'Ik zou uw dochter kunnen zijn' gaat niet over alle babyboomers, ook niet over alle millennials. Het gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart. Het gaat over intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die beide op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.
Wow. Ik en mijn afkomst hebben zich nog nooit zo provinciaals gevoeld. En ik ben er ook nog nooit zo tevreden mee geweest. Rijen voor de zuurdesembakkerij? Man, ik ben blij dat hier in de Betuwe één supermarkt open is op zondag. Ze spreekt ook over hoe de opvoeding van ons millenials moet zijn geweest (verwend, creatief gestimuleerd, meekrijgen dat je mag en kan worden wat je wil als je maar gelukkig bent etc etc). Ik dacht ¿Que?, jij bent duidelijk niet in de christelijke periferie opgegroeid vriendin. Heel bevreemdend allemaal, en dan ben ik nog links, hoogopgeleid en heb 10 jaar wel in de Randstad gewoond. Moet je nagaan wat Henk en Ingrid uit Coevorden hiervan kunnen maken.
- koopwoning: 22 - referentie naar een (pretentieus) literair werk: 16 - hoog opleidingsniveau: 10 - krant met een links intellectueel signatuur (haar woorden, niet de mijne): 9 - jonas kooyman: 7 - zuurdesem: 7 - sander schimmelpenninck: 3 - e-bike: 3 - paginalange analyse van een serie die iedereen al heeft gezien: 3 - neerbuigende opmerking over nonbinair volk: 2
Speciaal voor een klein groepje Amsterdammers voegde Smithuijsen wat anekdotes en een paar scenes van Succession toe aan het avocado-toast-discours en toen vond ze het wel gesneden.
Dit moet satire zijn, dit was zoooo elitair, wat ironisch is omdat ze zich afzet tegen de elite. Ze maakt een punt dat iedereen geprivileerd is en uit de hoogte, maar vervolgens citeert ze wel Tolstoj, Thomas Mann en Gustave Flaubert. Deze ene ster is voor de Addison Rae quote. Ik vond veel uitspraken ronduit naar verwoord, en super onvriendelijk klinken. Laatste opmerking: Ik vind het knap dat je in een betoog ALLE partijen slecht kan neerzetten.
Geachte mevr. Smithuijsen, En ja, wat moet ik met uw essay? Misschien moet u eens een spannende en vooral boosaardige detective schrijven, want dat kunt u vast heel goed!
Volgend jaar graag een boekenweekessay over de rivaliteit tussen de voetbalclubs van Gasselte en Stadskanaal, dat lijkt me voor een even groot publiek relevant.
Smithuijsen schrijft vlot en goed, onderbouwd haar standpunten met een goed stukje geschiedenis over het Nederlandse politieke landschap, maar wat nou precies het punt is van dit essay (behalve een verschil tussen twee generaties aanduiden aan de hand van twee zeer specifieke anekdotes over een arthouse bioscoop en een zuurdesembakkerij) weet ik niet.
Op de achterkant van het boek staat: “Het gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart. Het gaat over intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die beide op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.”
De tweede zin slaat zeker op dit boek, maar die concurrentie vatte ik niet helemaal. Elkaar de schuld geven van de staat van de wereld - tsja een beetje een open deur. Ze beschrijft naar mijn mening in dit boek een zeer specifiek groepje zeurende Amsterdammers (er staat Nederlanders en Randstad hoor maar we voelen aan alles dat het om Amsterdam gaat), maar bindt geen conclusies aan de anekdotes over deze zeurende mensen. (Misschien moeten essays geen conclusies hebben - maar ergens voel ik die behoefte). Behalve dat “Het deel van haar generatie dat nu aan hun ouders verkondigt: het leven dat jullie me beloofd hebben is niet mogelijk in de wereld die jullie voor me hebben achtergelaten.” Maar om daar nou een heel essay aan te wijden waarin de grootste delen van het essay (scherpe en goede - dat wel - maar ook enorm selectief van een bepaald soort mens) omschrijvingen zijn van die arthouse bioscoop en die zuurdesembakkerij - ik weet het niet.
