Een jongeman springt van een hoge brug, in de hoop zijn liefdesverdriet te overwinnen, en breekt zijn rug. Tijdens zijn herstel maakt hij lange wandelingen door Nederland, terwijl hij de sprong en de liefde die er aanleiding toe gaf, tot in detail reconstrueert. Onderweg ontmoet de man bijzondere figuren: Arie die zich in de helende krachten van planten verdiept, Pek die duizenden wiebelstenen op zijn erf heeft staan, die als je ze de ene kant op draait uit zichzelf ook weer de andere kant op gaan. Een voormalig antropoloog die op de nachttrein woont sinds hij uit de Kalahari is teruggekeerd. Deze mensen nemen hem mee op een reis waarin de geneeskracht van de smeerwortel, de torens waar Nederlandse vrijwilligers jarenlang op de uitkijk stonden om de Russen te zien aankomen - die maar niet kwamen - en de mogelijkheid van telepathie bij dieren op gelijke hoogte staan. In de roman Heem vermengt Alexander Nieuwenhuis een persoonlijk verhaal over genezing en je thuis voelen met onderzoekende literaire beschouwingen over de verste hoeken van onze kennis en geschiedenis.
Alexander Nieuwenhuis (1984) is journalist, essayist en wildernisgids. Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. In 2014 begon hij de Intuïtieve Encyclopedie en hij publiceerde in de Nederlandse Boekengids over Menno ter Braak en de Club van Rome.
Een essayistische roman over ontheemd zijn, letterlijk na een sprong van een hoge brug vanwege liefdesverdriet maar ook figuurlijk door de manier waarop we in Nederland leven. Een jongeman revalideert na die sprong door te wandelen, te luisteren naar oudere mannen en boeken te lezen. Prettig meanderend, rustige, heldere stijl. Mooi authentiek, teruggaan naar je ‘genius’, de ziel van je bestaan.
De hoofdfiguur uit deze roman springt van een brug en verwondt zich. Tijdens de wandelingen, die moeten bijdragen tot zijn revalidatie, overdenkt hij de reden van zijn overmoedige sprong en wordt hij geconfronteerd met zonderlinge figuren en bizarre verhalen: een verzamelaar van wiebelstenen, een man die op de nachttrein woont, een promotor van de geneeskracht van smeerwortel...
Nieuwenhuis heeft de boeken van W.G. Sebald heel goed gelezen, want het lijkt er soms wel heel erg op. Het voelt soms wat geforceerd, zeker omdat bijna alle personages praten als encyclopedieën met gevoelens. Maar tegelijkertijd hou ik wel van die stijl en brengt Nieuwenhuis heel mooie verhalen samen. Toch van genoten.
Mijn interview met Alexander Nieuwenhuis over Heem:
‘Kijk,’ zegt Alexander Nieuwenhuis, ‘als je een verhaal wil vertellen over een man die verliefd wordt op een vrouw, en hoe zij hem niet ziet zitten, wat tot een drama leidt, dan kun je misschien beter een mooie film maken dan een roman schrijven. Literatuur biedt immers de mogelijkheid van introspectie en innerlijke reflectie die niet per se veel handeling vergen. Dat is waarom ik schrijf zoals ik schrijf, essayistisch, over mensen die nadenken over het leven. En het drama? Dat is bij mij ondergeschikt.’ En toch is dat drama, en bij uitbreiding dat liefdesverhaal, wel degelijk aanwezig in Heem, de tweede roman van Nieuwenhuis, waarin een man in de Cévennes van een achttien meter hoge brug springt omdat zijn zeven jaar jongere vriendin hem in de steek heeft gelaten. Hij breekt daarbij een ruggenwervel, herstelt, en krijgt van de arts de raad lange wandelingen te maken omdat dit de genezing zal bevorderen. En het is zo dat die innerlijke reflectie de intrede doet, want op zijn wandelingen komt hij een aantal figuren tegen die hem aan het denken zetten over zijn verdere leven en hoe hij dat het best kan inrichten. ‘In zekere zin is Heem een coming-of-age-roman,’ legt Nieuwenhuis uit, ‘Maar wat mij het meest boeit als ik er nu naar kijk, is dat die volwassenwording van mijn hoofdpersoon gepaard gaat met het verwerven van een diepere kennis over het land waar hij geboren is. Het gaat niet over een vaderland, of zo, het heeft absoluut niets met Blut und Boden te maken, maar wel met de planten en dieren die er leven. We groeien op in samenlevingen die erg afgesloten zijn van de natuur, terwijl dat ooit helemaal anders was. Deze plant is tegen het bloeden, die daar als je ongesteldheidspijn hebt. Op die manier verhield je je tot je omgeving. We hebben dat nu vervangen door een culturele laag, en die doet voor een groot deel haar werk, maar er ontbreekt iets wat die culturele laag niet kan vervangen: je op je gemak voelen in je natuurlijke omgeving en er de grenzen van inzien. Ook daarin zit een stukje volwassenwording, denk ik, in het besef dat de natuur ons beperkingen oplegt.’
Iedereen zegt tegenwoordig voor de natuur te zijn, maar in de praktijk betekent dat niet veel meer dan op zondag een wandelingetje maken. Het moet meer zijn dan dat?
‘Het heeft ook met wortels te maken, het tegengestelde van de ontheemding die ik om me heen zie. Mensen gaan naar school en gaan werken, maar het is op een bepaalde manier allemaal los zand. Ze zijn gewoon in een bepaald leven terechtgekomen, en dat voelen ze. En dan gaan ze rare dingen doen, zoals drie maanden backpacken naar Nieuw-Zeeland. Ik heb een generatie zien passeren, waar ik zelf trouwens ook deel van was, die dat eigenlijk te lang wilde doen. Maar om echt vaste grond te vinden in het leven, om kinderen te krijgen en een gezin te stichten, heb je een steviger anker nodig dan “doe nog maar een biertje”’.
