Stuwend en swingend leest Verhulst nieuwe roman als een dans tussen de doodsdrift en levenslust. Een ode aan liefde, vergeving, een goede maaltijd en, in donkere vorm, toch ook wel aan het leven zelf.
Eric Finck verwerkt een echtscheiding. Om zijn gedachten lam te leggen en vooral niet gek te worden, speelt hij piano, dag in, dag uit. Maar in plaats van zijn verleden de vergetelheid in te spelen, loeien de herinneringen per noot steeds luider in zijn kop.
Na zijn debuut in 1999 schreef Dimitri Verhulst 13 boeken, romans, verhalen, novellen, poëzie en toneel. Zijn werk verschijnt in meer dan 20 talen over de hele wereld en hij wordt gezien als een van de grote schrijvers uit de Lage Landen. De klassieker De helaasheid der dingen werd bekroond met de Gouden Uil Publieksprijs, met Godverdomse dagen op een bol won hij de Libris Literatuurprijs. Zijn laatste, De laatkomer, verkocht binnen een half jaar meer dan 75 000 exemplaren, wordt verfilmd en over de hele wereld vertaald.
• 2007 - Publieksprijs Gouden Uil voor De helaasheid der dingen • 2007 - Humo's Gouden Bladwijzer voor De helaasheid der dingen • 2008 - De Inktaap voor De helaasheid der dingen, literaire jongerenprijs Vlaanderen, Nederland en Suriname • 2009 - Beste Boek 2008 Humo's Pop Poll voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol • 2009 - De Libris Literatuur Prijs voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol
Zo. Ga er maar weer eens lekker voor zitten. Verhulst heeft zijn nieuwe roman klaar. Neem de avond vrij, ga even langs de nachtwinkel voor een schroefdopwijntje en een magnetronmaaltijd, laat eventueel het bad vollopen en leg je meest melancholische plaat op de draaitafel. Dit wordt smullen.
In een tiental hoofdstukjes, elk genoemd naar een andere evergreen, neemt Erik Finck -mislukt als vader, als filmmaker, als echtgenoot, als pianist in een hoerenkot- ons mee in de wervelende wanorde van zijn gedachten. Een 'rant' van een knorrige, bonkige, Vlaamsige, grijzende, meurende zagevent. Maar geestig. Allzugeestig. Op zijn piano tokkelt hij Horace Silver, Nat King Cole en all that jazz en de taal die hij hanteert swingt de pan uit.
Verhulst gooit een leven in stukken en legt met de brokstukken een mozaïek van een onrustige, bittere maar geestige vertelstem. Van de hak op de tak. De ene flard volgt de andere op. Hersenspinsels. 45 toeren per minuut. Schijnbaar zonder samenhang en structuur maar gaandeweg kan je als lezer -als je goed kijkt- vormen onderscheiden en verbanden leggen. Dit boek valt misschien nog het best te omschrijven als een interne monoloog van iemand die naast elkaar aan het praten is.
Maar laat u niets wijsmaken. Finck gooit zichzelf vol met goedkope wijn –‘drie kopen, twee gratis, en zo smaakt hij ook’- maar achter die rotzooi schuilen -als je goed kijkt- wondermooie poëtische zinnen en godbetert zelfs een aantal filosofische mijmeringen die aan het Franse ennui-existentialisme van pakweg George Perec of Michel Houellebecq doen denken.
Ik heb heimwee naar de tijd dat Verhulst nog boeken schreef zoals Mevrouw Verona, Problemski Hotel en ook De Helaasheid der Dingen. Kritisch, vaak wrang, maar evengoed hilarisch met momenten. En taalkundig altijd subliem.
Bij Een verwittigd Man blijft in mijn ogen alleen het taalkundige overeind. De inhoud kan ik het best omschrijven als 'losse flodders' maar misschien was dat wel de bedoeling...
Ik ben normaal fan van het werk van Verhulst, maar zijn nieuwste boek is echt niet aan mij besteed. Te fragmentarisch, te triest, geen verhaallijn en een klein beetje navelstaarderij (sorry).
Drie sterren voor de literaire kwaliteiten van dit boek, maar voor mij was het veel te deprimerend. Dat is nu eenmaal de stijl van Dimitri Verhulst, dus ik wist eigenlijk wel wat ik kon verwachten.
