Van Kaïn en Abel tot Kim Jong-un en Kim Jong-nam, en van Noel en Liam Gallagher tot Romulus en Remus: broederlijk geweld is alomtegenwoordig in onze cultuur, in onze verhalen.
Ibe Rossel, opgegroeid met enkel zussen, zoekt de confrontatie met dat wat ze misschien wel het meest vreest: broederschap. Bloedspiegel is een speels en persoonlijk essay over mannelijkheid, verlangen, macht, angst, razernij en schoonheid – en over de controle over het narratief.
Ik schreef twee jaar geleden dat ik Ibe Rossel wil worden als ik groot ben en vandaag las ik exact die zin op de achterkant van dit boek. Er is in twee jaar veel veranderd, maar die droom blijft bestaan🩷.
Ooit schrijf ik een boek over hoe Ibe Rossel haar boeken een beetje aanvoelen als de jeansbroek in The Sisterhood of the Travelling Pants. Elke keer als ik haar debuut aan één van mijn vriendinnen geef, sturen ze op een bepaald moment een foto met daarbij iets in de aard van: “wow, gaat dit over mij?”
En ook deze keer zaten Ira en ik met dit boek in onze handen en moest ik op een bepaald moment zeggen: “Ira, dit is exact de conversatie die we een tijdje geleden hadden.” En dan zegt zij: “wow, gaat dit over ons?” Misschien is het omdat we ook Middlemarch-fanaten zijn die Engels studeren, maar ons hart klopt altijd een beetje sneller als we iets mogen lezen dat Ibe schrijft.
Dit is zo sentimenteel aan het worden, sorry. Ik hou gewoon van vrouw zijn, van roddelen over exen die lijken op ratten, van onze existentiële crisis op kapitalisme steken en van elkaar in extase bellen wanneer we een boek lezen dat toch weer ZO DICHT BIJ HUIS KOMT.
Ik ben niet bang van broers, ik ben bang van bro’s.
Ibe Rossel pent met haar vlotte (en vaak ook grappige!) pen zes essays neer over broederparen en mannelijk geweld. Ze dienen als kapstokken voor bredere en interessante inzichten. Niet elk essay trof me even hard (I really don’t care about the Paul-broers, haha), maar over het algemeen deden ze dat zeker wel.
dit boek is geschreven voor de meisjes die zowel ‘Its everyday bro’ ooit uit hun hoofd hebben geleerd samen met hun zus en tegelijk houden van Patricia de Martelaere. ik dus.
de eerste twee hoofdstukken lieten me een beetje koud. ik was zo’n fan van Shakespeare kent me beter dan mijn lief, Ibe Rossels debut, dat ik een beetje schrik kreeg dat ik dit niet even goed zou vinden. BOY WAS I WRONG. Het hoofdstuk over de Noord-Koreaanse broers blies mij werkelijk van mijn sokken. Hoe kan je zo coherent schrijven over Confessions of a Shopaholic (en de esthetiek die mijn jeugd bijgevolg domineerde, shout out naar de moustache print) en over de Noord-Koreaanse heerschappij? ook het hoofdstuk over Romulus en Remus was zo een interessante reflectie en combinatie van bronnen en fenomenen dat ik er een beetje emo van werd.
om eerlijk te zijn was dit zoals iemand de draden in mijn hoofd vol popcultuur referenties en academische theorie aan het verbinden was en duidelijk aan het maken was. bedankt Ibe, stem van de generatie!!! en #justiceforalyssa
Ik vond de tweede helft leuker dan de eerste helft. Ik leerde heel wat bij, maar één iets in het bijzonder: blijkbaar zijn Logan Paul en Jake Paul twee verschillende mensen. Geen idee hoe dat ooit aan mij voorbij is gegaan #Justice4Alissa.
Maar de zin die zal blijven hangen, en waar ik aan zal terugdenken telkens ik iemand zie rondlopen in OASIS‑merch: “Alleen wie weg is, is gezien, maar Liam en Noel zijn er gewoon nog.”
