Christiaan Weijts is al lang, sinds zijn debuut Art. 285b, een van mijn favoriete Nederlandse auteurs. Dat heeft voor een groot deel te maken met de thema's of achtergronden van zijn romans (o.a. muziek, dans, architectuur) die hij vaak en graag verkent en uitwerkt via een spannende, ethische correlatie tussen hoge en lage cultuur, tussen elitair en ordinair.
Mede daardoor vormen ook zijn hier verzamelde essays meestal boeiend flanerende zoektochten die voor dit non-fictie genre opvallend vlot weglezen. Ongetwijfeld omdat ze geschreven werden met de pen van een romancier en rasverteller. En met een paar andere (ogenschijnlijke) tegenstellingen als rode draad, waaronder digitaal tegenover analoog, vooruitgang versus nostalgie of gehyped contra authentiek.
Het liefst vertrekt Weijts van een persoonlijke anekdote, een dilemma of constatering die zijn nieuwsgierigheid prikkelt, en daarmee die van ons, de lezers. Hij zet lijntjes uit over bijvoorbeeld de zin van een immersieve Van Gogh-expo die hij bezoekt, of de vraag waarom mensen tegenwoordig zo krampachtig op zoek zijn naar een authentieke ervaring, zoals een kampvuurtje aanmaken met vuurstenen. En meestal volgt er in zo'n betoog dan een kantelpunt. 'En dan?' of 'Maar toch?' vraagt hij zich af en probeert dan de andere kant van de medaille te beschrijven, vaak gecombineerd met verwijzing naar en vermelding van interessante non-fictie literatuur rond het thema of de ethische kwestie.
Ergens, zo bedacht ik me, toetst hij aan de werkelijkheid wat de Duits-Koreaanse Byung-Chul Han (een paar keer door Weijts geciteerd trouwens) in zijn gecondenseerde filosofische essays beweert en analyseert. Maar Christiaan Weijts is eerder verzoenend ingesteld, hij gebruikt zowel graag de iPhone in zijn linkerjaszak als het notitieboekje met pen in de rechter ... al doet hij hier en daar, weliswaar op realistische wijze, naar mijn gevoel soms iets te veel moeite om advocaat van de duivel te blijven spelen en vroeg ik me af wat hij er zelf nu écht over denkt. Maar ook dat kan spannend zijn. Kortom: het was heerlijk flaneren met dit boek.