Ik heb geen zin, zacht uitgedrukt, om de korsten van mijn wonden te laten openkrabben door een therapeut; zolang het deksel op de put blijft riek ik niet wat rot.
“Wat Leo Ferré zei: dat geluk niet zoveel voorstelt, omdat het in feite het verdriet is dat eventjes een beetje rust neemt. Ik zie geen enkele reden om te confabuleren: het leven is al ongeloofwaardig genoeg. Zouden ze dat in Gaza ook tegen hun kinderen zeggen; dat de oorlog hun in wezen goeddoet?” P 133
Drie gedachten die tegen elkaar klotsen in de stream of consciousness van Eric Finck, de ik-verteller in de meest recente Verhulst-roman. Drie gedachten zonder op het eerste zicht enig onderling verband, maar aan alledrie gaan een hele reeks gerelateerde gedachten wél vooraf, en er volgen er ook nog veel. Steeds opnieuw vakkundig door elkaar gevlochten.
Ik had wat bedenkingen toen ons boekenclubje dit boek selecteerde, omdat a) Bechamel mucho me danig tegengevallen was en ik vreesde voor meer van hetzelfde, en b) Verhulst in interviews liet uitschijnen (of de vragen van journalisten onvoldoende bijstuurde) dat het ook hier aan 200 per uur over scheefpoepen, onkundig ouderschap en zuipen zou gaan. Het is eigenlijk bijzonder goed geslaagd. Verhulst wil wat experimenteren met de romanvorm, en de jazzy van-de-hak-op-de-tak en dan weer terug op de hak aanpak blijft volgehouden en werkt uitstekend. Verhulst is een slimme mens dus je kan er altijd wat van opsteken ook. Lachen (of minstens af en toe gniffelen) mag ook. En tenslotte: er is veel overlap tussen de tragiek van schrijver en personage, maar de auteur koketteert er niet mee; het is in wezen een tragisch verhaal over de levensloop van een man die beseft dat het hier en daar fundamenteel de verkeerde kant is uitgegaan, maar die desalniettemin, op z’n Camus, toch recht krabbelt en voortdoet.
De jazz-vibe - elk hoofdstuk heeft de titel van een klassieker, Eric speelt rokend en wijn drinkend piano, enz - paste ook perfect bij de tijd en omgeving waarin ik dit las (Dordogne, 2e helft juli, krekels, zon, bière pression, vin blanc sec).
Zoveel schitterende zinnen, snedige gedachtes, hilarische, pijnlijke beschrijvingen dat het teveel wordt. Teveel van het goede! Of moet ik trager lezen? In stukken lezen?
In het begin echt mijn ding niet, maar op de duur wat gewend geraakt aan het boek. Eentje waar ik serieus mijn aandacht bij moest houden en me heeft vermaakt.
Ik had dit boek bijna niet uit gelezen, zo erg had het mij gefrustreerd door de teleurstelling. Dat was niet eens het ergste, het ergste is dat het laatste kwart zo goed is dat ik mezelf niet tot het punt kan brengen om het minder dan 4 sterren te geven.
Om eerlijk te zijn, denk ik eerder dat het laatste kwart niet eens veel beter geschreven is dan de rest van het boek, maar ik simpelweg naar een andere manier naar het boek keek.
Eric Finck is Dimmetrie Verhulst en de enige reden waarom hij zichzelf een andere naam heeft gegeven is zodat hij niet gebonden zou zijn aan de realiteit. Het is op een manier een uitbreiding en opvolging van de Helaasheid der dingen. Deze keer zonder nostalgie en met meer levenservaring die de melk heeft laten verzuren.
Raad ik dit boek aan? Mja, op zich wel want het was wel prachtig op een manier, maar ik raad wel aan dat je 'De helaasheid der dingen' eerst leest om wat meer context te hebben over de schrijver.
Verhulst schrijft alsof hij met een kapotte lever en een warm hart naar de mensheid kijkt.
Een verwittigd man is niets waard leest als een nacht doorhalen met iemand die veel te hard lacht om zijn eigen ellende omdat hij weet dat huilen duurder wordt naarmate je ouder wordt.
Elke pagina ruikt naar wijn, schaamte, verloren jeugd en kleine stukjes schoonheid die weigeren dood te gaan.