Ik vind Ibe Rossel haar intertekstuele brein zo leuk!
4.2* - Bijzonder boeiende essaybundel van Ibe Rossel. Aanrader! Fijnzinnig en goed gestoffeerd geschreven, met persoonlijke insteek. Vaak moeten gniffelen met haar formuleringen. Niet elk essay is even sterk, maar die over de Kims en de broertjes Gallagher steken er voor mij echt bovenuit (Rossel= held dat ze op een Oasisfantourbus durft te kruipen). Het essay over Jake en Logan bracht mij zelfs naar YouTube, als was het essay beter dan de influencers. (Heb ik iets gemist door nu pas over beide heren te horen?) Haar referentielijst zorgt nog voor uren doorleesplezier, waarvoor dank!
(Kent er iemand Ibes favoriete koffiezaak? Is dat ondertussen nog geen bedevaartsoord? Wil haar wel, als bedanking voor dit boek, op een koffie trakteren. Breng dan meteen andere gelovigen mee.)
Wederom een bewijsstuk van Rossels coolness en moedigheid als schrijfster! Lowkey zeer geïntrigeerd geraakt door Joanne en haar glanzende Dyson-Airwrappijpenkrullen!!! (Hoofdstuk over “The Lads” was m’n favo …)(Dank voor de imposterhouding op die bus in de stad vd bijen xxxx)
Ik had zondag zin om naar een koffiebar te gaan en taart te eten en iced chai latte te drinken en een boek te lezen want dat is mijn identiteit geworden sinds ik doorheen de week in Gent vertoef blijkbaar ik neem mezelf echt heel serieus en onderweg naar de koffiebar besefte ik dat ik geen boek in mijn tote bag had gestoken dus ging ik naar mijn favoriete boekhandel en kocht ik daar dit warempel gesigneerde boek om het dus te lezen zoals het gelezen hoort te worden: met cheesecake en iced chai latte. Terug onderweg naar huis zat ik al in de helft en begon het heel hard te regenen en is dit boek helaas nat geworden. Doet pijn.
Love iemand die psychoanalyse incorporeert in een tekst en dat niet op een super onduidelijke manier doet.
De tekst over de gebroeders Paul was heel cool qua insteek en zo.
Ik was net iets te jong om geheel bewust het hoogtepunt van de vete mee te maken, maar ik moet toegeven dat ik zonet onder andere 'It's Everyday Bro' heb zitten opzoeken. Ik moet toegeven dat al dat spektakel natuurlijk niets voor mij is (ik neem mezelf echt héél serieus), maar dat ik wel heel verbaasd was dat ik nu pas ontdekte dat de kleine Tiktok-soundbite "can we switch the language" uit die disstrack van Jake Paul komt. Alles is met alles verbonden, soit.
Het schijnbaar niet serieuze serieus nemen is o zo belangrijk. Tegenwoordig draait cultuur minder om pakweg opera en ballet dan om wat White Boy of the Year 2025 Twinkothée Chalamet over opera en ballet te zeggen heeft. Daar zijn we dan met z'n allen eventjes heel verontwaardigd over, en dan gaan we verder met the next thing.
Dat zegt iets over onze samenleving. Het is spijtig, maar evenzeer als eeuwenoude mythes die de basis leveren voor meesterlijke taferelen van Rubens en dergelijke meer, geven ook pakweg Oasis en Jake en Logan Paul een inkijk in de spectaculaire culturele raderen van het onderbewustzijn onzer maatschappij.
Dus danku Ibe Rossel om die dingen serieus te nemen want ik weet oprecht niet wie het anders zou doen.
