Jump to ratings and reviews
Rate this book

Jan Timman & Hans Böhm – Herinneringen van twee schaakvrienden

Rate this book
Twee vrienden kijken in de herfst van hun leven achterom. Ze begonnen als talenten in de schaaksport en behaalden nationaal en internationaal successen. In hun jeugdjaren reisden ze samen door de wereld en beleefden bizarre avonturen. Grootmeester Jan Timman bleef schaken als doel houden en stond in 1982 op de tweede plaats van de wereldranglijst, achter zijn eeuwige rivaal, de Rus Anatoli Karpov. Internationaal Meester Hans Böhm gebruikte de schaaksport meer als middel en kreeg een carrière in de media. De successen van de een op het schaakbord kreeg nog meer glans door de ondersteuning van de ander: op televisie, radio, kranten en weekbladen. Ze halen herinneringen op aan de flowerpowertijd, de periode van de Koude Oorlog met de tweekamp om de wereldtitel tussen de Rus Boris Spassky en de Amerikaan Bobby Fischer en de opkomst van de schaakcomputer. Tussendoor komen de eigen ambities voorbij, de ontmoetingen met bijzondere mensen, de vele successen en af en toe het eigen falen. Samen hebben ze de schaaksport impulsen gegeven met ludieke optredens, vele boeken, diverse televisiecursussen, een langspeelplaat en zelfs schaakliedjes. Middels autobiografische herinneringen kijken ze terug op een turbulent, productief, maar bovenal een avontuurlijk leven. In dit boek komen naast tien memorabele partijen en tien eigen studies van Timman ook tien personen aan het woord die belangrijk waren in bepaalde periodes.

341 pages, Paperback

Published April 15, 2026

Loading...
Loading...

About the author

Jan Timman

250 books14 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
3 (75%)
4 stars
1 (25%)
3 stars
0 (0%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 of 1 review
105 reviews
June 23, 2026
Dit is een speciaal boek. Toen ik het in handen kreeg, had ik het 2 dagen later al uit. Het is een apart boek, in die mate dat ik dit type boek nog nooit gezien heb. De aanleiding: bij Jan Timman is een quasi ongeneeslijke kanker vastgesteld – het einde is in zicht. Hans Böhm oppert meteen: dan maar een boek van ons leven, nu het nog net kan. Het boek is terzelfdertijd een massa anekdotes, een zeer persoonlijke invulling van wat het schakersleven betekent, en vormt eigenlijk een categorie op zich. Je hebt schaakboeken die technisch zijn en gaan over opening, middenspel, eindspelen, strategie en taktiek, of je hebt tornooiboeken en biografieën. Short bracht daar met zijn boek “Winning” een aanvulling op: al zijn partijen uit acht tornooien die hij had gewonnen. En nu komt dit boek, dat terzelfdertijd een terugblik is op het schakersleven van Timman en Böhm, alsook een “making of” van datzelfde boek.

Het boek volgt een chronologische structuur; jaar per jaar worden resultaten, projecten en ervaringen overlopen. Mooi is dat de hoofdstukken worden opgedeeld per adres waar Jan Timman gewoond heeft. Immers, dat hangt een beetje samen met zijn gezinssituatie (en evolutie van schaakbohemien tot (letterlijk) gevestigde waarde) en vormt aldus een houvast voor herinneringen.

Je komt er heel wat weetjes en achtergrondverhalen te weten. Zo vond ik het knap dat er closure was rond de partij Timman-Böhm (OHRA 1984), die Böhm een GM-norm kostte, omdat Timman Böhms remisevoorstel weigerde, en uiteindelijk de partij (en het tornooi) won. Mooi dat de protagonisten hier nuchter en eerlijk konden over spreken, en mooi voor de lezer, deze closure.

Of dat Euwe ooit meegedaan heeft aan de cyclus om het WK correspondentie. Omdat het boek doorloopt tot bijna dit jaar, is het soms verrassend actueel. Zo leer ik dat Karpov na een Putin-kritische toespraak een harde klap op zijn hoofd heeft gekregen en nooit meer de oude zal zijn.
Hoewel het boek is opgezet als “laatste kans om met Jan Timman te praten”, is het tevens een soort biografie van Hans Böhm. Het gaat immers over hun vriendschap, en dan is het niet meer dan normaal dat Hans een (bijna) 50/50 verhouding krijgt in de tekst. Niet in de partijen en studies, die zijn van Jan alleen – immers, Hans heeft nog wat tijd om “zijn” in memoriam boek samen te stellen.

