Lieke Kézér (1976) studeerde film en televisiewetenschappen. Tijdens haar werk als journalist bouwde ze in haar hoofd en op papier jarenlang aan De afwezigen, waar ze de ANV Debutantenprijs en de Bronzen Uil 2017 mee won. In 2019 verschijnt haar tweede roman, De verloren berg.
“Károly schrok toen er een brief voor hem vanuit Hongarije arriveerde. Er waren drie maanden verstreken sinds zijn aankomst in Nederland en al die tijd had hij niets vernomen van zijn familie.”
Op 8 februari 1920 vertrok de eerste kindertrein uit Boedapest naar Nederland. Zeshonderd kinderen zaten in die trein om in Nederland bij te komen van de ontberingen van de Eerste Wereldoorlog. Karel/Károly is er een van. Karel wordt opgevangen door Antonie, die samen met twee broers op een grote boerderij woont. De bedoeling is dat Karel na een paar maanden aansterken weer terug naar huis zou gaan: hij zal niet meer terugkeren naar Boedapest. Karel groeit op tot een sterke kerel, wordt zelf boer en krijgt een groot gezin. Zijn vrouw Edie probeert nog wel een gesprek aan te gaan over het verleden: waarom is Karel nooit teruggegaan? Wat heeft er plaatsgevonden dat hij zijn ouders niet meer wil zien?
Een prachtig boek dat door meer personen wordt verteld, waardoor je een mooi compleet beeld krijgt van de verschillende jaren waarin diverse maatschappelijke gebeurtenissen de revue passeren. En tegelijkertijd de keuzes die dan gemaakt moeten worden met het verleden in de rugzak van Karel/Károly.