In Tanana neemt Matthias Declercq de lezer mee naar een plek die mijlenver verwijderd lijkt van onze dagelijkse wereld. Vanuit zijn fascinatie voor een leven ver weg van de bewoonde wereld reist hij naar Tanana, een klein en afgelegen dorp in Alaska. Daar gaat hij op zoek naar een Vlaamse dorpsgenote die er al sinds de jaren zestig woont, maar gaandeweg wordt vooral het dorp zelf zijn belangrijkste ontdekking.
Tanana ligt midden in de uitgestrekte wildernis, aan de machtige Yukonrivier. De natuur bepaalt er het ritme van het leven. De zomers zijn kort, de winters lang en meedogenloos. Maar het zijn vooral de mensen die Declercq ontmoet die het verhaal bijzonder maken. Hij ontmoet er onder anderen Athabaskaanse inwoners, oorlogsveteranen, hippies, kluizenaars en mensen die aan de rand van de samenleving leven. Elk van hen heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen manier om met de harde omstandigheden om te gaan.
Hoe langer Declercq in Tanana verblijft, hoe meer hij beseft dat het boek niet alleen over Alaska of de wildernis gaat. Het gaat ook over mensen: over hun behoefte aan vrijheid, hun drang om te overleven, maar ook over eenzaamheid, zelfdestructie en veerkracht.
Wat mij vooral aanspreekt aan Tanana, is dat Declercq niet alleen de schoonheid van de natuur beschrijft. Hij laat ook de rauwe en soms donkere kanten van het leven in zo'n afgelegen gemeenschap zien. Daardoor krijgt het verhaal iets eerlijks en soms confronterends. Je gaat je als lezer vanzelf afvragen of zo'n leven in volledige vrijheid werkelijk zo aantrekkelijk is als het vanop afstand lijkt.
Tanana is daarmee meer dan een reisverhaal over een bijzondere plek. Het is een zoektocht naar wat mensen drijft wanneer bijna alle zekerheden van de moderne wereld wegvallen. Declercq weet de lezer mee te nemen naar een wereld die tegelijk fascinerend, hard en kwetsbaar is.