Speciaal..komt heel autobiografisch over en dan lonkt de helaasheid en de laatste liefde van mijn moeder om de hoek wat zeker geen slechte zaak is. De combinatie met een ander onderwerp per 2zinnen werkt soms wel goed maar soms ook totaal niet. Is misschien net wat de schrijver wil doen je beetje op het verkeerde been zetten. Op een paar avonden uitgelezen nog net voor de wk gekte
"Met een onvoldragen liefdesverdriet moet men de vogels volgen, gewichtsloos kennen zij de weg, daar geloof ik eventueel nog wel in. " Het nieuwste boek van Dimitri Verhulst is een typische Verhulst omdat het weer dezelfde thema’s als eenzaamheid, kapot gelopen relaties, een gewelddadige vader, een overspelige moeder, alcohol en humor beschrijft. Een verwittigd man is niets waard dus. Tegelijkertijd is de schrijfstijl niet zo typisch en vindt Verhulst zichzelf weer uit door het boek te componeren met losse zinnen. Een bloemlezing: Dit is het toppunt: nu ik helemaal alleen in heb te slapen, was ik wekelijks mijn lakens. Bij een zaadlozing komen er bij een gezonde, jonge man tot wel zo’n 150 miljoen zaadcellen vrij; dat ik die marathon richting eierstokken van mijn moeder heb gewonnen kan alleen maar betekenen dat ik vals heb gespeeld. Het rechte pad, houdt ook maar één iemand daarvan? Zijn rokershoest is mijn voornaamste erfstuk. Het geheugen is een leugen; ik moet er voor behoeden bepaalde delen uit het verleden te idealiseren. De plaats waar we ons huwelijk voor geopend dansten, was precies de plaats waar ik haar, drie decennia eerder, voor het eerst heb gezien, en waar al mijn organen op een andere plaats kwamen te liggen van opperste verliefdheid. Zelfs het kraantjeswater is vandaag niet zo zuiver meer als de stem van Nat King Cole is geweest. Het is mijn existentialistische plicht zelf verantwoordelijk te zijn voor al mijn daden. Haar tanden overlapten elkaar gelijk dakpannen. Het idee om mijn pols te breken kwam niet van mij. Er was een geit op teevee die beweerde dat iemand die zowel voor het klimaat als de Palestijnen opkwam, niet echt geloofwaardig bevonden kon worden, en eerder moest worden gezien als een professionele activist. De electorale vijver waarin ze wenst te vissen is ongetwijfeld deze van mensen die simpelweg nergens voor opkomen. Er was veel volk op het garnaalkrokettenfestival, maar ik niet. Een herinnering aan immens geluk, tamelijk recent nog: hoe de kraanvolgels luid kwetterend boven onze tuin verzamelden en dan plotsklaps in formatie vertrokken naar een verte waarin dient te worden gepaard en gestorven. Waar is het geluk waarmee ik heb gesmeten?
Dimitri Verhulst is zo’n Vlaamse schrijver die je niet snel vergeet. Geboren in 1972 in Aalst, groeide hij op in een chaotische omgeving met een alcoholische vader en een moeder die hem op jonge leeftijd al losliet. Die rauwe roots sijpelen door in veel van zijn werk, van de doorbraak met De helaasheid der dingen tot zijn latere romans vol zwarte humor, zelfspot en existentiële kopzorgen. Hij is een man die literatuur maakt van mislukkingen, liefdes en het absurde van het bestaan – en dat doet hij met een pen die even scherp als speels is.
In Een verwittigd man is niets waard volgen we Eric Finck, een gepensioneerde filmmaker die in Oostende neerstrijkt na een pijnlijke scheiding. Zijn vrouw Yatzy heeft hem verlaten, en van zijn zoon heeft hij al twee jaar niks meer gehoord. Eric vult zijn dagen met goedkope wijn, magnetronmaaltijden, wat gepiel op de piano en vooral: eindeloos malen over wat verloren is. Hij blikt terug op zijn jeugd, zijn vader die veel te vroeg ging, en een moeder die liefde nooit echt in huis had. Het boek danst tussen doodsdrift en levenslust, vol associaties over garnalenkroketten, eenzame avonden en de echo’s van een relatie die kapotging.
