Wekelijks trekken ze er alleen of in groepjes op uit. De een legt zijn dikke buik op de stang van zijn lichtgewicht racefiets, de ander zoeft met geschoren benen op enorme snelheid over de dijken, fietspaden en heuveltjes in de omgeving. Ze hebben één ding gemeen; ze zijn allemaal wielertoeristen en ze willen allemaal de snelste zijn. In hun dromen rijden ze gemakkelijk met de profs mee. Ze racen uit liefde voor hun fietsen en in de hoop sneller te gaan dan anderen. Vooral eerbiedigen ze 'de regels'. Weinig sporten gaan gepaard met zo veel ongeschreven geboden als het wielrennen.
In Draag nooit een gele trui staan de verschillende types wielrenners beschreven en de regels waaraan zij zich houden. (Oud-)profs geven tips en vertellen over hun ervaringen met wielertoeristen. Het is een onmisbaar boek voor wie graag de weg op gaat en twijfelt over het scheren van benen of de kleur van de wielersokken. Een humoristische inkijk in de wereld van de bloedfanatieke onbetaalde fietsers.
Dit begint als een vermakelijk boekje met afwisselend interviews met wielrenners en columnachtige observaties, vooral over verschillende soorten wielrenners. Maar na een paar hoofdstukken kom je er achter dat in de interviews telkens dezelfde 7 vragen worden gesteld. En dat in de columns in oneindige variatie gesproken wordt over ‘de regels’ en de fietsbellen, sokkleur, zadeltasjes en fietsmerken die daar al dan niet bij zouden horen. Dan wordt het langzaam maar zeker repetitief en voorspelbaar.
Het zal vast dat deze regels er zijn (overigens vaak niet herkend of begrepen door de profs die in het boekje worden geïnterviewd), mij interesseert het niet zoveel. Ik ben de puberteit gelukkig goed doorgekomen.
Leuk boekje over wielrennen en de gekken die dat voor hun plezier doen. Hoogtepunten waren "Hoe passeer ik bejaarden?" en "Help, mijn man is wielrenner!"
Ha ha, Wat heb ik gelachen. En ja ik fiets, dus dat maakt het allemaal wel herkenbaarder. Zeker als je bedenkt dat ik 'de regels' in diverse varianten allemaal heb doorgespit en het meeste heb onthouden. Maar uit dit boek blijkt ook dat iedereen zondigt, de een wat meer dan de ander, en dat wie het hardst fiets, die heeft gelijk.
Mijn vriendin heeft, nadat ze eerst 'help mijn man is wielrenner' had gelezen hard zitten zoeken naar het type renner dat ik zou moeten zijn, en ik val in minstens twee en waarschijnlijk drie types, want ja ik let op mijn uiterlijk, maar van mijn triatlonverleden (in mijn vorige leven) kom ik waarschijnlijk nooit meer af. En dan ook nog een fixed Concorde uit de jaren tachtig, als je dan geen hipster bent ...
In één treinreis uitgelezen. Cadeautje van m'n broer. Enkele malen bijzonder hard gelachen, hele herkenbare stereotypen worden er behandeld. Leerzaam, ik ben zelfs overtuigd om na al die jaren toch maar een bel aan te schaffen. Uitermate vermakelijk geschreven!
Easy to read, nothing special, but entertaining. Half of the content is an arbitrary overview of types of cyclists that you'll forget as soon as you've read it, but the interviews with professional riders from the peloton are fun.
Vermakelijk boekje. Als fietsende vrouw erg moeten lachen om de stereotype vorming van mannen. Begint heel leuk en wordt op een gegeven moment beetje langdradig. Leest wel lekker weg, leuk cadeautje voor wielrenners
Het begon geinig, maar tegen het einde slaat van der Hulst de plank enorm mis met allerlei kinderachtige, misplaatste opvattingen over vrouwen, erg sneu.
Je moet wel een enorme hekel hebben aan geschoren mannenbenen, te strakke zwarte broeken en fietsers zonder bel als je ontgaan is dat de Tour de France dit jaar start in Utrecht. Bij een supermarktketen kun je zelfs sparen voor je eigen gele trui. Een leuk hebbedingetje, maar doe het nooit aan tijdens het fietsen, schrijft Alex van der Hulst in zijn boekje over de do’s and don’ts van het (amateur)wielrennen.
"Deze zomer ga ik er echt voor leven...!" "Ga je een boekje over wielrennen lezen...?"
Alex van der Hulst licht op vermakelijke wijze de even serieuze als ridicule wetten van de wielersport toe - met name voor de onverbeterlijke wielertoerist. Dat levert herkenbare taferelen op: over de nadelen van de forens (gehannes met halfdroge wielerkleding), over het onderhoud van lichaam en apparaat (Voeckler rijdt met een luchtje op, op een fiets hoort geen modder) en andere ijdeltuiterij van de meest ontroerende en hardste sport ter wereld.
Een schitterend ludiek boek over de wielertoeristencultuur en de regeltjes die erbij komen kijken wanneer je niet de snelste kan zijn van de groep. Bij enkele passages kwam het ludieke toch gevaarlijk dicht bij de eigen ervaringen op de fiets.