Jump to ratings and reviews

Alles lekt

Smetvrees en de sporen die we wegpoetsen
Een deurklink, een briefje van tien euro: we vinden geregeld iets vies terwijl het in wezen onschuldig is. Ons verlangen naar een schoon bestaan kan het rationele overstemmen, en dat roept belangrijke vragen op over onze samenleving. Wat is schoon precies, wie bepaalt dat? Waar walgen we van, en wat zegt dat over ons? Hoe gaan we om met sloddervossen en neat freaks? Luuk Vulkers ontleedt het fascinerende fenomeen dat hemzelf ook ontregelde: smetvrees. Hij zoekt van Spakenburg tot New York naar antwoorden en beschouwt beeldende kunst en de Bijbel met dezelfde nieuwsgierigheid als reality-tv en internetcultuur.

304 pages, Paperback

Published April 28, 2026

Loading...
Loading...

About the author

Luuk Vulkers

2 books1 follower

Ratings & Reviews

What do you think?

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
18 (75%)
4 stars
5 (20%)
3 stars
1 (4%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 6 of 6 reviews
Profile Image for Aike.
472 reviews8 followers
September 16, 2026
Ten eerste; door dit boek begon ik te begrijpen dat ik smetvrees niet begrijp en dat bedoel ik als compliment. Ik ken mensen met OCD en smetvrees en ik dacht altijd dat ik dat snapte zoals ik chronische depressie snap; ik kan de gedachte- en gedragspatronen ervan volgen zonder het te kunnen voelen of me erin 'in te leven' maar ik ging er toch ergens vanuit dat smetvrees iets te maken had met extreme walging van dat wat vies is. Met smerigheid of ranzigheid dus, waarbij ik de stap besmetting, vervolgens miste; dat dat vieze jou aanraakt en besmet. Of dat, wanneer jij besmet bent, je ook een besmettingsgevaar wordt voor anderen.
De scene waarin Vulkers beschrijft hoe hij exposure therapie probeert vond ik aangrijpend en verhelderend in dit opzicht; sowieso was dit een hoofdstuk waarin ik de persoonlijke essayistiek goed ten dienste vond staan van het bredere maatschappelijke/filosofische inzicht en punt over de GGZ, de mentale gezondheidszorg in het algemeen, en de disciplinerende werking die daarvan uitgaat. Ditzelfde gold voor Vulker's hoofdstuk over de hulplijn; de manier waarop hij zijn ervaring/aanraking met de verhalen van anderen beschrijft, raakte me. Als ook de manier waarop hij beschrijft hoe OCD op een bepaalde manier individualistisch en isolerend werkt omdat het spiralend en op zichzelf teruggrijpend is - (wat me eveneens deed snappen op hoeveel manieren mijn simpele 'oh ja vieze dingen zijn moeilijk' begrip van smetvrees niet klopt.) Goed - ik weet niet of ik het punt 'misschien gaat er iets verloren wanneer je gewend raakt en leert hoe je moet spreken met mensen bij een hulplijn en niet meer continue geraakt wordt' nu per se interessant vind of misschien had het van mij verder uitgediept mogen worden; er zit wel iets in, in hoe en welke verhalen en op welke manier we verhalen van anderen tot ons nemen, en in de mechanismen waardoor we onszelf toestaan ons hierin te herkennen of door te laten raken, versus er juist op een bepaalde manier afstand van te nemen. Ik vond ook het hoofdstuk over Spakenburg interessant. Niche Nederlandse geschiedenis en schoonmaakwerk? Ja - er wordt niet genoeg over schoonmaken geschreven, en nagedacht, mensen (en dan kijk ik niet naar jou marja pruis want jij had er verder niet over hoeven schrijven).

Maar pfoeh ik had het bijtijds ook zwaar met dit boek. Het deed me soms denken aan Animal Joy de manier waarop Vulkers persoonlijke anekdote verweefd met (analyse van) culturele objecten/kunst, filosofie, literatuur - waarbij het voortdurend meandert tussen tijdslijnen, verhalen, interview, eigen ervaringen, verschillende boeken. En als mens met een hoofd dat de zijpaden ook niet kan laten gaan begrijp ik dat - maar af en toe struikelde ik hard. Zo vond ik de snelheid waarmee we van 'het is voldoenend de prullenbak op mijn computer te legen' naar 'er zit een verlangen tot uitwissing in fascisme zie palestijnse genocide' (ik chargeer oke) wel wat heftig - en stoorde het anekdotische me in het contrast met waar het voor werd ingezet. En af en toe werden er stappen op een zijpad gezet zonder dat het verder werd gevolgd, en stoorde het me dat de haakjes open bleven, dan miste ik een dieper graven, een reden voor het aanhalen van het een of het ander.