Verhulsts schrijfstijl is hier weer typisch: korte, puntige zinnen die als losse flodders door je hoofd schieten, van banale observaties over een magnetronmaaltijd naar diepe zelfhaat en weer terug. Het voelt als een stroom van bewustzijn die niet altijd logisch hoeft te zijn, maar wel lekker swingt. Wat ik echt tof vond, is hoe Verhulst de banaliteit van het alledaagse leven zo treffend en grappig weet te vangen, met die typische Vlaamse zwartgalligheid die je af en toe hardop laat gniffelen. De manier waarop hij liefde en gemis beschrijft, voelt rauw en echt, zonder dat het te zwaar wordt. Minder geslaagd vond ik soms de eindeloze associaties die een beetje in kringetjes draaien – na een tijdje wenste ik dat Eric wat meer vooruitging in plaats van alleen maar te jammeren. Het blijft wel knap hoe hij dat allemaal in een vloeiende, bijna poëtische chaos giet.
Een boek dat je meeneemt in de blues van een gescheiden man en je tegelijk laat nadenken over hoe we allemaal worstelen met ons verleden.
Yatzy heeft haar relatie met de filmmaker Eric Flinck verbroken. Ze heeft de katten en de hond meegenomen en hij blijft alleen achter. Hij probeert zijn verdriet te verwerken door dag in, dag uit piano te spelen ook al heeft hij geen talent. Zijn gedachten gaan alle kanten op. Hoe kan hij haar ooit terugkrijgen?
Met ‘Een verwittigd man is niets waard’ wou Dimitri Verhulst een niet alledaagse roman uitbrengen. Een roman die volgens hem zelfs AI niet goed zal vinden. Het is een speciaal boek waarvan de meningen verdeeld zullen zijn ofwel vind je het goed ofwel vind je er niets aan. Verwacht je niet aan een roman die je zomaar in een snel tempo uitleest. Het boekje ziet er dun uit maar dwingt je om heel geconcentreerd te lezen. Dimitri switcht continu van het ene onderwerp naar het andere, hij hopt van de ene gebeurtenis naar de andere, van het heden naar het verleden… Net zoals de staccato’s in een pianopartituur.
De manier waarop Dimitri het leven van Eric beschrijft zag ik levendig voor me. Een eenzame man die leeft op magnetronmaaltijden en waarbij de fles wijn zonder schroefdop altijd in de buurt is. De wirwar van emoties waaronder Eric gebukt gaat, worden op cynische, verdrietige maar ook wel op grappige wijze verwoord. De ene keer heb je medelijden met hem en de andere keer zou je hem (op z’n Vlaams gezegd) een schop onder zijn gat geven.
‘Ik ben de mens geworden die al helemaal zal zijn ontbonden eenmaal hij dood in huis wordt gevonden… Wanneer de wormen luid boerend mijn huis verlaten, hun dikke pensen wringend door elke kier die hun een uitweg biedt, zal er misschien een buur bedenken dat ik al sedert enige weken naar de eeuwige padelvelden ben vertrokken, en de politie bellen’
‘Zo’n verdrinkingsdood is niks voor mij ik kan veel te goed zwemmen!’
‘Met een verwittigd man is niets waard’ bewijst Dimitri Verhulst nogmaals eens dat hij echt een literair wonder is. Het althans voor mij onbekende woord ‘librocubicularist’ dat staat voor iemand die in bed leest, heb ik aan mijn woordenlijst kunnen toevoegen. Ik heb gesmuld van Erics melancholie en ben dan ook heel benieuwd of Dimitri met deze roman weer in de prijzen zal vallen.
Verhulst schrijft beter met één hand dan veel van zijn collega’s met twee.
Maar ook: zijn taligheid is een schild waar op den duur geen inhoud meer door raakt.
Heeft hij de broers Wittgenstein altijd al in zich gehad?
Wat mij - getuige mijn eerdere bespiegelingen over zijn werk* - betreft zeker wel.
Want ook hier weer perst hij aanvankelijk de ene na de andere zegevierende zin uit zijn pen/linkerhand (het rechter dient om te roken).
