In een goede tweehonderd bladzijdes bespreekt Ellen Adams wat er geweten is over de Minoïsche beschaving op Kreta, ver voor onze jaartelling, toen de dieren nog spraken. Het is de moeite waard om wat dat betreft goed aandacht te besteden aan het tijdschema met de verschillende indelingen die gehanteerd worden en die vooraan in het boek staat. Dan zul je namelijk merken dat de hele geschiedenis van 'de Minoërs' pakweg twee millennia beslaat. Om alles even in perspectief te zetten... Laat ik je ook alvast waarschuwen: ik zeg wel 'wat er geweten is', maar eigenlijk is dat bitter weinig. Het gaat natuurlijk wel over een heel oude beschaving, maar het was voor mij verrassend hoe dikwijls de auteur alles moet nuanceren, de dingen open moet laten, allerlei verschillende hypotheses moet geven enzovoorts. Op mij komt het over alsof er meer geweten is over de oude Mesopotamische culturen dan over deze, ook al waren de Mesopotamische nog eerder. Dat is wel jammer, al kan Adams zelf daar natuurlijk niks aan doen.
Wat er dan wel staat, is voldoende voorzichtig geformuleerd om de lezer niet op het verkeerde been te zetten en de foute conclusies te (laten) trekken. Het is nog steeds erg interessant, temeer omdat de auteur duidelijke verschillen maakt tussen onze en de oude Minoïsche tijd en het mogelijke andere gedachtegoed dat er heerste. Dat er zo weinig geweten is, maakt het allemaal enkel en alleen intrigerender. De tekst wordt ondersteund door heel veel kaarten, schema's en afbeeldingen. Jammer dat die niet in kleur zijn afgedrukt in een aparte katern, maar dan was het wel een heel grote katern geweest in verhouding tot de rest van het boekje.
Zo ongeveer alle onderwerpen die in een boek als dit aan bod komen, doen dat ook: de geschiedenis zelf, politiek, religie, architectuur, samenleving, invloed van en op andere beschavingen, noem maar op. Er wordt ook aandacht besteed aan de opgravingen en de archeologen en hoe dat allemaal geëvolueerd is. Natuurlijk wordt Knossos vernoemd, met zijn zogenaamde labyrint en de Minotaurus, maar daarnaast zijn er nog een hele resem andere interessante sites die onder de loep genomen worden. Enige groter nadeel: er zit ook een hoofdstuk in over de (re)presentatie van de Minoërs in hedendaagse museums, en dat vond ik eerlijk gezegd doodsaai. En het deed ook niet echt ter zake, wat mij betreft.
De vertaling is van Roelof Posthuma, die ik ondertussen ken en waar ik erg tevreden van ben. De auteur heeft een duidelijke - heldere, aangename! - stijl die ook in het Nederlands doorschemert, de namen en termen enzovoorts zijn zo te merken correct vertaald en het taalgebruik is erg vlot.