Net voordat Daan Borrel met haar moeder aan een etappe van het Pieterpad begint, ontdekt ze tijdens een snelle plas dat ze onverwacht zwanger is. Het weerhoudt hen er niet van de pas erin te zetten: wandelen zullen ze.
Vier jaar later maakt Borrel de wandeling opnieuw, deze keer in haar eentje. Voor haar gevoel heeft ze sinds ze moeder is nooit meer écht gewandeld. Dat wil zeggen, zoals westerse filosofen dat aan het eind van de achttiende eeuw voor zich zagen: alleen en ver, het liefst in de wilde natuur, en zonder verantwoordelijkheden en verplichtingen. Tussen Millingen aan de Rijn en Groesbeek, tegen de Duitse grens, overdenkt Borrel wie er in deze tijd op die manier kunnen wandelen. Wat betekent het precies om vrij van lichaam en geest te zijn?
De Duivelsberg is een openhartig en vlammend pleidooi voor een nieuwe benadering van wandelen.
Daan Borrel (1990) schrijft essays, proza en theater. In 2018 verscheen Soms is liefde dit, haar verhalende en persoonlijke essay over verlangen en seksualiteit. Samen met Milou Deelen schreef ze het boek Krabben – van vrouw tot vrouw (2020). In datzelfde jaar verscheen ook haar boek Jaar van het nieuwe verhaal, waarin Borrel de menstruatiecyclus leidend laat zijn voor een nieuwe betekenis van tijd, intimiteit en liefde. In 2024 verscheen haar romandebuut De dragers, evenals het boek Baren buiten de box van Bahareh Goodarzi, waarvoor Borrel de interviews verzorgde.
Daan Borrel - nooit eerder van haar gehoord - voegde een vlot geschreven, filosofisch onderzoekend deeltje toe aan deze wandelreeks. Met Rebecca Solnits Wanderlust: A History of Walking als gps baant ze zich een filosofische weg langs de zogenaamde onafhankelijkheid van blanke welvarende mannen die in de achttiende eeuw de vrijheid genoten om al wandelend hun ideeën, gedachten en inspiraties aan te scherpen.
Ook voor Daan Borrel stond wandelen ooit voor vrijheid en onafhankelijkheid, maar die eindigde abrupt toen ze bij het begin van een wandeling met haar moeder een positieve zwangerschapstest deed. Sindsdien veranderde alles en nam de afhankelijkheid het over. Vier jaar later doet ze die wandeling opnieuw. Alleen deze keer, om te ontdekken hoe het met haar vrijheidsgevoel gesteld is. Met naast Solnit nog een aantal andere vrouwelijke wandelaars/auteurs onderzoekt ze de beweegredenen en het wandelgedrag van vrouwen.
Dat zorgt voor een onderhoudend en boeiend parcours waarin Daan Borrel afwisselend inzoomt op haar eigen leven (op tijd terug moeten zijn voor de crèche) en uitzoomt naar de samenleving en de geschiedenis van het wandelen. Het mooiste daaraan is dat ze zich niettegenstaande haar angsten en frustraties weet te verzoenen met haar situatie als moeder, door vrijheid te vinden in afhankelijkheid. Een mooie, verfrissende, lichtvoetig geschoeide gedachte. 3,5*
‘De Duivelsberg’ van Daan Borrel is het eerste boek dat ik van haar lees en het gaat zeker niet de laatste zijn. De auteur heeft een hele aangename schrijfstijl en weet de lezer in het verhaal mee te slepen. Heel trefzeker en daardoor herkenbaar heeft Borrel de omgeving waarin ze wandelt beschreven. Het verslag is geschreven met de nodige humor en dat samen met de prachtige reflecties zorgt voor een interessante dynamiek in het verhaal die er voor zorgt dat de lezer het boek niet aan de kant kan leggen. Meeslepend, reflectief en weer een geweldige aanwinst op deze prachtige serie.
Aardig idee blijft steken in parmantigheid van het type 'Goethe had een punt' (en een citaat van Goethe heet een 'quote', ja dag!), geen wezenlijke belangstelling voor de doorwandelde ruimte (tot twee keer toe 'een saaie wandeling', tja ga dan ergens anders lopen) en veel feministische correctheid (zo zijn zo'n beetje alle aangehaalde filosofen 'wit' en 'welgesteld' en hebben ze gemakkelijk praten, tja, haal ze dan niet aan). Stilistisch ook niet bijzonder. Eigenlijk het enige dat wel aardig is de zelfspot over de gewenste onafhankelijkheid en de nadien ervaren en beleden afhankelijkheid, al is dat dan nu ook weer niet een gedachte die verrast. Het is een wandeling, waarbij Amsterdam als centrum van het universum meereist en de wereld waarin gewandeld wordt niet met frisse ogen wordt waargenomen. Ook eindredactie van de tekst is nogal 'sloppy', zo blijkt (het lichaamsdeel) 'bekken' een meervoud te zijn.
Heerlijk feministisch wandelboekje. Als iemand die graag in de bergen wandelt, maar nu midden in de tropenjaren zit met kleine kinderen, is het verhaal heel herkenbaar. Daan Borrel schrijft mooie zinnen over het ouderschap.
Daan Borrel neemt haar moeder mee op een wandeltocht op het moment dat ze net bevestiging krijgt dat ze zwanger is. Tijdens de wandeling praten de twee vrouwen over alles wat met zwanger zijn en kinderen opvoeden te maken heeft, maar dan vooral al de praktische zaken.
