"Ze had God zelf nog niet ontmoet, die was er nooit. Zijn butler regelde alles."
In De butler van God, een satirische, ontroerende en spannende roman over familie en over liefde, draait de wereld om kunst. Om het geld dat ermee te verdienen valt, om de status en aandacht die ermee te verkrijgen zijn, om de schimmige spelletjes die ermee te spelen zijn, en natuurlijk om de inspiratie, de schoonheid en de troost.
We reizen van Amsterdam naar Berlijn, Parijs, en vooral Venetië, waar de grote kunstbiënnale wordt gehouden. We volgen een klimaatactivist die geen soep naar schilderijen wil gooien, een afgewezen tekenares die van haar kunst wil leven, een rijke maar onvervulde galeriehoudster, en nog enkele anderen die proberen hun dromen waar te maken (of niet ten onder te gaan) in de keiharde internationale kunstwereld. Sommigen van hen zijn familie van elkaar en waren dat liever niet geweest. Twee van hen komen om het leven. Maar wie?