We leven in een tijd waarin de werkelijkheid niet langer is gebaseerd op een gedeelde ervaring, maar een product is dat per individu op maat wordt gemaakt. Wie controle heeft over het verhaal, heeft de macht om mensen een bepaalde richting in te sturen.
In dit indringende essay laat Roxane van Iperen zien hoe Big Tech ons met minimale inspanningen gevangenhoudt en brengt in kaart wat mogelijke vluchtroutes zijn. Hoe kunnen we opnieuw een gezamelijk fundament creëren, een gedeelde werkelijkheid?
Roxane van Iperen (1976) is auteur en jurist. In 2016 verscheen haar debuutroman Schuim der aarde, waarmee ze de Hebban Debuutprijs won. In 2018 volgde 't Hooge Nest, waarvan tot op heden meer dan 275.000 exemplaren zijn verkocht. Het werd bekroond met de Opzij Literatuurprijs 2019 en stond op de shortlist van de NS Publieksprijs 2020. Elf landen verwierven de vertaalrechten, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar het boek ook de bestsellerlijsten haalde. De filmrechten zijn verkocht aan Man Up, het productiebedrijf van Carice van Houten en Halina Reijn. Van Iperen heeft een vaste column over macht in Vrij Nederland en schrijft voor diverse media.
Roxane van Iperen (1976) is a lawyer and publicist. She writes for FD, NRC Handelsblad, Het Parool, Vrij Nederland, De Morgen, Follow the Money and she is a guest-correspondent for De Correspondent. Scum of the Earth is her first novel, The High Nest her second.
Na de slappe hap van de vorige editie, is het Maand van de Filosofie essay dit jaar wel weer een banger. Roxane van Iperen vat in 94 pagina samen wat er allemaal mis gaat inhet nieuwe AI/Big Tech tijdperk, hoe het onze menselijkheid bedreigt, en weet dan ook nog op semi-positieve noot te eindigen. ‘Het kan wel’, maar dan voor de mensen die niet meer geloven in de neoliberale droom.
Ik was al niet zo'n fan van de wondere wereld van AI en sociale media, maar tijdens het lezen van dit uiterst boeiende en goed geschreven essay kwam ook de impuls op om subiet mijn slimfoon het raam uit te mikken. Gelukkig eindigt het met een positieve noot, en had ik de foon nog net binnen mijn bereik om deze recensie te schrijven. Maar wat een treurboel zeg, die techwereld.
Sterk essay, al was er voor mij weinig nieuwe informatie. Filosofen waarschuwen al jaren over de afbrokkeling van een gedeelde werkelijkheid door de invloed van online filter bubbels en de opkomst van AI, maar het blijft een belangrijke boodschap om te verkondigen. Met dit essay brengt Iperen het op een toegankelijke manier aan de man.
Soms viel ze wel wat in herhaling en soms was de veelheid aan metaforen in lange volzinnen eerder verwarrend dan verhelderend, maar over het algemeen was dit gewoon heel goed geschreven. Aanrader!
1. Touching grass (collectively) has never been more essential. 2. Bij de bespreking van (lichamen in) de publieke ruimte miste ik een intersectioneel perspectief. 3. Verder vond ik het erg scherp en goed leesbaar. 100% een aanrader. Wel echt voer voor een/je existentiële crisis van het kaliber ‘make 1984 fiction again’, waarmee we terugkomen bij punt 1.
Cri de coeur, indringend essay, spannende denkexercitie over de Big Tech, die ons denkvermogen uitholt, onze aandacht opzuigt. Naast knappe, hoewel wat eenzijdige analyse (maar dat is ook een kracht), wordt er ook een vluchtroute geboden: het hernemen en cultiveren van menselijkheid.
Verplicht voer voor kamerleden en iedereen die net iets te vaak naar zijn telefoonscherm kijkt. Of nee, ieder mens die vraagtekens zet bij de toenemende macht van mannen als Bezos, Musk, Zuckerberg en de allerengste Peter Tiel!