Vier jaar later onderneemt Daan Borrel dezelfde wandeling, deze keer alleen. Tijdens deze eenzame wandeling over het Pieterpad ontdekt ze dat ze eigenlijk sinds ze moeder is geworden geen echte wandelingen meer heeft gemaakt. En met 'echte' wandeling wordt bedoeld, alleen en ver, zoals de westerse filosofen uit de achttiende eeuw het voor zich zagen. Filosofen als Thoreau, Solnit, Rousseau... filosofen die het wandelen als een mogelijkheid zagen om tijdens deze contemplatie te filosoferen. Je geest openstellen voor een vrijheid die tegenwoordig niet meer lijkt te bestaan.
Intussen las ik een viertal van deze 'wandelingen' die bij Terloops, Uitgeverij Van Oorschot verschenen. En eerlijk, deze wandeling met Daan Borrel kon me niet helemaal bekoren. Behalve de geschiedenis die erin vermeld wordt over de Duivelsberg zelf, zie ik niet zo heel veel toegevoegde waarde in dit deel. Het is een van de minst memorabele novelles uit de reeks.
Niettemin blijft deze reeks wel inspirerend en zoekt het een grens op tussen filosoferen en wandelen.
Wat me heel hard aanspreekt is de cover, met de prachtige tekening van een dagpauwoog. Eén van de redenen waarom ik deze boekjes zo graag in mijn kast zie staan zijn de geweldig mooie covertekeningen.
Daan Borrel is geweldig. De Terloops-reeks van Van Oorschot is geweldig. En nu is er een Borrel verschenen in die reeks: woehoe!
Tijdens het wandelen mijmert Daan Borrel in De Duivelsberg over wandelende mannelijke filosofen en het contrast met wandelende vrouwen. Net als ik las zij Rebecca Solnit die daar ook over schrijft. Wandelen draait om vrijheid: vrijheid hebben om te wandelen en ze verkrijgen door te wandelen. Twee dingen die niet voor vrouwen waren weggelegd en nu eigenlijk nog steeds niet. Mannen wandelen alleen, vrouwen durven dit vaak niet uit veiligheidsoverwegingen. Ze hebben ook de ruimte niet en kunnen daardoor ook geen ruimte innemen.
Voor veel lezers zal de plots ontdekte zwangerschap van Daan en de link met haar moeders zwangerschap het hoofdthema van dit boek vormen. Voor mij draaide het vooral om het ‘vrouwelijke’ wandelen.
Borrel heeft de gave om de vinger op de zere plek te leggen en dan nog wat door te duwen. Ik hou daar van. Bij deze bied ik me aan om met haar te gaan wandelen, dan hoeven we beide niet alleen te gaan en kunnen we samen filosoferen over ruimte en vrouwelijkheid.
Ik had me echt verheugd op dit deel uit de serie, maar ik vond het de slechtste die ik tot nu toe heb gelezen. Meestal word je meegenomen met de wandeling, maar nu werd ik meegenomen in de innerlijke dialoog van de vertelster. En die was op z’n minst opmerkelijk en best wel saai. Dat de auteur het zelf heeft ingesproken werkte ook niet mee, echt saai om te luisteren. Overigens lopen er vaak ook vrouwen alleen in het gebied en zijn niet alle mannen die er lopen op zoek naar een vrouw om aan te vallen. Geen aanrader.
Daan Borrel neemt haar moeder mee op een wandeltocht op het moment dat ze net bevestiging krijgt dat ze zwanger is. Tijdens de wandeling praten de twee vrouwen over alles wat met zwanger zijn en kinderen opvoeden te maken heeft, maar dan vooral al de praktische zaken.
Vier jaar later onderneemt Daan Borrel dezelfde wandeling, deze keer alleen. Tijdens deze eenzame wandeling over het Pieterpad ontdekt ze dat ze eigenlijk sinds ze moeder is geworden geen echte wandelingen meer heeft gemaakt. En met 'echte' wandeling wordt bedoeld, alleen en ver, zoals de westerse filosofen uit de achttiende eeuw het voor zich zagen. Filosofen als Thoreau, Solnit, Rousseau... filosofen die het wandelen als een mogelijkheid zagen om tijdens deze contemplatie te filosoferen. Je geest openstellen voor een vrijheid die tegenwoordig niet meer lijkt te bestaan.
Intussen las ik een viertal van deze 'wandelingen' die bij Terloops, Uitgeverij Van Oorschot verschenen. En eerlijk, deze wandeling met Daan Borrel kon me niet helemaal bekoren. Behalve de geschiedenis die erin vermeld wordt over de Duivelsberg zelf, zie ik niet zo heel veel toegevoegde waarde in dit deel. Het is een van de minst memorabele novelles uit de reeks.
Niettemin blijft deze reeks wel inspirerend en zoekt het een grens op tussen filosoferen en wandelen.
Wat me heel hard aanspreekt is de cover, met de prachtige tekening van een dagpauwoog. Eén van de redenen waarom ik deze boekjes zo graag in mijn kast zie staan zijn de geweldig mooie covertekeningen.
Een niet onaardig verhaal binnen de Terloops wandelingen reeks en dit keer een etappe van het Pieterpad. Super leuk, al ging het natuurlijk over meer dan alleen het pad en dat was prima in dit geval. Genoeg voor een uurtje leesplezier.
Ik had nog nooit van deze schrijfster gehoord, maar dit was alvast een naar meer smakende kennismaking. In een vlotte stijl beschrijft Borrel niet alleen de wandeling die ze voor een tweede keer maakt, maar tevens de levensweg die ze in die vier tussenliggende jaren heeft afgelegd.
Heel leuk dat het hier in de buurt afspeelt. Op een fijne manier verteld waardoor je zin krijgt om te gaan wandelen en te genieten van alles om je heen. Naar mijn mening ging het verder te veel over zwangerschap en kinderen.