Maar uiteindelijk heb ik dit met weinig tegenzin gelezen en vond ik veel inzichten waardevol. Vulkers heeft een aangename pen - dat moet ik hem meegeven. Hij vindt het museum saai, en ook ik wil daar weg. En waar bijvoorbeeld het hoofdstuk over Couperus en Kellendonk me bijzonder weinig interesseerde gezien het onderwerp, was ik toch geraakt door de manier waarop Vulkers teksten inzet (het subtiele teruggrijpen naar Carson; de liefde die spreekt uit zijn leeservaring van Delany), en door zijn openduwen van het verschil tussen contact en netwerk.

Baal wel dat we de Nederlandse crematoriumgeschiedenis als een sidenote aan het einde kregen! Flauw! Maar goed misschien moet ik daar zelf dus maar in gaan duiken. Arbeiderspers bel me als je een meanderend essayistisch boek over lijken wil want ik ben dat al elke dag aan het schrijven en er lekt van alles uit lijken.
Profile Image for Daniël Zevenhuizen.
45 reviews2 followers
August 20, 2026
In Alles lekt laat Luuk Vulkers zich meer dan eens verleiden om een anekdote of voorbeeld tot in detail uit te lichten, als het plekje op zijn huid dat hij graag grondig inspecteert. Het lezen vergt soms dus wat doorzettingsvermogen. Gelukkig dienen Vulkers' sappige zinnen dan weer als een soort glijmiddel, waarmee je blik makkelijker door de lange passages heen glibbert. Bovendien kwamen de verhaallijnen altijd weer samen tot een inzicht. Maar hoe helder zo'n inzicht op enig punt ook mocht zijn, Vulkers zou het bereikte standpunt weer in twijfel trekken en kritisch hernemen, om tot een nóg rijker, nóg genuanceerder beeld te komen. Hij mag filosofen dan wantrouwen, Vulkers toont zich hier meester van een dialectische redeneertrant die ons iets wezenlijks over het verschijnsel smetvrees kan leren. Bijvoorbeeld dat het om een misnomer gaat. Liever spreekt men van contaminatie-OCD, want vrees en dwang zijn twee compleet verschillende belevingswerelden.

De titel van het boek spreekt tot de verbeelding. Geen wonder dat het me vrijwel direct nadat ik het begon te lezen uit handen werd gerukt door een vriend. "Waar gaat het over?", vroeg de vriend die ondertussen de achterkant las. "Smetvrees," zei ik. Hij fronste bedenkelijk. Iets dat hij achterop het boek gelezen had. "Literaire non-fictie? Wattefuk is dat nou weer?!" Ik glimlachte, omdat me iets te binnen schoot. "Juist! En dat is dus smetvrees. Dat jij 'literair' en 'non-fictie' uit elkaar wil houden." Zo filosofeerden we wat over de mogelijkheid om een onderwerp puur zakelijk te onderzoeken, zonder gebruik van beelden of metaforen. Over of iemand die kunstgeschiedenis en creative writing (toegegeven, ik cringede ook een beetje) gestudeerd had dit fenomeen wel mocht onderzoeken. Misschien als ervaringsdeskundige dan, maar zeker niet als sec deskundige, werd geopperd.

Het is grappig dat Vulkers deze kritiek impliciet ondervangt. Dat doet hij wanneer hij het heeft over de klinische benadering van ziekte:
Mijn probleem met de klinische realiteit is niet zozeer dat ik me niet in mijn diagnose herken of dat het label OCD me ongemakkelijk maakt, maar dat deze beperkingen logischerwijs weinig ruimte overlaten voor de subjectiviteit van de ziekte. En subjectiviteit is bij ziekte geen kers op de taart -- het ís de taart, met kers en al. Het enige wat de klinische realiteit doet is die taart een taart noemen. En het is de vraag wat je aan zo'n noemer hebt als er tienduizenden soorten baksels onder gerekend worden, van hartig tot zoet.
-Vulkers, p. 163.