Jonas Kooyman van de Havermelkelite wordt aangehaald in dit boek (natuurlijk) en er wordt gezegd dat hij zich ‘leeg’ voelt en lijdt aan verwachtingscrisis. Smithuijsen omschrijft dit goed en het is allemaal waar, en het is slim en het zijn mooie zinnen, maar ergens blijf ik ook met een gevoelsmatige leegheid achter na het lezen van dit essay, en misschien is dat juist het probleem van deze ‘generatie’ gepriviligeerde millennials: we roepen en zeuren maar echte dingen doen, en acties of conclusies verbinden doen we niet. Het blijft bij post ironische scherpe omschrijvingen, maar echt de diepte in, of echte problemen aankaarten doen we niet. “Huidige generatie welgestelde millennials - de eerste generatie die gemiddeld genomen sociaaleconomisch zal dalen ten opzichte van haar ouders.” - o wat zielig voor ons, en wat dan nog? Zijn er geen belangrijkere dingen die we moeten bespreken?
Kan me niet aan de indruk onttrekken dat alle zure recensies de ironie van hun kritiek zelf niet helemaal inzien. Goed, de karikaturen zijn wat veel, maar laten we onszelf niet te serieus nemen. Smithuijsen maakt wat mij betreft een mooi punt (dat de nieuwe generatie geen ruimte meer heeft om sociaaleconomisch te stijgen en daar ontzettend mee worstelt), en verpakt dat in een grappig, vlot geschreven essay, dat op gezette momenten haar punt nauwkeurig illustreert.
Ik ben Doortje Smithuijsen-fan dus deze review is verre van objectief. Ja, een solide klasse-analyse ontbreekt. Ja, het is betoog dat vooral een selectief groepje (rand)stedelijke Nederlanders aanspreekt. Voor mij was het toch een herkenbaar en vermakelijk essay, en blijk ik misschien meer een teleurgestelde millenial (in het lichaam van een gen z'er) dan ik dacht. Mijn irritatie aan grijskoppige, entitlede boomers, heeft in dit boek in ieder geval de nodige erkenning gekregen.
vermoeiende read, vooral omdat het zó ongelooflijk randstedelijk is (soms verbaas je je over waar mensen zich allemaal druk om maken). er staat aan het einde een kort stukje dat ingaat op het feit dat deze problematiek eigenlijk alleen geldt voor een specieke klasse hypergepriviligeerde mensen in de grote steden, maar dat wordt niet echt uitgediept. (terwijl sociaaleconomische klasse me in dit gesprek énorm belangrijk lijkt). idk het is een beetje moeilijk om werkelijk geëngageerd te raken met deze issues als ik er demografisch, geografisch en cultureel zó ver vanaf sta. misschien leuk voor mensen die zijn geboren in een andere belastingschijf.
Cynisch en vermoeiend, verdient deze groep navelstaarderige mensen een boekenweekessay geschreven voor een breed publiek? Laten we ons misschien bezig houden met wat dringendere zaken en deze groep verwende rijke mensen (waar ik mij zelf ook zeker onder schaar) niet meer aandacht geven dan ze verdienen.
Iedereen leek hier een mening over te hebben, dus ik ook.
Een essay met veel maar’en wat mij betreft. Ik vond het geregeld (lang niet altijd) geestig en herkenbaar, maar ik kom uit de Randstad - ik vond het ook wel erg overdreven en ook wat polariserend. Het is wel heel nadrukkelijk “kijk mij milennials en boomers op de hak nemen”, en dat grapje ken ik ondertussen wel. Overigens diept ze die patronen wel goed uit hoor en duidt ze ze ook wel, maar ik vind het allemaal niet veel vernieuwend of scherp. De kritiek - dat dit boek wel heel randstedelijk is - lijkt me 100% terecht. Maar had dit is ook de wereld van Smithuijsen, had ze dan (geforceerd?) over iets compleet buiten haar expertise moeten schrijven? Had Paulien Cornelisse vorig jaar over wiskunde moeten schrijven? Ik weet het niet, hoor, maar het zijn wel vragen die in me opkomen zo tijdens het lezen. Laatste punt: de openingsanekdote in de bioscoop vond ik echt heel zwak. Ik vind het namelijk ook een probleem dat dingen tegenwoordig allemaal online al uitverkocht (of volgereserveed) kunnen zijn en je on the spot dus niet meer kan gaan. Zie dit stuk uit het Parool : https://www.parool.nl/nederland/reser...
