Tijdens de tweede keer dat ik dit boek las, verbaasde ik me over mijn eerdere, wat zurige, beoordeling. Het leek alsof nu opeens puzzelstukjes op hun plek vielen en de boodschap van Lukkassen wél aankwam.
In dit boek stelt Lukkassen dat het huidige culturele verval in de westerse maatschappijen grotendeels een interactie is van enerzijds de perverse verheerlijking van slachtofferschap vanuit het christendom en anderzijds de invloed van cultuurmarxisme.
Europa kent een christelijke geschiedenis, waarbij de aristocratische waarden als deugd, moed, zelfbeheersing werden vervangen door zondebesef, boetedoening en een obsessief schuldcomplex. Na de wetenschappelijke revolutie en de verlichting, bleven deze waarden onderdeel van de Europese cultuur. Tel daarbij de twee wereldoorlogen uit de 20e eeuw bij op, en het moge duidelijk zijn dat de revolutie van '68 grotendeels een reactie was op 'nooit meer oorlog' gekoppeld aan een schuldbesef en een ziekelijke obsessie met boetedoening: voor de holocaust, voor het kolonialisme, voor het imperialisme, ja, eigenlijk voor alles.
De tweede trend die Lukkassen ontwaart in de 20e eeuw, en zo mogelijk nog belangrijker, is de bewuste poging van marxistische denkers van de Frankfurter Schule om via cultuur de westerse beschavingen ten val te brengen. Men constateerde dat de basis-bovenbouwtheorie met betrekking tot het kapitalisme jammerlijk faalde, dus besloot men het marxisme te verleggen naar normen en waarden. Dit leidde tot een vernietiging van de 'Leitkultur' en een verheerlijking van vluchtig genot en het najagen van impulsbevrediging. In het kapitalisme vond het cultuurmarxisme een curieuze bondgenoot: ook het kapitalisme draait om kwantiteit boven kwaliteit. De hedendaagse cultuur is '50 Cent boven Bach' en 'Oh Oh Cherso boven Shakespeare.'
Het resultaat van dit alles is dat we op dit moment in Europa (en de VS en andere westerse beschavingen) een cultuur hebben waarin waarheid niet bestaat, feminisme de man-vrouwverhoudingen heeft aangevallen met seksuele frustratie tot gevolg, vreemde culturen worden verheerlijkt waar tegelijkertijd de westerse cultuur wordt gehaat en waar overdreven nadruk ligt op intenties en emoties in plaats van heldere analyse van consequenties.
Lukkassen stelt dat het Avondland in verval is, zijn identiteit - onder constante druk van het cultuurmarxisme - langzaam is verloren en men vlucht in nihilisme. Het is in dit klimaat dat er een ware volksverhuizing op gang komt, waarin steeds meer mensen met een fundamentalistisch wereldbeeld (i.e. islam) moeten integreren in beschavingen die zichzelf haten. Lukkassen concludeert (terecht, m.i.) dat de radicalisering en jihad onder moslimjongeren een effect is van deze clash tussen nihilisme en religie. Met andere woorden: onze beschaving staat nergens meer voor en dit is geen kader om nieuwe mensen in het grotere geheel in te passen.
Een belangrijk onderdeel van dit betoog, is de aandacht die Lukkassen besteed aan het belang van seks voor een beschaving. Het christendom zorgde ervoor dat de familie de bouwsteen was van de samenleving. Een middelmatige man kon door noeste arbeid toegang verschaffen tot het lichaam van de vrouw. Men besefte dat het huwelijk nodig was voor zekerheid voor beide partners en de arbeidsproductiviteit voor en loyaliteit aan de maatschappij was het resultaat hiervan.
Door de cultuurmarxistische invloed is de seksuele selectiemacht eenzijdig bij de vrouw komen te liggen. Dit komt o.a. door de biologische factor dat vrouwen zich makkelijker seks kunnen ontzeggen in afwachting van een partner en als zij een partner hebben altijd op zoek zijn naar mogelijk heden voor 'trading up'. Seks wordt als handelswaar beschouwd, waardoor een seksuele aristocratie ontstaat van alfamannen die toegang tot alle vrouwen hebben. Het resultaat hiervan is dat grote groepen vrouwen zich vervreemd voelen van hun eigen lichaam en leven en permanent ongelukkig zijn. Steeds meer mannen vluchten in hun zoektocht naar een partner naar Thailand, Brazilië of de Filipijnen, waar vrouwen de hardwerkende westerse man met open armen ontvangen en opnemen in een traditioneel rolpatroon.