Hele heldere en scherpe uitleg van de dreiging die Big Tech vormt voor de samenleving als geheel, maar wel ontzettend benauwend en beangstigend. Voor mij zat er vooral ook veel waarde in Van Iperens historische perspectief; hoe we op dit punt zijn gekomen en waarom dat in zekere zin onvermijdelijk was. Minder sterk vond ik het einde, waarin Van Iperen een optimistisch toekomstperspectief tracht te schetsen. Ze kan echter geen oplossingen bieden die daadwerkelijk kunnen opboksen tegen de alomtegenwoordigheid van AI. De waarde van dit essay had dus nog groter kunnen zijn maar desondanks een enorme aanrader om meer grip te krijgen op de situatie. Nu naar buiten en de rozen ruiken, want die zijn tenminste nog echt.
Onorigineel en ongenuanceerd betoog waarin de problemen van Big Tech op sommige (individuele) punten sterk worden overdreven en op andere (maatschappelijke) juist erg onderschat.
Het idee dat moderne sociale media alleen maar slecht zijn geweest voor de individuele ontwikkeling, en mensen alleen maar tot kritiekloze scrollzombies heeft gemaakt, is bijvoorbeeld wereldvreemd at best. Het tegendeel is misschien wel waar. Mensen die absoluut nooit online zijn, zijn in mijn ervaring vaak schaapachtig naïef of zelfs stuitend onwetend. Wat op zich ook niet gek is, ze worden immers gewoon aan veel minder ideeën en opvattingen blootgesteld dan iemand die wel veel gebruikmaakt van internet en sociale media. Naar mijn idee worden twee dingen gewoon te vaak door elkaar gehaald: (1) er zitten serieuze risico's aan het gebruik van sociale media (vooral voor jonge mensen), en (2) sociale media zijn inherent slecht (vooral voor jonge mensen). Dat eerste is onmiskenbaar waar, maar dat laatste volgt daar natuurlijk niet uit. Op die aanname drijft het betoog van Van Iperen echter wel.
Wat wel inherent slecht en gevaarlijk is, is de enorme macht(sconcentratie) van Big Tech en de ondermijning van de democratie die dat met zich meebrengt. Maar daar gaat dit essay dan weer veel minder over. De oplossing die Van Iperen voorstelt om deze macht te beteugelen, het stimuleren van zogenoemde 'pleinen van zichtbaarheid' (die volgens haar per se offline zouden moeten zijn, en dus per definitie kleinschalig), kan ik bovendien niet anders zien dan als belachelijk. Ze romantiseert de offline wereld ook zodanig als bastions van gelijkheid en intelligente discussie, dat ik me afvraag of ze ooit wel eens offline is terwijl ze níét op het podium staat.
Van Iperen vestigt met dit boekje wel de aandacht op twee van de belangrijkste discussies van deze tijd - hoe om te gaan met moderne media? en hoe om te gaan met Big Tech? - maar levert ermee zelf geen serieuze bijdrage aan.
Echt een sterk essay over de gevaren van AI en de impact van alle ontwikkelingen op de huidige en volgende generaties. Zorgwekkend, bevestigend en interessant. Knap hoe ze het ook hoopgevend heeft kunnen maken op het eind.
Je zou toch willen dat een essay dat geschreven is voor de maand van de filosofie de filosofie als discipline een beetje in een goed daglicht zet. Niets is minder waar: Roxane van Iperen is erin geslaagd om de filosofie af te schilderen als een discipline die zich schuldig maakt aan drogredenen (anecdotisch bewijs, hellend vlak), aan morele paniekvoetbal doet en daarnaast ook nog met oplossingen komt die totaal niet overtuigend zijn.
love roxane!!! zo fijn hoe zij duidelijk uitlegt over de rol van big tech in onze wereld. en goed: de verantwoordelijkheid bij het systeem, niet de individu
Roxane van Iperens titel is ijzersterk, Ik zie wat ik geloof is precies wat de algoritmes ons voorschotelen en ze weet haar zorgen meesterlijk onder woorden te brengen
Roxanne van Iperen doet met 'Ik zie wat ik geloof' precies wat je moet doen in het maand van de filosofie essay, ze is publieksgericht, maatschappelijk geëngageerd, en dat zonder al te veel inhoudelijke diepgang op te offeren. Door weinig jargon te gebruiken en referenties te maken naar verschillende delen van de popcultuur weet ze het onderwerp op een toegankelijke manier te benaderen.
