Wat mij het eerst aantrok aan dit boek, was de prachtige cover. Ik zag het op de boekpresentatie van Arslantaş. Adembenemend. De cover laat precies zien waar het omgaat: met de vuist omhoog staan voor de strijd, groeiend vanuit een kern waar de mooiste bloemen ook uit groeien. Dat is ook waar het boek om draait. Staan in een kern waar de mooiste bloemen uit ontstaan. Die kern zijn de principes die ieder van ons heeft.
Principes, normen, waarden. Het zijn woorden die inmiddels hol lijken geworden. Juist dat holle karakter heeft Arslantaş ertoe gedreven om dit boek te schrijven en weer kracht toe te kennen aan het idee van principes hebben. Want uiteindelijk is dat hetgeen wat we hebben als mensen.
In het boek laat Arslantaş via verschillende wegen zien waarom het belangrijk is om principes te hebben en hoe je voor jezelf een morele routekaart kan uitstippelen. Voor de burger, de journalist en de politicus, omdat die drie de grootste spelers gaan als het gaat over macht en invloed in onze samenleving.
Iedereen die voelt dat diens principes uitgehold zijn (geraakt) of dat onze samenleving geen principes meer kent, zal zich kunnen herkennen in dit boek. Lees het, laat je inspireren en stippel je eigen morele routekaart uit met behulp van Arslantaş' aanwijzingen.
Belangrijk boek en zeker nodig in dit tijdperk. Vijf sterren voor Arslantaş.
Geen gemakkelijk boek om te lezen, maar wel heel nodig. Het zet je aan het denken en bevraagt je eigen principes. Wanneer blijf je zwijgen? Wanneer sta je op voor waar jij in gelooft, ook/juist wanneer het moeilijk is.
De principiële revolutie is een opvallend en openhartig boek met veel actuele thema’s. Nadrukkelijk is de essentie van het niet-weten: de wereld staat in brand en het is een tijd van ‘verval en waardigheid, apathie en opstand, wegdrijven en wakker schrikken’ (p. 22). Kemal Arslantaş weet niet precies wat de aanpak is om dit te verhelpen, maar hij wil het wel proberen en onderzoekt dat in dit boek.
Toegeven dat je iets niet weet is eerlijk, moeilijk en houdt me bezig als ik onbegrip en uitsluiting zie gebeuren in de maatschappij. Tegelijk ervaar ik dat niet-weten veelal gepaard gaat met mensen die hun schouders ophalen, het lijkt ‘me dunno nothing.’ Zolang je iets niet probeert, weet je zeker dat je het niet verkeerd kan doen.
Ongemak
Er zijn veel systemen die scheuren vertonen: de politiek, medische wetenschap, samenhang van vrienden of familie om er maar een paar te noemen – die scheuren lijken onvermijdelijk. Maar dat mensen bekneld raken in die scheuren is onacceptabel, omdat dat gepaard gaat met andere mensen die wegkijken of erger. Dit boek geeft aan dat het moedig is om je te verdiepen in je eigen twijfel wanneer iets kriebelt. Vanuit het niet-weten heb je de mogelijkheid om je eigen gedachten kritisch te observeren, je omgeving te bevragen, sociale cohesie los te laten, kortom… je comfortzone te verlaten. Of niet, want dat kan pijnlijk zijn. Wanneer iemand zegt iets niet te weten en de schouders ophaalt, wat betekent dat? Is dat niet willen, niet kunnen of niet durven? Gelijkwaardigheid, vrijheid en rechtvaardigheid zijn waardevolle principes, maar als ze uitsluitend theoretisch bestaan, heb je er weinig aan.
Visibility is validity
De auteur heeft het over het ‘conflict tussen comfort en overtuiging’ (p. 152) en dat dit vraagt om een keuze. Hij geeft duidelijk aan hoe belangrijk solidariteit is voor als je het zelf wellicht nodig hebt. Ik hoop dat de lezer zich kan voorstellen dat als je zelf zo kwetsbaar bent dat verbondenheid van groot belang is, als je zelf degene bent die knel zit, hoe belangrijk erkenning of support dan is. Ik zeg dit zo vaak en vraag me dan telkens af wat medemenselijkheid is zonder vertrouwen en verantwoordelijkheid?
Met dank aan de auteur, ik kreeg dit boek in ruil voor feedback.