Geinig essay over generaties en hun kenmerken, waarbij de kloof tussen die generaties moedwillig overdreven wordt. Beetje ons-kent-ons-vibes, omdat Doortje blijkbaar naar dezelfde zuurdesembakkers gaat als ik, dezelfde series kijkt en dezelfde culturele referenties maakt (maaja, zelfde generatie!). Maar de economische analyse over de “neoliberale economie“ is wat makkelijk en teveel op gevoel - we moeten niet vergeten dat we het netto (economisch) nog altijd beter hebben dan ooit. Goed einde dan ook: de échte elite blijft door deze “generatiekloven“ buiten schot.
Het essay wordt mijns inziens gedomineerd door zelfmedelijden en wrok, vervat in een boze toon. Hoewel het snel wegleest, iets wat in mijn geval in zijn voordeel spreekt, liet het me uiteindelijk vooral met irritatie achter. Jammer.
Na het beluisteren van Doortje Smithuijsen's interview bij 'Het Uur' was ik toch wel benieuwd geraakt naar haar boekenweekessay. In het interview vertelde ze hoe ze gefascineerd is met "de 10 procent" (de 10% rijkste Nederlanders die 62% van het nationale vermogen bezitten). Dit specifieke getal benoemt ze echter nooit in haar essay... en naar mijn mening had ze toch iets duidelijker mogen zijn over welke groep ze nou eigenlijk beschrijft. Ja, er staat wel in de flaptekst dat Ik zou uw dochter kunnen zijn "niet over alle babyboomers, ook niet over alle millennials" gaat. Maar na het lezen van dit boek lijkt mij dit niet specifiek genoeg.
In plaats daarvan schetst Smithuijsen het personage van de "tien procent"-er op basis van hyper-specifieke en karikaturistische situaties, waardoor dit personage gereduceerd wordt tot een lachwekkend stereotype. Er zit geen schrijntje menselijkheid in de millennials die en masse in de rij staan voor hun zuurdesem, de generatie x-er wiens zelfinzicht niet dieper gaat dan een modderplas. Misschien moet ik niet zulke hoge verwachtingen moet hebben over "nuance" en "diepgang" bij een limiet van 10,000 woorden... maar toch.
Uiteindelijk is haar hoofdargument dat de millennials binnen de "tien procent" een soort crisis of identity ondervinden op het moment omdat zij niet kunnen aanvaarden dat ze het leven wat hun impliciet én expliciet is beloofd door hun ouders (dat ze 'op eigen kracht' zullen stijgen op de economische en sociale ladder) niet gaan realiseren. De reden? Het overheidsbeleid van de afgelopen decennia. Maar ondertussen geven de millennials en de gen x-ers binnen die "tien procent" elkaar lekker de schuld EN blijven ze lekker voor de VVD stemmen, waardoor bijv. het woningbeleid voor iedereen hartstikke kut blijft. Het is eigenlijk pas in de tweede helft dat ze dit argument duidelijk maakt en deze helft was daarom ook veruit het sterkste. Het deed een beetje denken aan de marmottenrace analogie die Roxane van Iperen gebruikt in Eigen Planeet Eerst.
Het is dus niet alsof dit essay helemaal geen hout snijdt. Alsnog, op dit punt is het wel duidelijk dat Doortje Smithuijsen het over een hele specifieke groep mensen heeft, een groep die ook nog voornamelijk in de Randstad scharrelt. Dat laatste roept bij mij juist weer twijfel op over hoe geschikt dit essay nou eigenlijk is voor het overgrote deel van de Nederlanders die buiten de Randstad woont? Ik bedoel, "ja, leuk allemaal wat die rijken in Amsterdam daar allemaal uitspoken, maar boeien. Hun problemen zijn toch niet echt." In het interview bij 'Het Uur' zei de auteur overigens ook dat ze van mening is dat je soms "heel specifiek moet zijn om iets over het geheel te zeggen."
