'Ik zou uw dochter kunnen zijn' gaat niet over alle babyboomers, ook niet over alle millennials. Het gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart. Het gaat over intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die beide op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.
Wow. Ik en mijn afkomst hebben zich nog nooit zo provinciaals gevoeld. En ik ben er ook nog nooit zo tevreden mee geweest. Rijen voor de zuurdesembakkerij? Man, ik ben blij dat hier in de Betuwe één supermarkt open is op zondag. Ze spreekt ook over hoe de opvoeding van ons millenials moet zijn geweest (verwend, creatief gestimuleerd, meekrijgen dat je mag en kan worden wat je wil als je maar gelukkig bent etc etc). Ik dacht ¿Que?, jij bent duidelijk niet in de christelijke periferie opgegroeid vriendin. Heel bevreemdend allemaal, en dan ben ik nog links, hoogopgeleid en heb 10 jaar wel in de Randstad gewoond. Moet je nagaan wat Henk en Ingrid uit Coevorden hiervan kunnen maken.
- koopwoning: 22 - referentie naar een (pretentieus) literair werk: 16 - hoog opleidingsniveau: 10 - krant met een links intellectueel signatuur (haar woorden, niet de mijne): 9 - jonas kooyman: 7 - zuurdesem: 7 - sander schimmelpenninck: 3 - e-bike: 3 - paginalange analyse van een serie die iedereen al heeft gezien: 3 - neerbuigende opmerking over nonbinair volk: 2
Volgend jaar graag een boekenweekessay over de rivaliteit tussen de voetbalclubs van Gasselte en Stadskanaal, dat lijkt me voor een even groot publiek relevant.
Kan me niet aan de indruk onttrekken dat alle zure recensies de ironie van hun kritiek zelf niet helemaal inzien. Goed, de karikaturen zijn wat veel, maar laten we onszelf niet te serieus nemen. Smithuijsen maakt wat mij betreft een mooi punt (dat de nieuwe generatie geen ruimte meer heeft om sociaaleconomisch te stijgen en daar ontzettend mee worstelt), en verpakt dat in een grappig, vlot geschreven essay, dat op gezette momenten haar punt nauwkeurig illustreert.
Geachte mevr. Smithuijsen, En ja, wat moet ik met uw essay? Misschien moet u eens een spannende en vooral boosaardige detective schrijven, want dat kunt u vast heel goed!
Speciaal voor een klein groepje Amsterdammers voegde Smithuijsen wat anekdotes en een paar scenes van Succession toe aan het avocado-toast-discours en toen vond ze het wel gesneden.
Smithuijsen schrijft vlot en goed, onderbouwd haar standpunten met een goed stukje geschiedenis over het Nederlandse politieke landschap, maar wat nou precies het punt is van dit essay (behalve een verschil tussen twee generaties aanduiden aan de hand van twee zeer specifieke anekdotes over een arthouse bioscoop en een zuurdesembakkerij) weet ik niet.
Op de achterkant van het boek staat: “Het gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart. Het gaat over intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die beide op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.”
De tweede zin slaat zeker op dit boek, maar die concurrentie vatte ik niet helemaal. Elkaar de schuld geven van de staat van de wereld - tsja een beetje een open deur. Ze beschrijft naar mijn mening in dit boek een zeer specifiek groepje zeurende Amsterdammers (er staat Nederlanders en Randstad hoor maar we voelen aan alles dat het om Amsterdam gaat), maar bindt geen conclusies aan de anekdotes over deze zeurende mensen. (Misschien moeten essays geen conclusies hebben - maar ergens voel ik die behoefte). Behalve dat “Het deel van haar generatie dat nu aan hun ouders verkondigt: het leven dat jullie me beloofd hebben is niet mogelijk in de wereld die jullie voor me hebben achtergelaten.” Maar om daar nou een heel essay aan te wijden waarin de grootste delen van het essay (scherpe en goede - dat wel - maar ook enorm selectief van een bepaald soort mens) omschrijvingen zijn van die arthouse bioscoop en die zuurdesembakkerij - ik weet het niet.
Jonas Kooyman van de Havermelkelite wordt aangehaald in dit boek (natuurlijk) en er wordt gezegd dat hij zich ‘leeg’ voelt en lijdt aan verwachtingscrisis. Smithuijsen omschrijft dit goed en het is allemaal waar, en het is slim en het zijn mooie zinnen, maar ergens blijf ik ook met een gevoelsmatige leegheid achter na het lezen van dit essay, en misschien is dat juist het probleem van deze ‘generatie’ gepriviligeerde millennials: we roepen en zeuren maar echte dingen doen, en acties of conclusies verbinden doen we niet. Het blijft bij post ironische scherpe omschrijvingen, maar echt de diepte in, of echte problemen aankaarten doen we niet. “Huidige generatie welgestelde millennials - de eerste generatie die gemiddeld genomen sociaaleconomisch zal dalen ten opzichte van haar ouders.” - o wat zielig voor ons, en wat dan nog? Zijn er geen belangrijkere dingen die we moeten bespreken?