Het punt is dat het zieke subject, de patiënt, ontegenzeggelijk betrokken is bij de analyse van ziek-zijn. Daar is geen 'zuiver objectieve'--wat dat ook moge zijn--studie naar te verrichten. Dus is het Vulkers ook toegestaan om smetvrees te onderzoeken door verwijzing naar het vermeende schoonmaakgen dat in Spakenburg zou rondgaan; homofobie in Nederlandse middelbare scholen van de jaren 2000-2015 en naar de beeldspraak van Italo Calvino in De onzichtbare steden, waar de inwoners van de fictieve stad Leonia hun afval steeds buiten de poorten schuiven, tot er zo'n berg ontstaat dat de dag zeker zal komen dat ze er zelf onder bedolven zullen raken.

Hier is een discussie belangrijk met Susan Sontag (1933-2004), die er in haar Ziekte als metafoor (1978) nu juist werk van maakte het vertoog rondom ziekte te ontsmetten van metaforen. Immers: "Niets is meer bestraffend dan het toekennen van een bepaalde zin aan een ziekte, aangezien die zin onveranderlijk moralistisch is" (qtd. in p. 42). Zien we kanker als een 'strijd' die je kunt winnen of verliezen, dan maken we de patiënt daarmee iemand die in deze strijd ten onder kan gaan of overwinnen; falen of slagen.

Inderdaad, het overladen van ziekte met betekenis is een riskante aangelegenheid. Maar, zo betoogt Vulkers overtuigend, het is ook onoverkomelijk. "Het idee dat ziekte niets meer kan zijn dan ziekte is simpelweg ondraaglijk." De uitkomst is dat "[w]e net zo lang blijven zoeken, de realiteit interpreteren en duiden en buigen tot ze zin heeft, tot er iets te begrijpen valt, te bevatten." Daarvoor worden "[t]rauma's gedefinieerd en aangewend. Deurknoppen vermeden en liftknopjes dodelijk verklaard. Redelijkheid wordt daarvoor opgeofferd, of eigenlijk verdampt ze, met gemak, snel en onopgemerkt als water uit een zwembad" (pp. 42-43). Niettemin hoeft dat volgens Vulkers niet neer te komen op moralisering. Het kan juist ook op de poging wijzen de bestaande kaders, zowel wetenschappelijk als moreel, te herzien en nieuwe verbanden te leggen met de wereld waarin de ziekte (blijkbaar) plaatsheeft: de belevingswereld van de patiënt, maar ook de bredere maatschappelijke werkelijkheid waarin 'men' op een bepaalde manier tegen een ziekte aankijkt. En reken maar dat die mening bestaat--over aids, over burnout, over hoogsensitiviteit en, natuurlijk, over smetvrees. Kortom: metaforen zijn onoverkomelijk waar het op een ongrijpbare realiteit als ziekte aankomt en de enige manier om een gebrekkige metafoor te bestrijden is door er een (voor het moment) rijkere, meerzeggende, allicht minder problematische metafoor voor in de plaats te schuiven.

Soms is de manier waarop iemand met diens ziekte in het reine probeert te komen simpelweg bizar. Zeker in het geval van OCD, waar de ziekte gedefinieerd wordt door zich-opdringende beelden (obsessie) die bepaalde gedragingen bij de zieke afdwingen (compulsie). Zo noemt Vulkers ene Koen die de hulplijn voor dwanggedachten belt, omdat hij ervan verzekerd wil worden dat rechte lijnen beter zijn dan schuine lijnen. Hij wéét wel dat het er niet toedoet, maar wanneer hij weer door de gedachte overvallen wordt, dringt zijn andere zelf--het monster in hem, de dwang--zich op. Een ander geval, waaraan ik zelf moest denken, was de gewetensnood van de vader van filosoof Søren Kierkegaard. Mogelijk leed deze vader aan een vorm van religieuze OCD, daar Kierkegaard er van verhaalde dat zijn vader het zichzelf kwalijk nam dat zijn vrouw en vele van zijn kinderen (Kierkegaard zelf natuurlijk niet inbegrepen) geen lang leven beschoren waren, omdat hij de naam van de HEER eens ijdel gebruikt had tijdens het werk op het veld. In een wereld waar je in het diepst van je gedachten kunt zondigen tegen een alziende God, train je jezelf algauw om hyperbewust te zijn van hoe het denken zich als een razendsnel verspreidend netwerk kan uitspreiden naar plekjes waar je misschien niet zou willen of moeten zijn, als een olievlek in een anders helderblauw meer...