Het essay bespreekt Big Tech en haar gevolgen voor onze samenleving. Om zoiets te analyseren is de nodige context vereist (neoliberalisme, individualisering, globalisering, etc), voor menig persoon zal dit interessant zijn om te lezen, maar Van Iperen weet dit naar mijn mening niet op een interessante of innovatieve manier aan te snijden.
Daarna bespreekt ze Big Tech in grote lijnen, door haar referentie naar 'The Lord of The Rings' en eigenaardige feitjes was dit voor mij een stuk interessanter. Ze gebruikt ideeën die te herleiden vallen naar Zuboff (surveillance capitalism) en Varoufakis (Technofeudalism), en weet die op een toegankelijke wijze over te brengen. Dat zorgt voor een boeiende analyse over de verschillen tussen de huidige machtigste kapitalisten en die van vroeger. (Naast dat ze de plank misslaat bij het kopje 'ontzichtbare onderdrukking', maar dat is een groter probleem van de traditie waar ze gebruik van maakt.)
Maar het geen wat dit essay de moeite waard maakt is het laatste gedeelte. Van Iperen weet hier op intrigerende wijze het probleem uit te pluizen. Zo gebruikt ze Foucaults ideeën over macht om via het digitale panopticum de toenemende waarde van smaak en sociaal kapitaal voor behoud van klasse te bespreken. Dat zet je aan het denken. Net zo goed doet haar bespreking van de verkiezingswinst van Mamdani, ze onderstreept hoe Mamdani tactisch gebruik heeft gemaakt van de publieke zichtbare ruimte (naast sociale media), en identificeert die ruimte als een mogelijke plek voor effectief verzet tegen Big Tech. Dan speel je een soort thuis wedstrijd tegen de gedigitaliseerde cloud-lords.
Al met al een sterk essay vol met interessante inzichten.
Goed betoog over hoe we door onze uiterst verslavende smartphones en social media allemaal in onze eigen werelden zitten, ook als we met elkaar in eenzelfde ruimte zijn. En hoe dat de gedeelde werkelijkheid die we nodig hebben in een democratie verhindert en verbreekt; als we het niet meer eens zijn over wat we er aan de hand is (omdat we allemaal in onze eigen bubbels zitten en geen gesprek of debat meer voeren over die gedeelde werkelijkheid omdat we alleen ons eigen denkbeeld nog bevestigd krijgen via algoritmes), kunnen we daar ook niet meer gezamenlijk uit komen. Van Iperen pleit daarom (naast Big Tech reguleren via wet- en regelgeving en het blijven investeren in kritisch denkvermogen) voor het belang van elkaar blijven tegenkomen in de publieke ruimte; daar kunnen we (weer) ervaren onderdeel van dezelfde gemeenschap te zijn en leren we om te gaan met de ‘rafelranden’ van het mens-zijn. Ik denk dat ze daar een belangrijk punt heeft, we lijken soms verleerd te zijn om een ander te verdragen of te accepteren. Om fatsoenlijk met elkaar te blijven samenleven in een democratische samenleving, is dat van groot belang. En laten we alsjeblieft daarbij ook de Tech Bros aan banden leggen die ons massaal verslaafd maken, ongelijkheid vergroten en daar onvoorstelbaar rijk mee worden.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Kritisch, zeer goed geschreven essay met zowel observaties als introspecties over de veel te grote rol die Big Tech krijgt in onze levens. We veranderen door deze rol op zowel politiek, persoonlijk als cognitief vlak. Politiek omdat Big Tech voor extreme verschuivingen in bezit zorgt, roofbouw plegend op onze aandacht en concentratie. Waarbij ze ook nog eens de politieke besluitvorming toenemend beinvloeden én de infrastructuur van informatie zelf in handen hebben. Elke relatie met een gemeenschap of omgeving gaat hierbij verloren, alleen de geisoleerde, door algoritmes bepaalde individuele werkelijkheden blijven bestaan. (het persoonlijke vlak). Door het ontstaan van "fladderbreinen" die uren per dag gevoed worden door korte brokjes informatie, op maat gesneden en extreem verslavend, raken we ook in toenemende mate onze cognitieve vermogens kwijt ("skim reading"). Met name kinderen worden op dit moment niet meer gevoed door een reflectie van de wereld zelf, maar door een een-op-een spiegel van hun eigen onderbuik. Wat we nodig hebben om te kunnen ontsnappen: Fysieke ruimtes waarin we elkaar weer ontmoeten. Bibliotheken, buurthuizen, theaters, koffiehuizen. En we hebben kunst, cultuur, geschiedenis en filosofie nodig om ons weer te kunnen richten op de menselijke natuur.
