima zonder luxe, tot je het hebt - dan kun je niet meer zonder.”
“Natuurlijk moest er een huis worden gekocht. Hoe meer zekerheid, hoe beter. Iedereen staarde zich blind op bezit, niemand zag de ketenen en het verlies van vrijheid.”
Doodgeschoten Juliëtte krijgt het voor elkaar om de door het Oekraiense leger krijgsgevangen gemaakte Russische generaal Pavel Miljoekov te spreken. Hij wordt gevangen gehouden door Oekraïners maar er zijn ook Amerikanen in burger bij het gesprek aanwezig. De afspraak is gearrangeerd door een Amerikaan. De Amerikanen praten in de ‘wij’-vorm. FBI? Huurlingen? Wapenhandelaren? De Amerikanen eisen dat ze het gesprek filmt en streamt. “Oorlog is theater.”, zegt de generaal daarop. Hij houdt een propagandaverhaal over dat Rusland is gebouwd op geweld, daarna op hiërarchie, daarna op alcohol om de ongelijkheid te verzachten en broederschap te bevorderen; en dat Europa een vazal van Amerika is. Op een bepaald moment denkt Juliëtte dat ze onderdeel is van een hinderlaag, dat het de bedoeling is dat de generaal wordt gevonden. Inderdaad wordt het gesprek abrupt afgebroken door een Russische overval. Iedereen overlijdt, alleen Juliette overleeft. Dan komt spindocter Frank aangereden die haar tot aan het front is gevolgd wegens de ge-wel-di-ge nacht op het festival in Zuid-Afrika. In een gehuurde luxe Range Rover. “Hij draaide ‘A forest’ van The Cure. ‘Ik hou ervan als de muziek bij de omstandigheden past, dat maakt het filmisch.’” Er kleeft bloed aan de suède laarzen van Saint Laurent van Juliette. Als Frank onderweg terug naar Kyiv langs de weg stopt om te pissen, wordt hij door een drone doodgeschoten.
Restaurant Het boek eindigt met een gezinsdiner in het restaurant waar ze altijd eten als er iets belangrijks is. Moeder met zonnebril en gek hoedje op, bang om te worden herkend (grootheidswaan). Als dat uiteindelijk gebeurt, is het een positieve ervaring. Serge met zonnebril, omdat hij bang is voor de wereld, en veeel te weinig slaapt. Juliette kaal, net terug uit de Donbas. Jaap, uitgerangeerd, is de enige met een gezonde eetlust.
Op ingenieuze en soms hilarische manier legt Sommer de hypocrisie van de Amsterdamse havermelkelite anno 2026 bloot. Hier en daar voelen de personages wat karikaturaal, maar dat is bijzaak in een verhaal dat blijft boeien en een boek dat je maar moeilijk weglegt. Mooie nieuwe roman van een schrijver die elk boek beter wordt in de analyse van zijn eigen generatie.
Gooi Herman Koch, Joost de Vries en de Correspondent in de mix en je krijgt dit boek. Drie delen, in elk volg je een familielid gecombineerd met soms vermakelijke, soms wat saaie zijpaadjes.
Tijdens het lezen ging ik af en toe slecht op het vlugge randstedelijke stijltje maar nu het boek uit is en het verhaal rond, toch tevreden.
‘Apocalypse Now’ parallel met de roadtrip in Oekraine is aardig.
vermakelijk boekje, leuke en gevarieerde verwijzingen naar zaken van deze tijd (Boekestijn en de Wijk, zelfscankassa's etc.). De personages zijn soms ietwat clichématig en het verhaal rammelt af en toe een beetje. Zeker geen onvergetelijk of wereldschokkend boek, maar absoluut vermakelijk.
Een vader die hoog op de ambtelijke ladder in een politieke financiële klucht miljarden verspeelt en zijn kinderen de “verloren generatie” noemt. Een moeder die na haar politieke val als minister landt in een inrichting. Een zoon die deze val vastlegt in een portretfoto en zich daarmee vestigt als kunstenaar, maar vervolgens geïsoleerd raakt door zijn angsten en geen enkel werk meer produceert. Een dochter die als oorlogsverslaggever neerkijkt op iedereen, maar toch leeft voor het publieke succes van haar verslagen.
Een satirisch verhaal over een gezin uit de stedelijke elite dat uit ontzettende losers blijkt te bestaan.
Vermakelijk geschreven aanval op randstedelijkheid en de onzinnige opvattingen en bezigheden van de moderne westerling. Toch kwam het verhaal niet helemaal van de grond, gevoelsmatig was dit meer het geval geweest als het boek 100-200 pagina’s langer geweest was. De karakters zijn interessant en schreeuwen om meer ontwikkeling en aandacht. Desondanks geen twijfel dat Sommer meer moois gaat schrijven!
"Iedere crisis komt voort uit onze verbeelding. Maar het feit dat het is ingebeeld maakt het niet minder erg."
Mooi en actueel boek over de huidige tijdsgeest en de crisis die ontstaat wanneer verwachtingen die mensen van het leven en van elkaar hebben op allerlei manieren niet uitkomen. Het boek roept soms ook ongemak en irritatie op doordat ieder karakter iets onuitstaanbaars heeft.
Grappig en actueel boek over een slecht functionerend gezin. Het ‘ambtelijke’ deel is voor mij het meest herkenbaar, meer dan de dolende kunstenaar of de oorlogsverslaggever met doodsverachting in ieder geval, en daarmee het meest vermakelijk.