Maarten Inghels wordt gevraagd een portret te schrijven van Elisabeth, de kroonprinses van België die achttien wordt. Maar waarom hij, een dichter? Is het niet te mooi om waar te zijn?
De roman Achttien is een lofdicht aan sprookjes, Valse Boudewijn, zwanen, Sinterklaas, eenhoorns, Zelda, de poëzie en de jeugd – kortom: de verbeelding.
Maarten Inghels debuteerde in 2008 met ‘Tumult’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij en ontwikkelde zich sindsdien tot een originele kunstenaar, dichter en schrijver. Met zijn dichtbundel 'Contact' (De Bezige Bij) verbond hij poëzie, beeld en acties die ontstonden tijdens zijn Stadsdichterschap van Antwerpen. Maarten Inghels is een meervoudige winnaar van de Vincent Van Meenenprijs. Zijn roman 'Het mirakel van België' over zijn ervaringen met de grootste meesteroplichter ter wereld verschijnt in november 2021 bij Das Mag.
Maarten Inghels heeft de eer een portret te schrijven van Elisabeth, de bijna achttienjarige kroonprinses van België. Bij hun eerste ontmoeting blijkt al snel dat de prinses erop gebrand is om via hem haar eigen gedichten anoniem te publiceren. Opnieuw voert de Vlaamse dichter en schrijver zichzelf op als hoofdpersonage, balanserend op een dunne lijn tussen satire, autobiografie en verbeeldingsrijke fictie. De koninklijke escapades ten spijt is Inghels op zijn sterkst in de vertederende gesprekken met zijn dochtertje en in de zelfbewuste terugblik op zijn eerste stappen als auteur: de puberale schrijfsels, tegendraadse performances, mislukte romans en gedichten die taal vooral gebruikten om de eigen binnenwereld te omzeilen.
De sprekende olifant waarmee hij in zijn vorige roman Hannibal & Gideon de Alpen overtrok, kwam echter aangrijpender en zelfs geloofwaardiger over dan de conversaties met de kroonprinses, maar Inghels' onverschrokken inzet voor het literaire experiment blijft bewonderenswaardig.
Wie heeft er het meest vrijheid? Het staatshoofd met 77 eigendommen dat binnenkort op onze muntstukken staat, maar zich beklaagt dat ze hoogstens iemand een aai over de bol kan geven, of de de dichter/hofnar ad interim die ongeneeslijk aan verbeeldingsgriep leidt.
Dit boek kiest duidelijk voor de tweede optie. Het is een lofzang op de fictie, niet als een zijspoor waar we eventjes voor het slapengaan op mogen, maar als fundament van ons bestaan. Elizabeth kan alleen maar koningin worden (met bijhorende muntstukken en misschien in broekpak) als wij allemaal samen in dat sprookje geloven. Yuval Noah Harari zou wellicht duchtig knikken. Het is die kracht van de fictie die ons als tijdelijke samenhang van moleculen onderscheidt van pakweg bergen. Of olifanten elkaar verzinsels vertellen durf ik te bevestigen noch te ontkrachten.
In dit boek walsen waargebeurde elementen met complete verzinsels, schrijft Maarten Ingels als Elizabeth van België als Maarten Inghels in echte poëzietijdschriften, wisselt hij herinneringen af aan zijn eigen achttien jaar met enquêteresultaten van Gen z'ers van nu.
Hopelijk lezen ze in Laken het pleidooi om de Paleistuin in het oververhitte Brussel open te stellen als park of als permaculture, quoi :
Papa gebruikt de tuin nu om rondjes te joggen en als oefenterrein voor zijn helikoper. De koning moet tussen de mensen staan, heb ik geleerd. Maar blijkbaar mogen de mensen niet tussen ons staan'.
De diensten van het Paleis hebben de auteur gekozen om in de aanloop van de 18-jarig wordende Elisabeth, die vanaf dan koninginwaardig zou kunnen zijn, een boek over haar te schrijven. Contact met haar en bezoek op het Paleis én een fraai financieel contract maken dat de licht dwingende keuze snel gemaakt is. Zelda, zijn dochter en eigen prinsesje, kan het amper geloven. Elisabeth beoogt een meer rebels en vooral poëziegericht leven. Het verhaal leest grappig en vlot, maar het moet het echt wel afleggen tegen zijn eerdere "Hannibal & Gideon", dat literair hoger scoort naar mijn aanvoelen.
Erg vermakelijk en interessant relaas over rollen, opgroeien en werkelijkheid. Een literair doel tussen zichzelf, zijn jongere zelf, de dichter, en prinses Elizabeth. De gesprekken met Elizabeth waren niet altijd even overtuigend, maar welke gesprekken met een achttienjarige zijn dat wel.
Origineel vertrekpunt met een fictioneel portret van de kroonprinses, maar verhaal beklijft niet echt. Wel genoten van de puntgave taal die Inghels hanteert en de omgang met zijn dochter met de fantastische naam, Zelda. De referenties naar van Ostaijen en Karel ende Elegast deden me glimlachen.
De lijn tussen realiteit en verzinsels is zó dun dat overduidelijke onwaarheden echt lijken en de echte dingen waanzin zouden kunnen zijn. Ik moet nog even nadenken wat ik nou precies heb gelezen.