'Een sprong in het duister', dat was de verzuchting die de Duitse kanselier Bethmann Hollweg in juli 1914 slaakte toen hij dacht aan de mogelijkheid van een oorlog. Duitsland nam een enorme gok - en verloor. De Eerste Wereldoorlog, die vanaf de zomer van 1914 als een orkaan over Europa trok, zou het continent volledig ontredderd achterlaten: het was de 'oercatastrofe van de twintigste eeuw'. In deze oorlog vond de ontsporing in extreem geweld, dictatuur en de uitroeiing van hele bevolkingsgroepen zijn oorsprong. Centraal in dit boek staat de vraag naar de plaats van de Eerste Wereldoorlog in de Duitse geschiedenis. Het gaat dan vooral om de relatie van deze oorlog met de voor- en naoorlogse historie. Duitsland rond 1910 was een heel ander Duitsland dan in pakweg 1920, toen het bijna door een burgeroorlog werd verscheurd. Het Duitse Keizerrijk bezat vóór 1914 de potentie om zich te ontwikkelen in de richting van een moderne, democratische samenleving. Pas door de oorlog zelf vond er een proces van radicalisering plaats dat zo'n zware hypotheek zou leggen op de periode na 1918. Omdat Nederland erin slaagde tijdens de 'Grote Oorlog' neutraal te blijven, denken veel landgenoten nog altijd dat zijn betekenis niet zo groot is geweest. 'Sprong in het duister' maakt met die illusie korte metten.
Patrick Dassen promoveerde op het werk van Max Weber in zijn politieke en intellectuele Duitse context: De onttovering van de wereld. Max Weber en het probleem van de moderniteit in Duitsland, 1890 - 1920 (1999), dat ook uitgegeven werd door Van Oorschot. Hij werkte bij het Duitsland Instituut in Amsterdam en aan de universiteiten van Groningen en Amsterdam. Sinds 2004 doceert hij aan de Universiteit Leiden.
3,5 ster. 4 sterren voor wat Dassen vertelt, 3 sterren voor hoe hij het vertelt. Uitgangspunt van 'Sprong in het Duister' is aantonen dat de Duitse geschiedenis vanaf de 19e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog geen 'Sonderweg' is, waarbij het autocratisch-militaristische karakter van de Duitse samenleving gedoemd was te eindigen in de teloorgang in 1945. Er waren volgens Dassen wel degelijk sterke democratische, gematigde, liberale krachten in het 2e Keizerrijk aanwezig die er voor hadden kunnen zorgen dat het gemankeerde parlementaire systeem zich had ontwikkeld tot een volwaardige democratische samenleving. Cruciaal daarbij is dat de 1e Wereldoorlog een dusdanige ontwrichtende uitwerking had op de Duitse samenleving, dat de anti-democratische, militaristische krachten uiteindelijk de overhand krijgen, en Duitsland zetten op een pad van zelfvernietiging.
Het goede aan Dassen's betoog is dat hij de dynamiek van al deze tegenstrijdige krachten tijdens WW1 goed beschrijft en een goede beargumentering geeft voor zijn stelling. Waar hij minder in slaagt is om dit op een prettig leesbare manier te doen, waar hij de lezer de ruimte geeft zijn eigen mening te vormen. 'Sprong in het Duister' leidt aan een gebrek waar veel Nederlandse geschiedwetenschap last van heeft. Het betoog wordt voornamelijk gedaan in een aanmatigende, belerende toon. Daar waar Angel-Saksische geschiedschrijving uitblinkt in een verhalende, meeslepende manier van vertellen, blijven Nederlandse historici vaak hangen in het eindeloos overtuigen van de lezer van zijn gelijk. Ook Dassen maakt zich daaraan schuldig, waardoor je vaak het gevoel hebt dat de lezer aangesproken wordt als een student geschiedenis, die door de Professor wel even verteld zal worden 'hoe het nu werkelijk was'.
Een tweede belangrijk uitdaging bij dit boek, maar dat is meer een aandachtspunt voor wie dit boek wil lezen dan echt een tekortkoming, is het gegeven dat Dassen heel veel wil vertellen in een betrekkelijk compact werk van 400 pagina's. Naast het al bovengenoemde corrigeren van de Duitse 'Sonderweg', stelt Dassen zich ten doel om aan te tonen dat Duitsland niet de hoofdschuldige is aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en daarnaast dat de Weimarrepubliek wel degelijk een kans van slagen had, ondanks z'n ongelukkige onstaansgeschiedenis. Deze 2 onderwerpen alleen al geven genoeg stof om hele boekwerken vol te schrijven, maar ze worden door Dassen slechts oppervlakkig behandeld. Daarbij worden veel onderwerpen als bekend verondersteld bij de lezer en gebruikt hij een aantal maal zelfs letterlijk de uitdrukking 'en hoe dat daarna afliep is bekend' (of woorden van gelijke strekking), waarbij dat maar de vraag is of dat ook werkelijk zo is. 'Sprong in het Duister' kun je daarom alleen lezen als aanvulling op andere specialistischere werken. 'Sleepwalkers' van Clark wordt daarbij vaak al zelf door Dassen aangehaald als een goed boek over de aanleiding tot WW1. En misschien kan zijn eigen nieuw verschenen boek over de Weimarrepubliek een rol spelen voor een uitweiding over de periode daarna. Ik ben in ieder geval wel nieuwsgierig naar dat boek, ondanks de hier benoemde bezwaren van Dassen's betoogtrant. Uiteindelijk zijn zijn aangedragen ideeën en argumenten wel interessant genoeg om ook dit vervolgboek een keer op te pakken.
Na eerste De Weimarrepubliek van Dassen gelezen te hebben, ben ik pas dit boek op het spoor gekomen. Ze zijn in deze volgorde te lezen, maar andersom is beter. Dassen laat overtuigend zien op welke inschatting(fouten) en toevalligheden het feitelijke begin van de Eerste Wereldoorlog is gebaseerd en hoe dit uit de hand kon lopen met alle vreselijke gevolgen voor de rest van de eeuw van dien. Het duiden van deze periode in de geschiedenis krijgt wat mij betreft erg weinig aandacht. Zeker in het tijdsgewricht van nu zou dat anders moeten. Hoewel de boeken van Dassen flink in omvang zijn, is er veel voor te zeggen dat zij verplichte scholingskost zouden moeten. Maar ja......