"Uiteindelijk gaat het maar om één ding en dat is de kus. Daar heb je genoeg aan. En na de kus wordt alles anders."
Dit boek heeft een grote indruk gemaakt, wat ik totaal niet had verwacht. Het heeft zelfs een "theologische invalshoek" om het maar even te verwoorden in het bekakte Leidense taaltje. Over erachter komen hoe nietig een mens is, en daar twee kanten in op kunnen gaan: zelfverheerlijking of zelfspot. Over God niet kunnen ervaren en op basis van menselijk falen concluderen dat Hij niet is en Hem afschrijven. Over het cliché dat als de dood voor de deur staat, je je plaats ten opzichte van God wel weet. "De raadselen van God bevredigen mij meer dan de oplossingen van mensen." "Je moet geen 'sorry' tegen mij zeggen, maar tegen jezelf! Ik kan je straks geen schop onder je hol meer geven. Dan moet je het allemaal zelf doen. Wanneer spring je nou een keer in het diepe? Wanneer waag je eens wat?" "Ik wist het zeker. Het was voor mij, het was een lied voor mij. Het was de hoogste en meest intieme wetenschap, het meest bijzondere wat een mens ooit kan horen. Ik zal het nooit meer vergeten. Ik ben een beminde!"
Een goed boek wat erg aanslaat op de belevingswereld van 'christelijke' studenten. Waarbij onwetendheid en argeloosheid het ongeluk kenmerkt. Met een mooi en pakkend einde.