Een heel (!!) belangrijk onderwerp dat ons allemaal aangaat. Knap samengevat en fijn dat het verhaal toch eindigt op een redelijk positieve noot. Ster vijf is speciaal voor de titel :)
Een duister beeld van de invloed van de tech-boys en hun producten op de cognitieve vermogens van de mens, en de nu opgroeiende generatie. Hoe we steeds individualistischer worden door het scherm, en we allemaal in eigen spiegelpaleizen leven. Gevoed door het algoritme en AI. Maar: kunnen we het tij ook keren? Ook daar weidt Roxane van Iperen over uit. Interessante read, op 90 pagina’s (want essay voor de maand van de filosofie).
Het essay Ik zie wat ik geloof is op zich een sterk betoog tegen de almacht van megalomane techbro's en het dystopische toekomstbeeld dat zij voor zich zien. Zij hollen de mens geestelijk volledig uit, worden daar extreem rijk van en bereiden zich met al hun rijkdom voor op de chaos die zal volgen. Het liefst in bunkers op Nieuw-Zeeland of de maan terwijl de rest van de wereld vergaat. Dat is op z'n zachtst gezegd onwenselijk, terecht punt.
Ook sterk vond ik wat Van Iperen aan het eind van haar essay noemt 'de glorieuze paradox van deze tijd': 'de technologie heeft de mens nodig om te overleven en niet andersom'. Dat geeft hoop en is denk ik een zeer terechte opmerking. Het dode bestaat slechts bij gratie van het levende.
Tegelijkertijd biedt Van Iperen niet echt oplossingen voor de geschetste problematiek, zij gaat althans niet overtuigend in op de wijze waarop voorgestelde maatregelen moeten worden verwezenlijkt en hoe zij bijdragen aan een oplossing van bovenstaand probleem. We zouden ons volgens Van Iperen moeten verenigen op 'pleinen van zichtbaarheid' zoals bibliotheken en sportclubs. We zouden onszelf niet eindeloos moeten opleiden in technologie, maar ons liever storten op de geesteswetenschappen om het menselijke te ervaren. Vind ik allemaal mooi klinken en ook ik vermoed dat de wereld mooier zou worden als meer mensen goede boeken zouden lezen. Het probleem is alleen: hoe krijgen we mensen in godsnaam weer aan het lezen, schrijven, schilderen als hun alleskunnende telefoon continu in de broekzak brandt?
Ten slotte is het wat verwarrend dat Van Iperen haar betoog eindigt door te stellen dat AI zichzelf zal verstikken door 'technologische incest'. De dreiging van AI is er dus niet? Van Iperen stelt dat ze dat ook op pagina 1 had kunnen vermelden, maar dat de denkexercitie uit dit boekje dan verloren zou gaan. Daarmee lijkt ze haar hele betoog over de dreiging van AI en de wijze waarop wij tegen die stroming in moeten gaan tot een losse gedachtenspinsel te reduceren.
Het essay zet dus aan tot denken en biedt wat mooie inzichten, maar wordt naar het einde toe, waar de lezer hoopt een duidelijke visie op de toekomst te zien, wat vlak.