“Ik wil mijn dagen zonder vrees turven. De dagen dat ik niet achteromkijk. De dagen dat ik niet de twee voorovergebogen jongensgezichten met vlassige bovenlippen voor mijn ogen zie. De dagen dat ik probleemloos neerzit op zwartlederen sofa’s. De dagen dat ik niet denk aan het witte hemdje met gele zonnebloemen dat werd opengeknoopt en ik nooit meer zou dragen. De dagen dat ik me niet afvraag waar dat hemdje feitenlijk gebleven is. De dagen dat ik me niet schaam. De dagen dat ik mezelf niet tot waanzin drijf met de vraag wanneer ik eindelijk eens zal stoppen met me zo aan te stellen. Die dagen wil ik graag turven. En dan wil ik dat het er zoveel worden dat ik om de haverklap een diagonaal over vier strepen moet trekken. Ik wil ook de dagen zonder vrees van mijn zusjes, zussen, zusters turven. En eigenlijk van ieder persoon bij wie geweld een roepende leegte heeft achtergelaten. En dan wil ik dat er zo veel strepen staan dat het balken worden waarmee ik al die leegtes kan stutten. Of ik wil genoeg strepen hebben om een kaart mee uit te tekenen. Een kaart van een land zonder vrees, als in de binnenkant van een kinderboek. En dan bevolk ik de kaart met personages die veelkoppige beesten verslaan, die strijden in spijkerbroek en T-shirt met Eiffeltorenprint. Ik heb alleen nog niet genoeg strepen. Ik vraag me af of die dag komt. Maar hoe meer ik schrijf, hoe meer ik me afvraag of overwinnen niet het foute werkwoord is om bij angst te plaatsen, en of ik niet ook kan turven zonder dat ik het beest neersteek.”
Ik stapte de boekenwinkel binnen met het idee om een fictieboek te kopen, want non-fictie sprak me zelden aan. Tot mijn oog viel op één exemplaar van Bloedspiegel van Ibe Rossel. Alleen de spine was zichtbaar, maar toch trok het meteen mijn aandacht. Ik twijfelde even, maar terugleggen lukte niet meer want het boek had me al in zijn macht.
Ik begon er meteen in te lezen en was vanaf pagina één volledig meegezogen. Het boek confronteerde me met thema’s en realiteiten waar ik normaal te weinig bij stilsta. Het zette me aan het denken over dingen die zich vlak onder onze neus afspelen.
Er zijn veel passages die me zullen bijblijven, maar deze sprong er voor mij uit:
"Ik kan niet helpen het me af te vragen: hoe kun je vergaderen onder een afbeelding van vrouwen die worden weggerukt? Het verdrag van Rome, oftewel de stichting van de Europese Economische Gemeenschap, werd in 1957 in deze zaal beklonken. In 2004 werd het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa er getekend. Hoe kun je achteloos onder geschilderde vrouwen zetelen van wie je weet dat ze tegen hun zin gepenetreerd zullen worden? En hoe kunnen we eigenlijk exact hetzelfde doen in een museumcontext? De nek naar boven strekken en even knikken? 'Schitterende fresco' zeggen we, 'indrukwekkend,' zeggen we. We hebben het gezien. Op naar de volgende zaal. Is dat normaal?"
Ik geef Bloedspiegel 4 sterren, al weet ik zeker dat dit een boek is dat me nog lang zal bijblijven!
