Spanje is een toeristische topfavoriet met een buitengewone aantrekkingskracht. Sinds de jaren 60 lokken de Spaanse stranden miljoenen zonnekloppers. Met Barcelona op kop werden de Spaanse steden vanaf de jaren 90 af te vinken citytrip-bestemmingen. Het ruige, geheimzinnige, vandaag haast verlaten binnenland veroverde de harten van avonturiers en cultuurminnaars. Een stukje onsterfelijke Camino de Santiago afwandelen is voor velen een must do in hun eindige leven.
Spanje verovert en bekoort. Meesterlijk etaleert het clichés, folklore en stereotypes. Opgetogen keren bezoekers terug naar huis, waar de ervaringen met het passionele, godvruchtige, noeste en romantische Spanje overgeërfd wordt in mythische proporties. España is een merk op zich.
Waar komt dit oersterke beeld vandaan? Wat maakt de Spanjaarden zo Spaans, en zijn ze dat überhaupt wel? Baadt het land écht in de zon en de alegria? Aanbidden Spanjaarden hun heiligen zo vroom als ze doen uitschijnen en is het waar dat de uitvinders van de siësta luiheid als een eervolle levenskunst zien? Wat is er echt aan van de hardnekkige collectieve voorstelling van Spanje en zijn bevolking? Die vragen nodigen uit tot een tocht door het schiereiland.
In de schaduw van de opwindende sangría-roes en de vrolijk klepperende castagnetten houdt zich een land schuil dat zich dat zich minder genereus prijsgeeft, maar boeiende antwoorden oplevert als het zich laat omwoelen. Het is immers in de naturelle, tegenstrijdige en moeilijk grijpbare authenticiteit van Spanje dat het geheim van onze intuïtieve fascinatie voor het land van Don Quijote zich helemaal blootgeeft.
De auteur van dit boek, Sarah De Vlam, woont al meer dan twintig jaar in Spanje en is historica. Ze is tevens de schrijver van een boek (Het Catalaanse labyrint) dat ik eerder las en dat ik besproken heb. In dit nieuwste boek behandelt ze een iets meer lichtvoetige thema en gaat ze op zoek naar wat er nu zo typisch Spaans is. Het boek is niet chronologisch maar thematisch opgebouwd. Ze schrijft natuurlijk over de geschiedenis van dit land, maar ook over de positie van de vrouw, de verknochtheid van de Spanjaarden aan de bar en het dorp (el pueblo), de verschillende regio's zoals het Baskenland en Catalonië (waar ze zelf woont). Ze benadrukt de eigenheid van deze bijzondere regio's. In de jaren '60 (toen dictator Franco nog leefde) werd het groeiende massatoerisme (vooral aan de costa's) gestimuleerd met de slogan Spain is different. De auteur onderzoekt wat er precies zo verschillend is aan Spanje. Daarbij komen de clichés zoals Don Qiuijote, stierenvechten, de siesta, de Paasprocessies en flamenco zeker aan bod. Maar toch wijst ze erop dat Spanje modern is en een wetgeving heeft die euthanasie, abortus en de rechten van holebi's ondersteunt. Ze heeft het ook over de steden versus het lege platteland met de dorpscultuur. Ze behandelt in het bijzonder de rivaliteit tussen Madrid en Barcelona, een rivaliteit die politiek is maar zich ook uit in het sportieve (met twee topclubs in het voetbal). Al met al is dit een zeer vlot geschreven boek dat zeer leesbaar is en de Spanjeliefhebber (zoals ik) veel te bieden heeft. De auteur schrijft duidelijk met kennis van zaken.
Ik heb nu al een paar boeken in het 'Waarom de X'ers zo X'ig zijn'-genre gelezen, als laatste nog een over Ierland, en tot nu toe is dat toch nog niet altijd een even groot succes geweest. Ierland vond ik nog wel goed, maar ¡Me Gusta! Waarom de Spanjaarden zo Spaans Zijn is nu niet bijster indrukwekkend. Nu mag ik trouwens hopen dat jullie espanofielen (zouden ze dat zo noemen? Hispanofielen? Spanofielen?) blij zijn dat ik de moeite heb genomen om dat omgekeerd uitroepteken te gebruiken, waar die zottekes zo verzot op zijn.
Puur subjectief moet ik zeggen: ik heb echt m'n best gedaan om me in dit boek te verzetten tegen de neiging een gezicht te trekken telkens als er een Spaans woord in staat - en natuurlijk zijn dat er nogal wat - maar sorry, zelfs lezend kan ik het nauwelijks aan. Ik vind het echt zo'n lelijke taal. 'Een taal gelijk een kapmes,' zeggen wij dan thuis. Het is net alsof het hele land uit niks anders dan schreeuwerige viswijven bestaat, zo erg is het. Dus ja. Al bij al ben ik nog trots op mezelf dat ik deze beproeving tot het einde heb weten te doorstaan.