Ik denk dat Lukkassen een interessante en gewaagde claim doet m.b.t. de rol van seks en dat hij hiervoor relevante gegevens ter onderbouwing presenteert. Wél lijkt het soms alsof Lukkassen terugverlangt naar die goede oude tijd, die Europese voorvaderen die noeste arbeiders waren in een gelukkige familie. Dit is een illusie. Denkers als Steven Pinker (2011) stellen terecht dat de mens op alle gebieden (afname van geweld, toename van gezondheid, beter onderwijs, meer persoonlijke vrijheden, etc.) er al eeuwenlang op vooruitgaat. Het is jammer dat Lukkassen volledig aan dit punt voorbij gaat en doet alsof het vroeger allemaal beter was.
Lukkassen eindigt zijn betoog met wat bespiegelingen over Europa. Europa zit in een spagaat: men ziet dat het positivistische vooruitgangsstreven en de verlichting tot superioriteit hebben geleid, maar is desondanks in een continue staat van boetedoening en schuldgevoelens. God is afgeworpen: het is ofwel het accepteren van het nihilisme en daarmee een übermensch à la Nietzsche worden ofwel wegvluchten in antidepressiva, drugs en consumentisme. Lukkassen stelt dat zelfoverstijging lastig wordt voor een mens, als men niets groters buiten zichzelf ziet. Hij oppert een nieuwe identiteit voor Europa, waarin men trots is op alles dat bereikt is en zich ontdoet van de christelijke erfenis van zonde en schuld. Het belang hiervoor is niet alleen cultureel, maar ook geopolitiek: een wereld waarin China 90% van alle schaarse mineralen bezit en de BRICS-landen een eigen wereldbank oprichtten, is een wereld waar Europa een sterk, uniform blok moet vormen.
Al met al is dit een verfrissend, doch pessimistische visie op het Nederland en Europa van nu. Ik deel het kleine beetje optimisme van Lukkassen niet; ik zie niet zo snel een tegenkracht ontstaan die een levensvatbaar alternatief is voor de politiek correcte, postmoderne, cultuurmarxistische stroming. De alternatieven die er zijn, zijn terug naar religieus fundamentalisme (alt-right, islam) of naar zinloos populisme (PVV, Front National, etc.). Het enige lichtpuntje is dat een boek van Lukkassen überhaupt geschreven wordt, dit geeft aan dat er invloedrijke denkers zijn die wél durven spreken.
Het is trouwens opmerkelijk dat Lukkassen zelf niet komt met een voorstel voor deze nieuwe identiteit. Verder dan een vage schets van de methode (een netwerk bouwen van invloedrijke mensen die in contact staan met huidige machtshebbers én de lokale burger) komt hij niet. Dit is jammer, want gedurende zijn hele betoog lees ik,wanneer hij feitelijkheden behandeld, tussen de regels zijn eigen mening. Het lijkt alsof hij hunkert naar een verleden met het gezin als hoeksteen van de samenleving, maar ik zou als liberaal toch oppassen met dit soort religieus-conservatieve waarden. Het succes van een beschaving is niet af te meten aan de hoeveelheid families of de geboortecijfers; dit laatste zou Niger tot meest grandioze beschaving bombarderen. De grote intellectuelen die Lukkassen zo bewondert, waren vrijwel allemaal unieke persoonlijkheden die géén familiemannen waren (vrouwen mochten nauwelijks publiceren; iets waar Lukkassen ook snel aan voorbijgaat). Ook waren er veel mensen die überhaupt nooit tijd hadden om ongelukkig te zijn, want 24/7 bezig waren met overleven. Ik ben geen masochist en zal daarom altijd kiezen voor een maatschappij waarin mensen tijd hebben om zich ellendig te voelen dan een maatschappij waarin het beste wat men kan wensen is de volgende hongersnood, oorlog of epidemie overleven. Het ongeluk wat Lukkassen (terecht) constateert kan de prijs zijn die wij betalen voor onze persoonlijke vrijheid. En wellicht dat er na verloop van tijd nieuwe inzichten ontstaan ('68 is nog niet zo lang geleden).