goeie schrijfster, maar niet alle verhalen pakte me. kan ook persoonlijk zijn maar soms dacht ik ja idc. en ook wel beetje random om te lezen over broers die ruzie hebben. maar wel goed geschreven dus blijft wel doorlezen
Op haar vijftiende werd Ibe Rossel bijna verkracht, door twee ‘vrienden’ nog wel. Het was haar eerste seksueel contact. De angst die haar toen overviel is ze nooit meer kwijtgeraakt. Om hem te begrijpen wilde ze erover schrijven, over de mannen die hem veroorzaken, hun agressie en wil om te overmeesteren, en over de bro-cultuur. Zo kwam ze bij broederparen uit, type Kaïn en Abel of Romulus en Remus, wat haar de kans gaf om op een afgebakende manier over mannelijk geweld na te denken. In Bloedspiegel schrijft ze over zes zulke paren en probeert ze doorheen hun ruzies of geweld de contouren van psychologische en maatschappelijke structuren te ontdekken. Dat de stichters van Rome geboren werden uit een vrouw die verkracht werd door Mars, en dat de stad zijn bevolking enorm zag toenemen na de roof en verkrachting van de Sabijnse maagden zijn bijvoorbeeld niet zomaar verhaaltjes. Het zijn de stichtende mythes van het Romeinse Rijk, en daardoor ook een beetje van de Europese cultuur. Een rode draag doorheen Bloedspiegel is het idee dat mensen hun identiteit ophangen aan objecten, zoals Kaïn dat bijvoorbeeld al deed met de opbrengsten van de landbouw die hij offerde en Abel met het lam. Zo ook gaan jonge vrouwen vandaag op zoek naar het juiste parfum, de goede schoenen of de Roberto Cavalli-broek bedrukt met Franse boerderijtaferelen, zoals Rossel over zichzelf bekent. Mensen verlangen wat anderen al verlangen, zoals René Girard wist, waar Rossel nog aan toevoegt dat ze daar niet gelukkig van worden. Wie het geluk al te zeer begeert, zal het immers nooit bereiken. Rossel schrijft fris, bijzonder toegankelijk en met een flinke scheut humor, waarbij ze telkens op zoek gaat naar een persoonlijke invalshoek en haar twee zussen en de mannen in haar leven een grote rol spelen. Haar neiging om eindeloos uit te willen gaan laat haar bijvoorbeeld naar het Manchester van de broers Gallagher van Oasis reizen, wat een verhaal over een oneindige herhaling oplevert. Want in feite herhaalden Liam en Noel de muziek van The Stone Roses, iedere keer weer opnieuw, en in hun rock ’n’ roll-gedrag van drank, drugs, geweld en zoveel mogelijk vrouwen neuken herhaalden ze de ‘lad culture’ die eind jaren negentig door feminisme en emancipatie danig onder druk kwam te staan en die ook vandaag in de manosfeer een nieuwe herhaling kent. En wat is de reünie van Oasis anders dan alweer een herhaling? Nieuwe songs brengen ze immers niet. Culturen worden niet uitgevonden, wist Søren Kierkegaard al, ze ontstaan in de herhaling, en het is maar moeilijk om er je als individu aan te onttrekken, zeker als die cultuur een angstcultuur is.
Het was lang niet zo slecht als ik gevreesd had, maar ook niet zo goed als ik gehoopt had.
Bloedspiegel wordt in de markt gezet als "een persoonlijk essay over mannelijkheid [...] en over de controle van het narratief"; ergens op de grens dus tussen fictie en non-fictie. Bloedspiegel is interpretatieve non-fictie, d.w.z. het vertrekt van een basis van feiten, maar geeft daar een heel subjectieve invulling aan.
Niet dat daar per se iets mis mee is, maar het zorgt heel gemakkelijk voor verwarring.
Een voorbeeld. Op pagina 78 staat: “Het zou verklaren waarom 'bro' het meestvoorkomende woord is in de criminele communicatie die vrijkwam bij de kraak van SKY ECC.”
Ik vind geen betrouwbare bron die bevestigt dat 'bro' effectief het meest gebruikte woord was in de Sky ECC-data. Er circuleren wel uitspraken op sociale media, maar er bestaat bvb geen (officiële) woordfrequentielijst voor Sky ECC.
Het past natuurlijk wel mooi in de storytelling van dit boek. Het geeft perfect het sentiment weer van Rossels betoog, wat dan weer hetzelfde argument was voor het gebruik van het fictieve Einstein citaat in de openingsspeech van Petra De Sutter.
Bloedspiegel is evenwel allesbehalve een slecht boek, maar het heeft af te rekenen met de ambiguïteit van de interpretatiegedreven manipulatie in een voornamelijk als non-fictie vooropgesteld boek.
Op zijn 'slechtst' is Bloedspiegel dus een interpretatieve weergave van weetjes en citaten (Rossel is ostentatief belezen) en een zoveelste polarisatie van 'de' man. Maar ga je daaraan voorbij, dan zitten er (heel) mooie stukjes in (dat van de gouden kiezelsteentjes in het Marriott hotel bijvoorbeeld). Waar Rossel persoonlijk wordt, blinkt ze echt uit. Het laat mij (nog steeds) uitkijken naar eindelijk die roman die ze aan het schrijven is.
