‘Dan dada doe uw werk!’ Met deze woorden besluit I.K. Bonset in 1921 in De Stijl een tirade tegen pogingen om ‘de kanselliteratuur van vóór ’80’ in het interbellum nieuw leven in te blazen. Of dada het ‘predikantenpathos’ inderdaad wist uit te drijven uit de Nederlandstalige literatuur, valt te betwijfelen. Wel lieten dada en andere avant-gardistische ‘ismen’ hun onmiskenbare sporen na in de Nederlandstalige poëzie. In Dan dada doe uw werk! presenteren samenstellers Hubert van den Berg en Geert Buelens een dwarsdoorsnede van de poëtische avant-garde in de vroege twintigste eeuw in Nederland en Vlaanderen. De bloemlezing bevat werk van onder anderen Piet Mondriaan, I.K. Bonset, Paul van Ostaijen, Herman van den Bergh, Hendrik de Vries, H. Marsman, Pierre Kemp, Kurt Schwitters, Antony Kok, Victor J. Brunclair, Til Brugman, Gaston Burssens, A.C. Willink, Michel Seuphor en H.N. Werkman. Dan dada doe uw werk! is het laatste deel in de Dada-reeks van Uitgeverij Vantilt. Eerder verschenen Tenderenda de Fantast van Hugo Ball, In den beginne was Dada van Raoul Hausmann, 7 dadamanifesten van Tristan Tzara, En Avant dada van Richard Huelsenbeck, Een avond in Cabaret Voltaire van Hans Arp e.a., Jezus Christus Quibus van Francis Picabia en Apologie van de luiheid en Pan Pan voor de Poeper van de Neger Naakt & Bar Nicanor van Clément Pansaers. ‘Dan dada doe uw werk is een onmisbare bloemlezing voor degenen die zijn geïnteresseerd in de Nederlandse en Vlaamse avant-garde in het begin van de twintigste eeuw.’ Hans Puper, Meander Magazine
Geert Buelens is een Vlaamse dichter, essayist en columnist. Hij was docent aan de Universiteit Antwerpen en is sedert 2005 hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Utrecht.
Geert Buelens is a Flemish poet, essayist and columnist. He was a lecturer at the University of Antwerp (Belgium) and since 2005 he is professor of Dutch literature at the University of Utrecht (Netherlands).
Als bloemlezing die de zeer diverse invloed van de historische avant-garde op de Nederlandstalige poëzie laat zien zeker geslaagd, maar helaas is zeker niet alles anno 2016 even leesbaar.
Toen ik 'Dan dada doe uw werk!' opensloeg, voelde ik dat ik aan het begin stond van een ontdekkingstocht door een randgebied van de Nederlandse en Vlaamse poëzie - een gebied waar experimentele klank, vormverspreiding en typografisch spel belangrijker zijn dan consistentie of narrativiteit. De samenstellers Geert Buelens en Hubert van den Berg presenteren hier een bloemlezing die niet zozeer een canon wil samenvatten, maar eerder een staalkaart van de voorlopers, experimenteerders en vergeten stemmen van de avant-garde in de jaren 1910-1930.
Wat me het meest aansprak: - De vormuitdagingen: veel gedichten spelen met typografie, kolomindelingen, klankcombinaties, uitgesponnen witruimtes - de vorm is verweven met betekenis. - De historische verankering: na de poëzie volgen manifesten en beschouwingen, waarmee je als lezer meteen in de ideologische spanningen van de tijd wordt gezogen. - De ontdekkingen: naast bekende namen als Van Ostaijen en Marsman, haalt de bundel ook dichters tevoorschijn die in de reguliere canon nauwelijks voorkomen - wat de lezershorizon verruimt.
Maar ik moet eerlijk zijn: het is geen ideale leeservaring voor wie graag een vloeiende, gemakkelijk te volgen bundel wil. Sommige gedichten zijn fragmentarisch of zwaar geconstrueerd, soms zelfs tegen zichzelf aan. De samenstellers zeggen zelf dat ze "geen uitspraken willen doen over de poëtische kwaliteiten" van de teksten. Dat levert enerzijds een open houding op, maar anderzijds ook een zekere afstandelijkheid: ik miste soms een sterke stem of redactionele scherpte die me zou leiden door de bundel.
Soms haperde ik bij het wisselen tussen stijlstromingen: de bundel bevat dadaïstisch werk, expressionistische poëzie, klankexperimenten en meer lyrische stukken naast elkaar. De samenhang is dus geen vanzelfsprekendheid, eerder een uitdaging voor de lezer.
Toch bleef ik vaak hangen bij passages waar taal en beeld elkaar aantikken, bijvoorbeeld in letterklankbeelden of gedichten waarin het woord bijna losbreekt. Die momenten maakten me nieuwsgierig naar rereading, naar stilte ertussen, naar het speelveld van woord en vorm.