Tja. Ik ben niet helemaal overtuigd dat er hier veel aanknopingspunten voor het geheel zijn.
Ik wou dit echt een kans geven, maar dit was wel echt matig. Doortje Smithuijsen baseert haar punten en “analyses” echt nergens op, behalve op welbekende clichés van millenials die kennelijk allemaal elke week in de rij staan voor een zuurdesembakkerij. Sorry maar voor een boekenweekessay had ik dan toch iets meer concreet bewijs verwacht. Het voelde soms echt alsof ze alles gewoon uit haar duim aan het zuigen was lol. Ik vond ook de toon van haar essay soms echt vreemd, er wordt van mij verwacht medelijden te hebben met een groep millenials die geen mogelijkheden meer hebben om hun sociaal-economische positie te ontgroeien (ze gebruikt uitgerekend Jonas Kooyman van Havermelkelite als voorbeeld ik kan daar alleen maar over lachen). Terwijl de groep die zij beschrijft alsnog super welvarend is. Hoe is dit een probleem dat een heel essay verdient terwijl de echte armoede in Nederland alleen maar elke dag toeneemt. Het was gewoon veel interessanter geweest als ze de laatste twee hoofdstukken als basis voor haar essay had gebruikt, en een essay had geschreven over de “echte elite - de economische en bestuurlijke macht” (zoals ze het zelf beschrijft) met een sterke klassenanalyse. Als ik het woord zuurdesem nog een keer lees in een boek/essay/artikel istg
Ja, matig. Las in de recensie in Trouw: “Ze houden elkaar ‘fulltime in een ideologische houdgreep’ over welke generatie het nou ‘verpest’ heeft voor de ander, aldus Smithuijsen. Het is nog wel het zwaarst voor de millennials. Want wát geeft hun leven nou nog zin, nu ze niet hoger kunnen klimmen dan hun ouders?”
Ik vond het een enorme klaagzang over hoe zielig de millennials wel niet zijn en dat ze dat maar ‘gewoon’ ondergaan en als enige reactie hun ouders de schuld geven. Kan ik me in ieder geval niet in herkennen, maar misschien is dat omdat ik het met een koophuis ook wel weer goed voor elkaar heb.
Het boek bevat weinig tot geen sterke analyse maar dan wel weer veel (weliswaar soort van grappige) beschrijvingen van een wereld waar ik me niet in bevind.
Waarom moet alles zo geanalyseerd worden!? 'Zo fijn om in Amsterdam (of een andere grote (randstedelijke0 stad) te wonen, want daar kun je jezelf zijn en let niemand op je.' Nou hallooo! Het feit dat zo'n boek geschreven kan worden, met deze thema's, is omdat iedereen de hele dag met andere bezig is en niemand zichzelf kan zijn omdat we allemaal bezig zijn met het perfecte leven uit te stralen.
En ik vroeg me af of de boekenweek eigenlijk wel landelijk is…
Ik heb echt geprobeerd hier met een open blik in te gaan, want al had ik alle kritische recensies al gelezen dacht ik ook: moet het CPMB haar maar niet vragen, want dan weet je dat je een ‘elitair’ essay over statussymbolen kunt krijgen. Maar ik vond het betoog ook voor Doortje magertjes en oppervlakkig: het was gewoon meer van hetzelfde wat je al honderd keer in havermelkelite instagramposts hebt gelezen en dan stond de schrijfstijl me ook nog eens niet aan. De laatste twee hoofdstukken waren echter wel interessanter: waarom heeft Doortje die analyses niet verder uitgediept in de rest van het essay, waar zo veel kostbare bladzijden aan uitwijdingen over zuurdesembrood en cinevillepashouders verloren gaan?