Bloedspiegel begint met een heel stevige inleiding. Een inleiding waarin Ibe Rossel ons vertelt hoe ze op jonge leeftijd een stevig trauma opliep omdat ze verkracht werd door zogenaamde vrienden. En dat trauma dat plaatsvond toen ze 15 jaar was, heeft haar leven getekend. Jarenlang moest ze zien om te gaan met wat we onder noemer mannelijk geweld verzamelen. En dat mannelijk geweld ging ze vooral dieper bekijken door de focus te leggen op de broederstrijd. En die broederstrijd zet ze uiteen in verschillende essays.
Essays waarin ze het onder meer heeft over Romulus en Remus, de broertjes Gallagher en Jake & Paul Logan. De literaire kwaliteit en de liefde voor het medium is enorm en de fijnzinnige en humoristische manier waarmee ze dit neerschrijft zorgt voor een enorm diepzinnig boek over de broederstrijd. Het is de perfecte metgezel om naast Dodeman van Uschi Cop te lezen. En vooral om als man te beseffen dat het soort man dat we willen zijn en willen worden nog een lange weg af te leggen heeft.
in 1 keer uitgelezen als treat na een goed examen omgevingsrecht, dus het heeft me zeker wel geboeid MAAR eerlijk toegegeven was ik op het einde misschien wat teleurgesteld? In het eerste hoofdstuk worden de krijtlijnen van het boek uiteengezet maar ik blijf wat op mijn honger zitten wat betreft de link naar het zusterschap. Wellicht heb ik de inhoud van dat hoofdstuk dus te letterlijk geïnterpreteerd?
Los daarvan is Ibe Rossel wel echt one to watch in Vlaanderen!
“De waarachtigste inzichten worden je nu eenmaal tegen wil en dank gepresenteerd op een bord dat je niet besteld hebt.”
(dit is al helemaal bijzaak maar wel jammer dat het boek wat slordig gedrukt is: bleeding ink en bij momenten schuine tekst…)
(De mevrouw achter de kassa in de boekhandel heeft hem speciaal uit de doos gehaald!🤩)
Ik geniet van de toegankelijkheid, maar evenzeer van de verfijndheid in Ibe Rossels schrijfstijl. Ik lach, ik denk te moeten huilen, ik kijk weg, ik blijf de pagina's omslaan. En ineens is het dan ook uitgelezen 🥲.
“Geen enkele vechter verlaat een ring volledig ongeschonden. Zeker wanneer het op twee broers aankomt. De enige werkelijke winnaar van dat gevecht is de kijker wiens verlangen, sensatiezucht, bloeddorst gelest wordt. En de schrijver, die het noteert.”
Geschreven op een toegankelijke, grappige, interessante en prikkelende mannier die je nieuwsgierigheid, en bijgevolg leesplezier, als lezer blijft aanwakkeren. De essays lezen vlot en zitten boordevol unieke verbanden en referenties naar zowel hedendaagse als historische werken uit de cultuur en literatuur. In elk essay wordt, naast het desbetreffende broedergeweld, een ruimer thema zoals identiteit, macht en gender aangekaart. Deze smeltkroes van invloeden, gepaard met verhaal, filosofie en telkens ruimte voor een persoonlijke inbreng, zorgt voor een unieke kijk op de dingen. Rossel weeft hiermee elk essay tot een onverwacht web dat vele onderwerpen spant. Ik ben fan!
ik wil mijn dagen zonder vrees turven. de dagen dat ik niet achteromkijk (..) de dagen dat ik me niet schaam. de dagen dat ik mezelf niet tot waanzin drijf met de vraag wanneer ik eindelijk eens zal stoppen met me zo aan te stellen (...). Ik wil ook de dagen zonder vrees van mijn zusjes, zussen, zusters turven. En eigenlijk van ieder persoon bij wie geweld een roepende leegte heeft achtergelaten.