Maar ook hier weer evolueert dat van frisse scherpzinnigheid (“Wat mij stoort aan het winteruur, is dat het de illusie creëert dat de klok teruggedraaid kan worden.”), over grappig cynisme (“Liever dan in bed te lezen, neuk ik op een stoel.”) naar misantropisch gelamenteer (lees gewoon het hoofdstuk ‘Sometimes I feel like a motherless child’, waar het schaamhaar van zijn moeder plastisch wordt beschreven en gashoudende ontlasting plots komt - euh - bovendrijven).
Tenslotte wordt er nog gevingerd voor vorst, voor vrijheid en voor recht, en dan is het over.
Zelfhaat ligt als een verstikkend deken over het boek.
Eerder dan Wittgenstein is Verhulst wellicht niemand minder dan Eric Finck.
Het is moeilijk om deze novelle te omschrijven. De vrij korte hoofdstukken hebben telkens de titel van een jazzlied. De tekst loopt niet door en kan je ook omschrijven als een jazzcompositie. Dimitri Verhulst probeert hier een nieuwe manier van schrijven uit, met vooral korte zinnen, gelardeerde onderwerpen die om de paar lijnen terugkomen. Het geheel leest als een compositie. Inhoudelijk gaat het om een Oostendenaar die de breuk met zijn geliefde Yarzy probeert te verwerken door de hele tijd piano te spelen. Zij vormt een thema dat geregeld terugkeert. Ook gaat het soms over de relatie met zijn overleden vader, die een geweldenaar en dronkenlap was, en zijn moeder, die zich hoereerde en met wie hij geen contact meer heeft. Ook andere en minder relevante thema's komen soms terug. Zo zijn er de occasionele verwijzingen naar Michel Houellebecq, komen andere bedpartners soms aan bod , of gaat het over banale zaken zoals zijn voeding. Het boek, dat op de kaft omschreven wordt als een roman, omvat slechts 165 bladzijden en heb je vlug uitgelezen. Ik vind het boek verdienstelijk maar toch niet helemaal geslaagd omwille van de speciale stijl. Zaken worden geëvoceerd maar niet helemaal uitgewerkt.
(…) De duizenden, werkelijk duizenden, blauwe kwallen die gelijk landmijnen op het strand lagen, behoorlijk impressionant eigenlijk, bleken zeepaddenstoelen te zijn. Ik hou van de nachtelijke straten tijdens een storm, hoe alles dan ratelt en kleppert, en onzichtbare wezens uit een aantrekkelijke onderwereld met de vuilnisdeksels frisbee spelen. (…)
Voor lezers die niet terugdeinzen voor een flinke dosis expliciet taalgebruik is deze roman – die is gegoten in de vorm van een misantropische gedachtenmonoloog zonder adempauze – zeer lezenswaardig.
Een man van middelbare leeftijd overpeinst al pianospelend zijn recente relatiebreuk, zijn falen als vader en de moeizame relatie met zijn (groot) ouders.
Op het eerste lezersoog lijkt het verhaal enkel een warrige zinnenbrij die als een wervelwind over de bladzijden raast, maar niets is minder waar.
Gaandeweg wordt een repeterend ritme zichtbaar dat door de auteur knap in elkaar vervlochten is.
Melancholische, maatschappijkritische en humoristische elementen wisselen elkaar in een hoog tempo af.
Een bijzonder origineel gestileerde en beeldende roman waar ik erg van genoten heb!
Erik Finck zoekt na een pijnlijke echtscheiding zijn toevlucht tot de piano. Terwijl hij speelt, voeren de herinneringen hem terug naar het verleden en verweven muziek en herinneringen zich tot een intiem portret.
In het begin dacht ik vooral: wat een chaos. Zinnen leken willekeurig over het papier verspreid, zonder duidelijke structuur. Maar gaandeweg begon ik die stijl te appreciëren. De chaos bleek helemaal geen chaos te zijn, maar weerspiegelde de deining van de muziek waarop Eriks herinneringen komen en gaan.
Een verbitterd man is niets waard van Dimitri Verhulst ademt de typische Vlaamse schrijfstijl van de auteur: rauw, scherp en doorspekt met ongepolijste uitspraken. Op zijn eigen, bijzondere manier schetst Verhulst een man die langzaam ten onder gaat aan verdriet, zijn geloof in de goedheid van de mens verliest (op Nancy na) en alleen achter zijn piano nog houvast vindt.
