‘Briljant’ lijkt me hier minder van toepassing dan ‘(als een) ruwe diamant’. Martin Shaw is duidelijk van het ongepolijste, de hoekige stijl doet een hoekig schrijver vermoeden. In een vergelijkbaar spoor: wat hij te bieden heeft is metafysica van de onderste plank; noodzakelijkerwijs makkelijk voor het grijpen, en je kijkt er alleen maar tot je schade evenzeer gemakkelijk overheen.
Het concept van het boek is even simpel als verreikend: drie «sprookjes» worden verteld en, gaandeweg, van commentaar voorzien. De toepassing bij die exegese wordt vervolgens aan de lezer overgelaten, waarbij Shaw niet terughoudend is met de suggestie hoezeer het hem om existentiële dingen is te doen.
(Dankjewel Kees van Ekris voor de promotie van het boek en het voorwoord erin. Dankjewel Menno van der Beek voor de struise vertaling; het kan geen kwaad de toegankelijkheid van dit boek voor het Nederlandse taalgebied te vergroten, ook al is de wildernis alhier van – op z’n minst – discutabele aard.)
In de film ‘The Summer House’ zegt de Jeanne Moreau, een wijze dame met een grote bos rood haar tijdens een gesprek in de keuken, dat ieder mens wel iets heeft, dat haar of hem laat huilen. ‘Wat dan bijvoorbeeld?’, zegt haar hulp in de huishouding, en dan zegt Moreau ‘De eenzame wind die langs de rand van de oneindigheid raast, en de wolven van het kwaad, blaffend in de leegte.’ Herkenbaar, voor velen van ons. En dus hebben we misschien hulp nodig.
En toen las ik ‘Smoke Hole’, van Martin Shaw. Zoals er mensen naar hem toekomen, als hij retraites organiseert in een bos, waar gepraat en gevast wordt, en waar Martin verhalen vertelt bij het kampvuur, en dat die mensen zich dan nieuw en blij voelen als ze bij hem weggaan, zoiets had ik na het lezen van zijn boek. Hij vertelt ook sprookjes in zijn boek, die hij dan uitlegt. Waarna je dan opeens begrijpt waarom veel gedrag dat je om je heen ziet, en soms in de spiegel ziet, eigenlijk zo onvolwassen is. En wat je eraan zou kunnen doen. En dat het hoog tijd is dat we dat met zijn allen gaan doen, volwassen gedrag vertonen dus, voor de aarde en voor elkaar. Met ogenschijnlijk onweerlegbare en tegelijk eenvoudige conclusies, die hij uit de kale vertellingen die sprookjes nou één keer zijn trekt, met jagers, prinsessen en erfgenamen, alsof je op een boomstronk in zijn bos naar hem zit te luisteren. Het lukte me de hele tijd mijn mond te houden.
Er zijn veel mensen geweest die me in een boek iets moois hebben uitgelegd, Annie Dillard bijvoorbeeld, zoals ze over de reizigers naar de pool schrijft, of Willem Barnard bijvoorbeeld, hoe hij over liturgie schrijft, maar de verlichting en verwondering bereiken met sprookjes, dat was nieuw voor me. En dat je dan ook als het boek dicht is het gevoel er aan overhoudt, dat je iets begrijpt van wat je, in een onbewaakt ogenblik, om je heen ziet, dat maakte voor mij zijn korte en krachtige boek tot iets dat ik eerder had willen tegenkomen. Maar nu was ook heel mooi.
Onderstaand citaat komt uit ‘De dood van de sprookjesverteller’, van Godfried Bomans, en het is voor Martin Shaw, bij wijze van dank, dat hij misschien de toekomst ook met vertrouwen tegemoet kan zien:
‘Dit is een sprookjesverteller’, antwoorde de Dood. [..] ‘Wat was zijn laatste gedachte?’ vroeg God. ‘Hij wilde een kabouter zien’, antwoorde de Dood verlegen. God glimlachte. ‘Dat is een zeer goede gedachte’, zeide hij. ‘Laat hem derhalve binnen.’
Zeer diepzinnig en filosofisch. De kracht van het vertellen van verhalen zijn we verloren, dat is een punt wat hij terecht maakt. Erg jammer. Maar ik zal het nog een keer moeten lezen om het beter te begrijpen...
Een heerlijk, diep heidens boek. Met voorwoord van Kees van Ekris. Oorspronkelijke titel: Smoke Hole (2011). S. probeert om via eeuwenoude sprookjes en mythen betekenis te geven aan onze chaotische, moderne tijd. Hij maakt onderscheid tussen de ‘verrekijker’ (met Internet/Google ... (p. 121)) – onze moderne, op schermen gerichte, hyperfocuste en vaak paniekerige manier van kijken – en het ‘rookgat’ – een bredere, tragere en meer animistische/mythische blik op de werkelijkheid. Aan de hand van drie traditionele verhalen biedt hij een filosofisch tegengif voor de angst en het cynisme van de eenentwintigste eeuw. Een aanrader voor iedereen die zich overweldigd voelt door de snelle, digitale wereld en verlangt naar de tijdloze wijsheid van oude verhalen, mythen en de wildernis. Om langzaam te lezen. S. schrijft prachtig en poëtisch.