What do you think?
Rate this book


120 pages, Paperback
Published April 9, 2026
'Je zit op een stoel, nee, je zit op een stoel. En zittend op een stoel heb je het gevoel dat je zowel in als buiten je lichaam zit, dat je hier op een stoel zit aan een tafel en dat je tegelijk op een stoel in je hoofd zit, dat de muren van de omringende ruimte naadloos overlopen in de wanden van je schedel als twee kruisende lijnen op een lege pagina, nee, dat gevoel heb je en daarom is het nu onmogelijk om wat er is, de feiten, en wat je ervaart, de gevoelens, van elkaar te onderscheiden.' p.9… en zo gaat het door, tot pagina 117. Op de titelpagina staat ‘roman’. Vanzelf las ik het als een toneelstuk met twee rollen: De spreker (Ik noem hem (?) de Stem) en de persoon die zwijgend op een stoel zit (Ik noem hem (?) Je). Een monoloog? Misschien wel een dialoog voor 1 stem en 1 zwijgende zittende persoon? Een dialoog waar je alleen één kant hoort, net als in La voix humaine van Jean Cocteau, maar hier is de ander, Je, zichtbaar én zwijgt. Een duet. Een duel.

'It was sitting down somewhere that was the problem, because as soon as I sat down it made me feel like I was so conspicuous. Maybe no one else noticed. But the feeling was so strong it was almost like a light that radiated from me, and everything I did then would have to take place in that light. Whatever it was, reading a book, sipping my beer or wine, or just gazing. I became incredibly aware of it, as if I could see myself from the outside and the inside at the same time. I'm sitting here on my own, she's sitting there on her own. And then in no time at all my thoughts would be churning and dark, I couldn't stand it, and if I was going to stay I'd have to fight it, fight against it the whole time, that light that shone out of me, the extra person inside me who kept such a close eye on everything I did.' p.119

'en dan leg je je handen opengevouwen op het tafelblad, anachronistisch, handen, onbeweeglijke handen opengevouwen als twee oude kolenschoppen, twee blokken marmer waaruit een psychotische beeldhouwer met bloedende beitels twee rudimentaire handen heeft gehouwen, en de structuur van je huid in je handpalm legt geïdealiseerde beelden in je bloot, beelden die misschien niet waar zijn maar die daarom niet minder pijn doen.' p.16
'en als je het zwembad verlaat heb je altijd het gevoel dat je je eigen lichaam onder water hebt opgeraapt en nadien in een kleedhokje hebt aangetrokken' p.21
'en dus wil je naar buiten lopen, nee, dat wil je, de geur ruiken van hars en rotte bladeren, luisteren naar het fluisteren van bevend riet dat zich vermengt met miljoenen dansende blaadjes, je wil de partituren van piepende boomstammen ontrafelen, de natte schors van een spar aanraken, ondergedompeld worden in ochtenddauw en okertinten, schaamteloos melancholie en sentimentaliteit omarmen, dankzij het zachte groene zingen van de kruinen de romanticus in je bevrijden, je oor tegen de bleke schors van een berk leggen, luisteren naar het smiezelen en smoezelen van wormen, mieren en termieten die op, onder en in de schors banen, paden en wegen maken, wegen, paden en banen naar verborgen werelden, de weidsheid in het zichtbare kenbaar maken maar het niet prijsgeven, verstrooidheid, bruisen, wervelen, dat wil je, dat wil je.' p.34
'En bang omwille van deze gedachten bekijk je jezelf nu in het raam als een kameleon die een andere kameleon ontmoet op een dunne, dode tak, en in de reflectie van het raam zie je vaag de contouren van een gezicht, een neus, een mond, een oog, een nek, een gezicht zie je, een gezicht waarvan de onderdelen zweven, dwarrelen, onbestemd krioelen, waarvan de elementen zich weigeren te manifesteren en zich onmogelijk kunnen kristalliseren tot een duidelijk herkenbaar gelaat.' p.43
'en daarom kijk je naar sneeuwvlokjes, omdat sneeuwvlokjes kunnen dwarrelen, kunnen vallen, omhoog en omlaag, omlaag en omhoog, en van links naar rechts, en van rechts naar links, en van links naar rechts, omdat sneeuwvlokjes kunnen stuiven, spiralen, kringelen, omdat sneeuwvlokjes de aarde kunnen bedekken met witte, zachte, pluizige materie, omdat sneeuwvlokjes de aarde het zwijgen kunnen opleggen en omdat jij ervan houdt om als eerste door een ondergesneeuwd landschap te wandelen, om als eerste voetsporen in de stilte achter te laten omdat je niet kan zwijgen, om de sneeuw dus te laten kraken, knisperen, knerpen,' p.45-46
'Je bekijkt jezelf in de reflectie van het raam en in een fractie van een seconde, in een ogenblik, zie je de rauwe kleur van een aangesneden homp vlees in een slagersvitrine, de paarse romp van een dode clown, bungelend aan een trapeze in een circus enkele ogenblikken voor het faillissement, dat zie je, een tros droeve organen gebalsemd in huid, je zit op een stoel, nee, op een stoel zit je en daartussen, tussen het zitten en het zitten, zit je in die comfortabele afgrond,' p.55
'En misschien is het woord 'ik' dus geen duidelijk afgebakende entiteit maar eerder een naam die we geven aan een verzameling van zeer uiteenlopende waarnemingsbeelden waarmee we noch in het geheel samenvallen noch ons in één van de delen volledig herkennen, waarnemingsbeelden, karaktereigenschappen en persoonlijkheidskenmerken, die wij, hoewel ze dus voortdurend van vorm veranderen, onszelf toeschrijven zonder te weten wat we daar eigenlijk mee bedoelen, zoals we ook inhoudsloze woorden of woordgroepen als God, Geest, Ziel en Gezond Verstand blijven gebruiken zonder te weten wat we daar nu precies mee bedoelen, lege woorden die we blijven gebruiken zonder te weten wat we daar precies mee bedoelen en daardoor, hoe fictief ook, reëel lijken,' p.56-57
'en zittend op je stoel met je hoofd en je huid op kiep ben je niet in de mogelijkheid om wat is en wat je ervaart van elkaar te onderscheiden, zoals ruimte en tijd twee afzonderlijke brilglazen zijn van eenzelfde bril waardoor de werkelijkheid zich laat aanschouwen,' p.86
'en je hebt het gevoel, en omdat het een gevoel is, is het meteen ook een feitelijk gegeven en net omdat het een feit is, is het ook een gevoel en net omdat het een gevoel is, is het ook een feit en net omdat het een feit is, is het ook een gevoel, en daarom heb je dus het gevoel dat de ruimte rond je een spons is die een andere spons omhelst, een glibberige, poreuze ruimte gemaakt van beton, modder, algen, hars, bloed, glas, en misschien open je en sluit je je ogen tegelijk en misschien ben je zowel wakker als aan het slapen, zoals het leven en de droom tot de pagina's van hetzelfde boek behoren' p.105