In haar poëziedebuut Brand lieverd brand trekt Asmae Amaddaou een nieuw register open om als kind van de diaspora de weg naar huis te vinden. Onderweg beweegt ze zich gracieus langs moskeeën, shishalounges, oude landen en kapperszaken. Ze houdt hennagekleurde handpalmen vast en ontmoet jongens met sterrenstelsels aan kogelgaten. Ze ziet live bloedbaden op Al Jazeera en dobberende bootjes op zee. Ze ruikt sissende spiesjes lamsvlees op de barbecue en hoort hoe liefdesliedjes uit vorige levens zich langzaam in haar oor nestelen. In zintuiglijke en brandend actuele gedichten vraagt Amaddaou zichzelf keer op keer af wat had kunnen zijn in een ander leven.
Mijn recensie staat a.s. maandag (1 juni) in de 'Boekenkrant'. Je kunt de 'Boekenkrant' vinden in grote boekhandels zoals Broese in Utrecht en Roelants in Nijmegen en verder in veel bibliotheken. Gratis om mee te nemen. Ivm de bezorging is er meer kans dat ze op 2 juni gearriveerd zijn. Ik kan dan wel niet mijn recensie openbaar maken, ik kan wel een paar citaten delen die niet in de recensie pasten. In de 'Boekenkrant' moet ik alles zeggen in 450 woorden, terwijl ik in een bespreking graag véél gedichten wil laten lezen. Hier komen wat fragmenten uit 'Brand lieverd brand':
ik ben zo diaspora dat ik mijzelf moe begin te maken ik ben zo dankbaar dat het nep begint te voelen
je kan niet de ultieme jackpot winnen om vervolgens te gaan klagen over het weer
voordat de torens vallen voordat de ribben kneuzen voordat de wasbakken rood kleuren voordat de littekens geboren worden voordat de lichamen veranderen in schietschijven
& ik weet dat ik de apocalyps niet zal overleven maar God wat was het een vol bestaan