U schrijft ook over de disciplinering van de mens, via persoonsbewijzen die in Nederland blijkbaar in 1941 zijn ingevoerd, en over een rationaliteit die geen oog meer heeft voor het onbeheerste en ondefinieerbare in de mens. Was het vroeger dan zoveel beter?
‘Dat lijkt me niet. In vergelijking met honderd jaar geleden zijn er veel minder mensen die zich fysiek moeten afbeulen om te kunnen leven. Natuurlijk is er nog steeds armoede, en ik ben niet van mening dat we in de best mogelijke wereld leven, maar als je naar de cijfers kijkt, is er vandaag wel een groter aantal mensen dat met relatief weinig fysieke inspanning een goed leven kan leiden, wereldwijd, en dat is uniek. Dat geef ik toe, maar het leven draait om meer dan om overleven. Weten welke planten je kunt plukken en voor tachtig procent in je eigen voedselvoorziening voorzien zoals het 100 jaar geleden gebruikelijker was, is waardevol. Vandaag heb je de keuze welke relatie je met je natuurlijke omgeving aangaat, en ik weet waarvoor ik kies, omdat een leven in verbinding met de natuur diepte geeft. Je hebt het in de strikte zin niet nodig, maar het verrijkt.’
Houdt u ook een pleidooi voor een trager leven?
‘Naast schrijver ben ik ook wildernisgids, in Nederland nog wel (lacht). Ik leer mensen hoe ze kunnen overleven als ze in een noodsituatie terechtkomen en vooral hoe ze moeten voorkomen erin te raken. Een van de cursussen die ik geef verloopt in samenwerking met psychiater Matthijs van Middelkoop, die zich erg inzet voor wat de groene GGZ heet. Dat gaat uit van het idee dat je patiënten niet per se in een tl-verlichte ziekenhuisruimte hoeft te ontvangen. Je kan ook een wandeling maken en een half uur naar een paardenbloem kijken die tussen twee stoeptegels groeit. Echt kijken, van dichtbij, op handen en knieën, er misschien even aan ruiken ook.’
Onkruid, denken we dan, we moeten dringend eens wieden.
‘Precies. Als mensen van die onkruidgedachte verlost zijn na het lezen van mijn boek, heb ik iets bereikt. Want onkruid bestaat niet. Het zijn gewoon allemaal planten waarvan sommigen belangrijke medicinale kwaliteiten bezitten. Vandaar dat het zo belangrijk is om het regenwoud te beschermen of om naar inheemse volkeren te luisteren die eeuwenoude natuurlijk geneeswijzen kennen. Natuurbeschermer Paul Rosolie werd op een gegeven moment gestoken door een pijlstaartrog. Dat is een potentieel dodelijke steek, tenzij je er heel snel bij bent. Hij had het geluk dat hij met inheemse mensen werkte die bepaalde planten gingen plukken, er compressen mee maakten en die op de beet aanbrachten. Binnen een dag was hij genezen. Iemand anders werd een paar jaar eerder ook gestoken. Hij werd naar een ziekenhuis gebracht en haalde het niet. Die compressen werkten, hoe is een raadsel, en de inheemse mensen zijn terughouden in het delen van hun kennis. Hun ervaring leert dat als ze dat wel doen, ze een meute multinationals over zich heen krijgen.’
Het duurde vrij lang voor ik begon te begrijpen waar het naartoe ging. De constructie van het verhaal voelde nogal gekunsteld aan. Er zijn drie verhaallijnen: het persoonlijke verhaal van de verteller die na een verloren liefde per ongeluk van een brug is gesprongen en gaat wandelen om te herstellen van zijn verwondingen. Het verslag van die liefde. En ten slotte de verhalen van de mensen die hij tijdens zijn wandelingen tegenkomt en hem aan het denken zetten. Alexander Nieuwenhuis legt in lange monologen mooi gecomponeerde beschouwingen in de mond van zijn gesprekspartners. En hoewel het zeker niet oninteressant is allemaal, blijft het allemaal willekeurig en afstandelijk. Maar, ik moet zeggen, uiteindelijk betaalt het wel uit. Uiteindelijk blijken we het al die tijd gehad te hebben over thuis voelen, geworteld zijn, verbonden zijn. Wat is dat eigenlijk? Wanneer ben je het? Hoe belangrijk is het? Is thuis zijn hetzelfde als geborgen zijn, als verbonden zijn? Wat is het een zonder het ander. Hele mooie vragen. Prachtig slot. Vier sterren.
Genoten van dit essay vol overdenkingen, dat start met het herstel van de sprong, een levens veranderende gebeurtenis. Ergens op p.74 is dit in passage mooi verwoord. “Doordat hij geen verantwoordelijkheden aangaat - geen werk, geen huis, geen stabiele, laat staan kinderen - slaagt hij er niet in om van de grond te komen.” Ik genoot ervan de relaties te lezen met de natuur, cultuur, leven in de westerse wereld en identiteit. Het zorgt ervoor dat je er nog even over blijft nadenken.
‘In Nederland’, zei Pek toen we in zijn keukentje koffie dronken, ‘kan je maar zelden in de verte kijken. Leegte is er genoeg, je hoeft hier de deur maar uit te gaan en je ziet de leegte om je heen, maar verte, dat is wat er ontbreekt.’