Het boek houdt een goed evenwicht tussen beide carrières. Böhm ging al snel de mediatoer op en kan beschouwd worden als de grootste promotor van het Nederlandse schaak (qua activiteiten – ik bedoel niet financieel, dat is eerder Van Oosterom of Waling Dijkstra geweest). Niettemin, in zijn goede jaren was Böhm misschien wel net grootmeesterformaat, dus onderschat hem zeker niet als schaker.

Het boek zelf dan : een softcover, handig formaat (24x16 cm), mooie layout. De tekst van Hans Böhm is blauw afgedrukt, die van Jan Timman in het zwart. De inleidende stukjes zijn in blauw cursief (had voor mij niet gemoeten (blauw = Böhm, zwart = Timman, was voor mij voldoende), maar goed, dat zijn keuzes). De interacties tussen beiden zijn op die manier goed te volgen (zonder dat er telkens Jan: of Hans: moet bijgedrukt worden), zodat de gesprekken bijna live te volgen zijn.
De grote waarde ligt vooral in die aanpak: dit is geen boek dat het verhaal filtert, niet de “officiële gepolijste levenswandel” schetst van twee vrije mannen, die op hun manier hun weg hebben gevonden in het leven. Er is niet geschaafd, het verhaal wordt verteld zoals het verlopen is, zonder opmaak. De gesprekken worden bijna woordelijk weergegeven, en de bezoeken worden gekaderd: soms wordt (alcoholvrije) wijn meegebracht, soms fruit, soms taart, en soms worden bezoeken gewoon uitgesteld, omdat de gezondheidstoestand van Jan er even niet meer tegen kan. Naar het einde van het boek wordt duidelijk dat de oorspronkelijke prognose (minder dan een jaar) juist blijkt te zijn en de pijn dat Jan Timman dan net de publicatie van zijn laatste boek niet zal meemaken is duidelijk merkbaar.

Mooi is ook dat bij elk hoofdstuk een oude vriend, iemand die hen beiden in hun jonge jaren gesteund heeft, of gewoon iemand die jarenlang vriend was ook aandacht krijgt, en twee bladzijden mag volpraten met een eigen insteek in het verhaal van Jan en Hans. Ook de (actuele) echtgenotes worden niet vergeten: achter elke man staat een vrouw, en dat is voor beiden eveneens het geval.
Zijn er minpunten? Misschien een heel kleintje. Het boek doet soms iets “te volledig” aan (*). De vele tornooien van Timman, met een paar woorden commentaar, tja, ... Misschien was minder volledigheid, en meer kadrering, of een anekdote beter geweest, maar opnieuw, de gustibus et coloribus non est disputandum.

De partijen- en studiekeuze is uitmuntend, en ik kan goed begrijpen waarom er maar een handvol zijn: het is de selectie van een schaker die enkel deze partijen als quasi perfect beschouwt, het zijn de partijen die hij in zijn hart draagt, die hem voortstuwen om toch ooit nog maar eens zo’n partij weer te kunnen spelen. Het zijn de partijen waarvan de schaker vindt: als ze later mooie partijen van mij willen publiceren, laat ze dan één van deze tien kiezen.

De schaakengine is onverbiddellijk, en het is meteen al prijs bij de eerste studie, waar 6.Tf2 wel wint, in plaats van het 6.Tf3 van de studie, wat slechts remise oplevert. Maar daar gaat het niet over – dit is een boek over de schoonheid van het schaken (voor mensen), niet over Jan Timmans tien perfecte partijen en tien perfecte studies. Daarom zit er ook geen partijenindex achteraan – dat was helemaal niet de bedoeling.

Dit boek heeft zovele plussen dat de hele kleine minpunten verdwijnen tegen alle andere goede ideeën die dit boek gemaakt hebben tot wat het is: een testament aan de levenslange vriendschap tussen Hans en Jan. Met de vakantie voor de deur zou ik zeggen: kopen en lezen – het boek geeft je een opmerkelijk inzicht achter de schermen van twee schaakvrienden, voor wie geld op de tweede plaats kwam, maar het juiste doen, en je vrij voelen op de eerste plaats. Vijf sterren? Oh, ja, zeker.
Displaying 1 of 1 review