Inhoudelijker gesproken was het ook niet echt een groot succes, vind ik. Het boek telt 230 bladzijdes, maar bijna de helft - zo'n honderdtal bladzijdes - gaat vrijwel exclusief over de geschiedenis van Spanje. Soms komen daar een paar stukjes in die meer aansluiten op de rest van het boek, een paar keer één of twee alinea's, maar verder is het gewoon de hele Spaanse historie, van prehistorie tot heden. En dat past gewoon niet in dit boek. 'Tim, ben je nu aan het beweren dat de geschiedenis van een land niet de identiteit van zijn inwoners bepaalt?! Jij zou slimmer moeten zijn!' Nee, natuurlijk beweer ik dat niet. Maar ik beweer wél dat niet de hele geschiedenis de identiteit van de inwoners bepaalt - je kunt best wel eventjes vermelden dat Spanje door de Romeinen en de Visigoten gekoloniseerd is geweest, maar als er daarna niets staat welke invloed dat heeft gehad op of hoe daarnaar wordt gekeken door de huidige Spanjaarden, dan heeft dat in dit boek weinig of niks te zoeken, lijkt me. Want dan komt het in elk geval op mij over alsof dat dan toch geen effect heeft gehad op die huidige identiteit. Had er dan helemaal geen geschiedenis in mogen staan? Natuurlijk wel. Natuurlijk heeft iets als de dictatuur van Franco een diepgaande impact gehad op het land en de bevolking - maar da's ook nog maar kortgeleden. Die geschiedenis had gewoon veel beknopter gekund, 30 à 40 bladzijdes had volstaan, 50 à la limite (al limito?), niet zo'n uitgesmeerd stuk als dit. Temeer omdat zaken zoals Franco verderop ook nog besproken worden, bij thema's waar dat er ook werkelijk toe doet.
Ik moest lachen toen er in de inleiding stond dat het Spaanse woord voor kopkussen 'almohada' is. Min of meer, ja. Maar eigenlijk is het toch vooral Arabisch - je ziet dat woord staan en je riekt z'n afkomst al vanop een kilometer afstand, hahah!
Eigenlijk lijkt het alsof De Vlam dit boek in twee keer heeft geschreven: het deel van de geschiedenis enerzijds en de rest anderzijds. Want na de geschiedenis verandert ze van toon en wordt het ook beter leesbaar. De geschiedkundige hoofdstukken vond ik namelijk ook echt onaangenaam geschreven. Er lijkt tegenwoordig echt zo'n trend te zijn. Je weet wel. Om zo alles wat duidelijker te maken. Misschien komt het door die politiekers. Die kunnen dat ook niet meer. Lange zinnen formuleren. Voegwoorden gebruiken. Van constructie afwisselen. Nee. Alles moet kort. En met veel herhalingen. Dezelfde zinsstructuren bedoel ik dan. Dan begint er een zin met 'De mensen doen dit of dat'. En de volgende ook. En de volgende ook. En die daarna ook. Om van door te draaien. Het klinkt simplistisch, alsof je tegen een of ander dom kind staat te tateren dat nog geen complexe zinnen van meer tien woorden kan verstaan, en het klinkt ook alsof je zelf niet kunt schrijven. En in de eerste hoofdstukken staat het bol van dat soort zinnen: dingen die feitelijk opsommingen zouden moeten zijn, maar dan in aparte stukken gekapt worden die niet eens echte zinnen te noemen zijn. Het staat dan vol van die irritante herhalingen zoals '[inleidende zin, bv. 'De mensen konden er niet tegen dat ze x of y]. Dat ze z of a. Dat ze b of c. Dat ze de of e'. Het was echt om de muren van op te gaan. En soms flikt ze het ook nog met komma's in plaats van punten, alsof dat dan minder opvalt, maar ik had je door, dame. Bovendien probeert ze er soms wat zwieriger taalgebruik in te steken, wat barokker, maar dat komt dan ook niet goed over. Maar kort voor de helft wisselt ze ineens het geweer van schouder. Eens de Spaanse geschiedenis achter zich laat en zich echt begint te focussen op de Spanjaarden, dan verandert ook haar vertelstijl. Ineens worden de zinnen langer, wordt haar taalgebruik normaler en zitten er niet meer (of toch veel minder) van die ergerlijke herhalingen in. Dat was echt heel bizar, maar ik slaakte wel een zucht van verluchting!
En ook inhoudelijk gaat het dan ineens de andere kant op. Eerst komt er een hoofdstuk over feminisme en vrouwenrecht, dat ik ook nog wat te uitgesponnen vond, maar in elk geval al beter was dan wat ervoor stond. En daarna begint het echt: dan gaat het over de Spanjaarden: hun eten, hun dagindeling, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen van de huidige tijd met hun wortels in de afgelopen decennia... Daarvoor had ik dit boek van de bib meegenomen, dát was wat ik wilde lezen. De opluchting was zeer groot. Het was ook echt interessant, dus ik was er erg blij mee.
Maar dat neemt niet weg dat er dus veel - erg veel - ontbrak. Over zaken als mobiliteit wordt niet gesproken. Wat de Spanjaarden van elkaar denken, is ook niet bijster duidelijk - alleen de relatie tussen de Madrilenen en de Barcelonezen wordt besproken. Wat de impact is geweest van de kolonisatie van Latijns-Amerika op de huidige samenleving, want die zal er toch wel zijn, dunkt me, al gaat het alleen maar over migratie, is niet duidelijk. Cultuur - schilderkunst, muziek, film, literatuur, architectuur - komt nauwelijks aan bod, ik was al blij dat namen als Cervantes, Dalí, Gaudí en Picasso ter sprake kwamen. Het evenwicht tussen en de keuze van de onderwerpen die in het boek aanwezig zijn, zijn totaal zoek.
Kort samengevat: hier had zwaar in geknipt en geplakt moeten worden. Op alle vlakken. Al weet ik nu gelukkig wel dat de naam 'Spanje' eigenlijk 'land van konijnen' betekent!