‘‘Ik voelde me inenen nog al vredig, maar dat kwam misschien door het strijklicht, dat is het mooiste licht dat er is en ik stelde me ineens de hele wereld voor als een veld zonnebloemen. Dunne, stekelige slungels die constant het licht zoeken en ik zie nu pas dat we natuurlijk zonnebloemen nodig hebben om iets van onszelf te begrijpen. Dat je groeit naar waar je het meeste licht opvangt, en dat je op die manier uit elkaar kunt groeien. Het licht is groter dan wij. Het ligt dus niet aan ons dat wij niet samen zijn, dat wij geen vereniging zijn, tenminste niet altijd, dat de hele wereld niet verenigd is in één grote estafette, dat ligt niet aan ons, maar aan de lichtinval.’’