Musea trekken meer bezoekers dan ooit. Maar waarom gaan we eigenlijk naar het museum? En wat beleven we als we daar zijn? Pauline Slot liet zich lokken door spectaculaire gebouwen, zag veel achterhoofden voor topschilderijen, drukte op educatieve knoppen en keurde museumwinkels en -restaurants. Het resultaat: een geestig en persoonlijk boek over ergernis en extase in kleine en grote musea, in eigen land en ver van huis. Een feest van herkenning voor museumbezoekers.
Ik had er veel van verwacht als fervent museumbezoeker. Het heeft me echter niet erg verrast. Het is vooral (af en toe pijnlijk) herkenbaar. Opsommingen van ervaringen met eigen meningen die soms iets te lang doorgingen. Ze maakten dat ik het boek af en toe weg legde om er een volgende dag weer in verder te gaan.
Het hoofdstuk over de dag in het Van Gogh museum sprong er voor mij uit. Observaties die beeldend beschreven zijn. Ik stond daar ook eventjes tussen de net iets hippere toeristen dan die in het Rijksmuseum.
Ook heb ik er een tip aan over gehouden. Als het even kan wil ik dit jaar Museum Belvédère bij Heerenveen bezoeken. Pauline Slot roemt de collectie, maar ook de ligging van het museumcafé. Ik ben benieuwd!
Een zeer herkenbaar en vermakelijk relaas over het museum als instituut, gebouw en hobby.
Hoewel het boek, zeker in de eerste helft, het moet hebben van clichés en open deuren intrappen, maakt de prettige en losse schrijfstijl en de goede one-liners waar het boek vol mee staat dit ruimschoots goed.
Bovendien refereert Slot aan een hoop kunsthistorici, kunstenaars en cultuurwetenschappers en hun werk(en). Het enige wat mist in deze publicatie is een beknopte bibliografie of lijst met aanvullende titels voor wie geprikkeld is om door te lezen.
Kortom, een leuk en herkenbaar boek voor iedereen die weleens in het museum komt.