Dit moet satire zijn, dit was zoooo elitair, wat ironisch is omdat ze zich afzet tegen de elite. Ze maakt een punt dat iedereen geprivileerd is en uit de hoogte, maar vervolgens citeert ze wel Tolstoj, Thomas Mann en Gustave Flaubert. Deze ene ster is voor de Addison Rae quote. Ik vond veel uitspraken ronduit naar verwoord, en super onvriendelijk klinken. Laatste opmerking: Ik vind het knap dat je in een betoog ALLE partijen slecht kan neerzetten.
Anderhalve maand na verschijning valt er weinig meer toe te voegen aan het bubbel-debat, zeker nadat De Speld alles wat mij betreft al perfect heeft samengevat. Maar toch.... als iemand die, denk ik, een beetje rondom Smithuijsens bubbel zweeft*, vloog ik behoorlijk snel door het essay heen – ondanks de overduidelijke oppervlakkigheid en de complete desinteresse voor de 99% van Nederland die niet tot deze klasse behoort. De schrijfstijl en de wat gemakzuchtige generatiesatire lezen nou eenmaal goed weg, en vervolgens online op Smithuijsen kunnen haten is ondertussen natuurlijk ook gewoon een waardevol statussymbool.
*wel een havermelk-drinkende programmeur van een Cineville-bioscoop met een creatieve opleiding; nooit een zuurdesem-winkel binnengelopen, CITO-training gehad of woonachtig in Amsterdam geweest.
Bijna in één keer uitgelezen. Was erg benieuwd na het zien van de berg aan 1- en 2-sterren reviews.
Ik moet zeggen dat ik het behoorlijk vlot vond lezen. Het is generaliserend, ja, en ook provocatief. Natuurlijk gaat het niet over elke boomer, niet over alle millennials. Maar dat lijkt me ook de bedoeling. Het is een essay, geen studie van 400+ pagina’s. Het was — voor mij dan — vaak herkenbaar en zette me toch weer aan het denken. Het zuurdesemhoofdstuk heb ik met een grijns gelezen, toch weer uitkijkend naar m’n volgende avocado met crispy chili oil op brood van Fort 9.
Ergens tussen de 3 en 4 sterren. Vanwege alle negativiteit maar naar boven afgerond.
Ik ben Doortje Smithuijsen-fan dus deze review is verre van objectief. Ja, een solide klasse-analyse ontbreekt. Ja, het is betoog dat vooral een selectief groepje (rand)stedelijke Nederlanders aanspreekt. Voor mij was het toch een herkenbaar en vermakelijk essay, en blijk ik misschien meer een teleurgestelde millenial (in het lichaam van een gen z'er) dan ik dacht. Mijn irritatie aan grijskoppige, entitlede boomers, heeft in dit boek in ieder geval de nodige erkenning gekregen.
Ik vond dit eigenlijk best wel vermakelijk. Ik heb het idee dat alle (ook vermakelijke en deels terechte) kritiek over dit essay dezelfde lijn volgt als waar dit essay juist over gaat. De millenial auteur voldoet niet aan de verwachtingen van de boomer lezer (“vroeger was het boekenweekgeschenk beter”). Ook de millenial lezers verlangen terug naar een tijd waarin dingen beter waren en hadden beter gewild voor zichzelf. En uiteindelijk is het voeren van een discussie daarover iets vrij elitairs.
vermoeiende read, vooral omdat het zó ongelooflijk randstedelijk is (soms verbaas je je over waar mensen zich allemaal druk om maken). er staat aan het einde een kort stukje dat ingaat op het feit dat deze problematiek eigenlijk alleen geldt voor een specieke klasse hypergepriviligeerde mensen in de grote steden, maar dat wordt niet echt uitgediept. (terwijl sociaaleconomische klasse me in dit gesprek énorm belangrijk lijkt). idk het is een beetje moeilijk om werkelijk geëngageerd te raken met deze issues als ik er demografisch, geografisch en cultureel zó ver vanaf sta. misschien leuk voor mensen die zijn geboren in een andere belastingschijf.
Het essay wordt mijns inziens gedomineerd door zelfmedelijden en wrok, vervat in een boze toon. Hoewel het snel wegleest, iets wat in mijn geval in zijn voordeel spreekt, liet het me uiteindelijk vooral met irritatie achter. Jammer.
Ja, nee. Dit was hem echt niet. Pretentieus en vol vooroordelen, uitgesmeerd over 62 pagina’s. Ik snap dat dat het doel van dit boek is, maar toch bleef ik bij iedere zin met mijn ogen rollen. Als je schrijft over hoe twee generaties onuitstaanbaar zijn, dan wordt je boek dat vanzelf ook.
Cynisch en vermoeiend, verdient deze groep navelstaarderige mensen een boekenweekessay geschreven voor een breed publiek? Laten we ons misschien bezig houden met wat dringendere zaken en deze groep verwende rijke mensen (waar ik mij zelf ook zeker onder schaar) niet meer aandacht geven dan ze verdienen.