Aan het einde van de jaren 1940 hervat een Brusselse familie de vooroorlogse traditie om de zomer in Oostende door te brengen. De jonge Eric speelt, voelt, proeft, snuift, kijkt zijn ogen uit - en onthoudt. Hij slaat op wat de volwassen Eric zich met genoegen en verwondering zal herinneren. Over 'Oostends groen', over het strand en de waterrand, over verliefdheden en vrijages. Aan zee is een lichtvoetige evocatie van het zomerse alledaagse. Tussen de regels blijkt De Kuypers fascinatie voor de twee gezichten van een toeristische plek: voor en na het seizoen.
Bij verschijning van de Italiaanse vertaling schreef een recensent dat Oostende deed denken aan Fellini's Rimini in Amarcord. Geen wonder: Oostende stond bekend als het Rimini van het Noorden. Met Aan zee begon de cyclus die Eric de Kuyper aan zijn kinderjaren wijdde. De wereld van zijn jeugdjaren roept hij in herinnering als een ode aan de Sehnsucht. Melancholiek van toonzetting, zonder nostalgisch te zijn. Nostalgie heeft altijd de bijklank van weemoed en treurnis. De Kuyper leert ons de Japanse beleving van denken aan het verleden als natsukashi: vrolijke, warme herinneringen.
"I libri erano opera dell'immaginazione. Quando qualcuno gli chiedeva che cosa stesse leggendo e lui rispondeva Hemingway o Faulkner, la reazione era: - Ma non è per bambini! Non puoi capirlo! - L'osservazione gli sembrava del tutto assurda. I libri non si capiscono, i libri si leggono - parola per parola, frase per frase - e ci si immagina qualcosa. Non c'è differenza tra un libro per bambini o un altro libro. Julienne, pensi davvero che sia un libro adatto a lui? (...) Per lei esistevano solo libri più o meno belli".
Wat het boek zo aantrekkelijk maakt zijn de prachtige observaties van Eric de Kuyper, alleen al hoe hij over het zand op het strand schrijft...
"Hij hield van het strand, en op het strand was het zand. Iedere dag was het anders. Na een korte regenbui was er een bruin korstje, waaronder vandaan het witte, mulle zand tevoorschijn getoverd kon worden. Regende het een paar dagen aan een stuk door, dan werd het zand hard. Het werd weerbarstig. Je kon er als je je best deed, hele brokstukken uit houwen en die op elkaar stapelen. Het strand was dan een soort steengroeve[...] Wanneer de zon op haar heetst was en de hitte een tijdje aanhield, werd het zand zo droog en mul dat je er niet mee kon opbouwen. Elke put liep vanzelf weer dicht, elk fort zeeg ineen. Het zand was lui, wilde geen vorm aannemen [...] Hij had zo'n vakmanschap ontwikkeld, dat hij in één oogopslag en met één tastend gebaar wist wat er die dag met het zand gedaan kon worden, welk spel er vanuit het zand kon ontstaan."
In feite weet Eric de Kuyper het zand, de zon, het spel, de familie in één hand te vangen, te mengen en als één lange rij zonnige, vrije, gezellige, speelse, warme, hartverwarmende gebeurtenissen uit te strooien in zijn liefdevolle, kleurrijke, mooi gestileerde verhalen. Een genot om te lezen!
Un libro che sa di intonaco, sabbia tra i capelli (banalmente e giustamente), tovaglie pulite. Partendo da una memoria misera si ritrova l'infanzia, la consapevolezza vera di cosa fosse, una calma placida per niente ossessiva.
In dit autobiografisch boek neemt Erik de Kuyper ons mee naar zijn kindertijd vlak na de tweede wereldoorlog, waarin hij elke zomer (maar ook een deel van de winter én de paasvakantie) naar zee ging in Oostende. In grappige, heel herkenbare stukjes strooit hij zijn herinneringen rond.
Wat een mooi boek. Ik geef toe dat ik een stevige boon heb voor de zee. Mijn mooiste herinneringen uit mijn kindertijd spelen zich allemaal af aan zee. Bij Eric De Kuyper is dat ook zo. Het is geen nostalgisch boek (want nostalgie betekent toch altijd een beetje tristesse.) We volgen een jonge jongen, “hij”, Eric. Het huis in Oostende, waar het vol van leven is. Een hele hoop neefjes en nichtjes brengen er hun zomer door. De lange dagen zijn meestal helemaal gevuld met spelen. Zelfs de obligate, commerciële, strandspelen worden uitgebreid besproken. Zo herkenbaar, al gaat dit boek over “net na de oorlog”, een ietsje vroeger dan mijn kindertijd. Maar de zee is de zee. Helaas, altijd hangt er voor Eric, op de achtergrond, de dreiging van het einde van de zomervakantie. Als de jongen elk jaar in september een opstel moet schrijven, met als titel “Mijn vakantie”, zit hij steevast te zuchten en te kreunen boven het witte blad. “Niets beantwoordde aan de eisen en de verwachtingen van de schoolmeester. … Hoe moest hij uitleggen dat de zomer aan zee geen vakantie was, maar het gewone leven. Dat het naar school gaan hem daarentegen een onverdraaglijke onderbreking en verstoring van dat leven leek. Ten einde raad verzon hij maar iets, over een ijsje of zo, dat hij gegeten had. Maar fictie lag hem niet...”
Wat een fijn boek. Zonder weemoed of nostalgie beschrijft Eric Kuyper zijn zomers aan de kust van Oostende (en kort zijn winter- en paasvakantie maar De Zomer is het echte leven). De volwassenen bepalen de kaders, hij als kind vult in met een heldere en poetisch (voor volwassenen ongrijpbare) blik op de wereld.
Nostalgico e delicato, è il poetico ricordo delle estati trascorse con la famiglia in villeggiatura a Ostenda. Il racconto, partecipato e ironico, di un mondo che non c'è più, quasi un filmino in 8 mm.