Mijn naam is Nena. Oma Tille vond dat ik mijn ziekenhuisavonturen moest opschrijven in dit schriftje. Ze is de meest wijze vrouw die op de aardbol rondloopt en heeft alleen maar knettergek goeie ideeën.
Ik beloof hierbij plechtig dat alles wat er in dit dagboek volgt, allemaal echt is gebeurd. Behalve dan wat ik er per ongeluk bij verzin.
Nena is 11 jaar en geboren met een ziekte aan haar longen. Een nieuwe aandoening brengt haar bij een nieuwe dokter die de ene test na de andere op haar afvuurt. Stikvervelend, maar gelukkig is er Souf. De jongen die koeken steelt en een plan bedenkt om eens en voor altijd te ontsnappen.
Het leest als een trein, dit boek over de heerlijke Nena die zoveel meer is dan een meisje met een chronische ziekte. Hanna De Smet schreef het boek dat ze zelf had willen lezen, die dagen in het ziekenhuis, die vele uren in de wachtzalen van dokters. En daar is ze volgens mij met glans in geslaagd. Het steekt altijd een beetje dat zorgverleners zo gemeen worden afgeschilderd in kinder- en andere boeken, zonder een greintje communicatie en met vooral oog voor de regels en de cijfers en niet voor het kind / de mens. Laat ons hopen dat ook dit meer fantasie dan werkelijkheid is. Ik gaf geen sterren omdat ik absoluut niet het doelpubliek ben, dus wie ben ik om het aantal sterren te bepalen?
Ik kocht dit boek oorspronkelijk voor mijn nichtje van 11 jaar oud (het eigenlijke doelpubliek), maar las dit met veel genot ook zelf.
Ik had me er niet op voorbereid dat ik tijdens het lezen van dit boek zelf teruggeworpen zou worden naar mijn eigen kindertijd. De verschillende taferelen die plaatsvonden in het ziekenhuis haalden herinneringen bij me naar boven over mijn eigen nare ervaringen in ziekenhuizen, het zijn er natuurlijk minder in aantal dan bij het hoofdpersonage en zeker en vast minder legendarisch.
Daarnaast haalde mijn brein vaak herinneringen naar boven over mijn grootouders zaliger, de warme liefdevolle herinneringen waarin ik werd verwend door het pianogetokkel van mijn grootmoeder, het gekras van mijn grootvader op zijn tekenblad of de vertrouwde zelfde maaltijden waar we telkens naar uitkeken. Maar ook de latere ziekenhuis en rusthuisbezoeken die toen vaak moeizamer aanvoelden, maar waarbij ik nog steeds werd verwend door een pannenkoek in de cafetaria.
Niet alleen door deze nostalgie wil ik dit boek een goede recensie geven, maar ook door de vlotte opbouw van het verhaal en de zorgvuldig gekozen woorden in de schrijfwijze. Het is een boek dat ik zeker zou aanraden aan alle kinderen ( alsook volwassenen ) en ik hoop dat mijn nichtje ook 5 sterren op de kaft van dit boek zal kleven.