Dit laatste maakt ook duidelijk dat de obsessieve gedachte altijd een ideologie veronderstelt, een universum van beelden, een wereldBeeld waaraan zij zich vastklampt om de dwanggedachte van zin te voorzien. Religieuze OCD neemt door de secularisering af, maar er zijn vele seculiere alternatieve universa voorhanden. In een wereld waar gezondheid als laatste en hoogste waarde beschikbaar is, kunnen patronen van dwang ontstaan waarin iemand zich ongezond druk maakt over de gezondheid en elke vorm van besmetting probeert uit te sluiten. In een beeldcultuur als de onze, waarin razendsnel afbeeldingen verspreid worden en waarin de reproduceerbaarheid van dat beeld en de schoonheid van je beeltenis gelijk staat aan kapitaal, kan een fenomeen als looks-maxxing plaatsgrijpen. Dat we in een dergelijke cultuur leven valt moeilijk te ontkennen en de fantasie van een geperfectioneerd voorkomen is dan ook moeilijk terzijde te schuiven, waarschuwingen in de vorm van droge analyses ten spijt. Waar het op aankomt is om een alternatieve fantasie, een alternatief beeld aan te dragen.

Naast de behoefte aan goede klinische praktijken op dit vlak is er dus ook behoefte aan cultuur. Heeft iemand die aan looks-maxxen doet een gebrek aan rolmodellen? Aan krachtige beelden van voorbeeldfiguren uit de geschiedenis? En laat die zich daarom in beslag nemen door zo'n trend, die alleen in tijden van Snapchat en Instagram kan ontstaan en die zich zo angstvallig vastklampt aan zoiets schijnbaar oppervlakkigs of minstens zoiets variabels als de structuur van je gezicht? Ik denk dat het verhaal van Luuk Vulkers in ieder geval kan helpen om zoiets als smetvrees in de context te plaatsen van al-te-menselijke gedragingen (en dus uit de sfeer van taboes en clichés te halen), zonder het helemaal uit de klinische sfeer te trekken (want het blijft een gedragspatroon met een nog altijd onduidelijke causaliteit die het leven van de zieke danig ontregelt).
Profile Image for Eva.
21 reviews2 followers
September 4, 2026
Bijzonder goed leesbaar boek over smetvrees en concepten van “vies” en “rein” in de breedste zin (door geschiedenis, literatuur en de samenleving). Inkijkje in thematiek die ik zelden zo tegenkom; van OCD, Aids, cleanfluencers, nazi’s, Couperus tot de zondvloed… 4,5⭐️
Profile Image for Bor.
155 reviews7 followers
July 10, 2026
Geëindigd met andere vragen dan waarmee ik begon
Profile Image for Karin Betten .
159 reviews2 followers
August 6, 2026
Bijzonder en goed leesbaar boek over smetvrees, homoseksualiteit, literatuur, Duitse steden die ik nog wil bezoeken (zeker na het lezen van dit boek) en zoveel meer leuks. Erg toevallig dat er een verhandeling wordt gehouden over Otto Dix die ik net in een kunst museum in Essen "ontdekt heb" met een heel tof schilderij. Goede en mooie beschrijvingen van wat smetvrees is en waar het mensen toe drijft, terwijl het een zoektocht van schrijver is naar zijn eigen angsten en fobieën. Aanrader
Profile Image for Suzanne Boersma.
21 reviews
August 1, 2026
Alles lekt, en ik ook, blijkt maar weer.

Van de Spakenburgse cleanfluencers naar OCD land, waar mensen als honden door middel van exposure worden afgetraind, tot de cruisecultuur in de seksbioscopen op Times Square. Alles wordt onder de loep genomen en wat was ik blij dat ik even mocht meespieken in de hersenkronkels van Luuk Vulkers. Schoon en proper, van het fysieke en huiselijke tot het dak van de maatschappelijke constructies waar we onder leven.

In Luuks woorden: “Als ‘gay’ slecht was, dan was ik slecht. Als een flikker vies was, dan was ik vies – en dus wilde ik niets liever dan ‘schoon’ worden. Het kon gewoon geen toeval zijn dat die smetvrees was begonnen op het moment dat mijn homoseksualiteit zich naar de oppervlakte werkte.”

Gay staat gelijk aan vies. Heteronormatief staat gelijk aan schoon. Maar no worries, I like it dirty.

Helemaal geïnspireerd om zelf weer wat inktzwarte Calibri letters op digitaal papier te tikken. Ook ik heb wat te zeggen, te vertellen, te betogen.

Zojuist een nieuw Word document geopend en een essayistisch denkavontuur gestart. Brb xoxo.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Displaying 1 - 6 of 6 reviews