Een goede maar ook beangstigende essay. Wat me vooral bijblijft is het idee dat we met een soort onzichtbare VR-bril naar de wereld kijken. Onze werkelijkheid wordt gekleurd zonder dat we dat doorhebben.
Het boek laat zien hoe verantwoordelijkheid steeds meer bij het individu komt te liggen. Dat voelt als vrijheid maar brengt ook druk met zich mee. Als alles mogelijk lijkt, voelt falen als je eigen schuld. Mensen die niet mee kunnen komen worden minder snel gezien als slachtoffer van het systeem.
Ook blijft het idee hangen van de moderne mens als prestatieondernemer. Technologie speelt hierin een dubbele rol. Het vergroot eenzaamheid en wordt tegelijk als oplossing ingezet. Daardoor lijken we minder goed te worden in echte menselijke relaties. Een chatbot voelt als een vriendje in de spiegel, je hoeft geen rekening te houden met een ander en daardoor blijven vooral echo’s van jezelf over.
Daarnaast benoemt het boek hoe ongelijkheid groeit. Rijkdom en macht stapelen zich op. Nieuwe vormen van uitbuiting zijn minder zichtbaar.
Het essay motiveert mij om meer uit de online wereld te stappen en weer bewuster in de fysieke wereld te zijn & daarnaast bij te dragen aan collectiviteit
This entire review has been hidden because of spoilers.
Makkelijk leesbaar. Maakt de tech-problematiek duidelijk zichtbaar: ‘Big Tech zuigt onze aandacht op, holt ons denkvermogen uit en kweekt een generatie die steeds minder verschil kan verdragen en cognitieve spierkracht heeft.’
Deze grootse impact wordt aan het einde van het boek gerelativeerd. ‘Technologie heeft de mens nodig om te kunnen overleven, niet andersom.’
Naar mijn mening biedt deze relativering niet de ‘oplossing’ voor alle gevolgen van Big Tech en wellicht een oplossing voor enkel de mensen die zichzelf wel kunnen weren tegen Big Tech (elite, men die ingelezen is en bewust is van deze gevolgen, men die middelen hebben zich te weren, etc). Voor de rest blijft het cognitief verlies doorgaan.
Ik ben benieuwd wat voor gevolgen de afbreuk van kritisch denken heeft op de maatschappij en hoe “wij” interventies kunnen bieden om de gevolgen van Big Tech kunnen bestrijden. Een antwoord daarop heb ik ook niet.
Roxane van Iperen beschrijft indringend en helder hoe wij, mensen, in de AI tang zitten van de Big Tech jongens. Angstig om te lezen dat wij aan een soort infuus liggen zodra wij op onze mobiel, iPad, computer bezig zijn. Alleen is het een omgekeerde infuus; wij krijgen niets, wij leveren data en verliezen onze kennis en creativiteit. De spanning loopt op naarmate het boek vordert. Ik vond het jammer dat de oplossingen die zij gaf te eenvoudig zijn. Als de spanning op het hoogtepunt is verdrinkt de oplossing helaas in een slappe poel.
‘Het waren precies deze menselijke gedragingen die de ideale dataset boden voor de machtsgreep van Big Tech: volgzaamheid, angst, competitie en alles gericht op zichtbaarheid.’
Roxane van Iperen schrijft over het verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid, het leven in een eigen digitale bubbel, Big Tech als architect van onze realiteit en algoritmen die wereldbeelden vervormen. Een sterk essay waar het gevaar van Big Tech wordt samengevat. Soms zaten er wel wat ‘aannames’ in die niet helemaal getoetst waren.
Boekenclub conclusie: essay beschrijft goed de reikwijdte van Big Tech en het gevaar hiervan, al is veel hiervan geen nieuwe informatie. Conclusie voelt gehaast en mist nuance, dus de call to action blijft wat achterwege. 3/5
wel leuk maar best repetitief ; zowel binnen het werk zelf als van de meeste kritische werken vandaag, daarvan wel fijne synthese, heel toegankelijk, wel leuk.