Enerzijds voelt dit boek anders aan dan wat ik van Verhulst gewend ben, anderzijds is het net ontzettend typisch Verhulst. Een eigenzinnige, melancholische roman over verlies, liefde en verwerking.
Een roman die leest als een jazzcompositie, kom er nog maar eens om. Voordat ik met het lezen van Een verwittigd man is niets waard begon, kon ik me niet voorstellen hoe Verhulst dat deed, en eigenlijk vond ik na afloop dat ik een beetje van een kouwe kermis thuis ben gekomen. Wat nou, jazzcompositie? Het was meer een akkoordenschema, waarbij elke nieuwe gedachte een nieuw akkoord was, met daarin dus steeds terugkerende akkoorden. En alleen in mineur, ik kan me niet herinneren ergens dan ook maar een positieve gedachte gelezen te hebben. Jazz zoals echte jazz bedoeld is: het bezingen van het verdriet van je volk, nou ja, in dit geval dat van de pianist, Erik Finck. Mislukt als filmmaker, mislukt als echtgenoot, mislukt als zoon. Daarnaast alcoholist, narcist en pianist. Beter wordt het niet. Ondanks de vorm is het boek goed te lezen. En dat is oprecht een compliment, want Verhulst heeft het zich niet makkelijk gemaakt.
De stijl waarin dit boek geschreven is, is niets voor mij. Er stonden wel enkele zinnen in die ik ergens wil bewaren. Hier dan :). Die maken het boek voor mij uiteindelijk toch net iets beter.
"Het is absurd te hopen dat een vrouw een einde maakt aan de eenzaamheid die zij mee veroorzaakt heeft." "Ik hou van haar, ondanks alles, en ik mis haar, ondanks alles." "Immer moedig achterwaarts." "Al die Vlaams-nationalisten die een stijve krijgen van het onafhankelijkheidsidee, krijgen het lef niet bij elkaar gesprokkeld om Palestina als staat te erkennen." "Wanneer mensen, de meeste, het over monogamie hebben, dan praten ze in wezen over seks, en niet over liefde." "Het gruwelijkste aan bedrog is dat het ook de oprechte momenten in twijfel trekt." "Eenzaamheid verdrink je niet, je maakt ze 'r net groter door."
Verhulst slaagt er in als een puber met een aandachtsspanne van 15 seconden je stilistisch zo pamperen dat je de wisselingen die niet echt werken met liefde vergeeft. Alle moderne verslavingen komen langs en worden filosofisch of via helden uit de film of Jazz gepositioneerd. Vaak hilarische taalcombinaties en een exuberantie aan nieuwe woorden al dan niet Nederlands, Fins of Japans. Ik heb ervan genoten. Voor de liefhebber wat te denken van "ultracrepidarianist" zoek het maar eens op...En zo valt er nog meer te genieten, al helpt het wel als je wat gelezen hebt of een wat uitgebreidere kennis hebt van films of jazzmuziek.
Leest vlot weg. Het fragmentarische is maar een pagina of twee aanpassen, dan leest het best makkelijk.
Hier gebeurt feitelijk niks. En bij momenten druipt de viezigheid er van af. Maar goed geschreven, soms spitsvondig, wel eens confronterend en vaak frustrerend (Man, doe iets met je leven!).
Ik heb het voortdurend moeilijk met personages die eindeloos vast zitten in hun toestand — nogal een trend de voorbije jaren in de literatuur of blijkbaar toch de boeken die ik kies te lezen — maar hier deerde me dit totaal niet.
Je zit in het hoofd van de hoofdpersoon. En net als met je eigen gedachten, schiet dat soms alle kanten op. Het verhaal springt van de hak op de tak en je moet echt je aandacht erbij houden om te weten waar hij het nu weer over heeft. Gezien de cover en de synopsis had ik iets meer over muziek verwacht. Maar al met al een vermakelijk verhaal, waarbij ik regelmatig moest grijnzen om de lyrische beschrijvingen die dit boek rijk is.
Meer deprimerend dan geestig. Vaak genoeg scherp en bijtend om door te willen lezen, maar ik heb mezelf naar het einde moeten slepen. De manier van schrijven is leuk en interessant, al is het dan wel handig om niet te lange pauzes tussen het lezen te nemen, omdat elke gedachte een paas hoofdstukken later alsnog een vervolg kan krijgen. Knap gedaan, wel.