Johanna van Ammers-Küller (Noordeloos, 13 augustus 1884 - Bakel, 23 januari 1966) was een Nederlands schrijfster. Zij huwde in 1906 met Rudolf van Ammers; zij kregen twee zonen.
Jo van Ammers-Küller schreef een groot aantal populaire romans en toneelstukken. Veel van haar romans spelen in welvarende burgerkringen waarin ook de problematiek van de vrouwenemancipatie een rol heeft. Veel van haar werk werd vertaald, vooral in het Duits, maar ook in het Engels, het Tsjechisch en het Pools.
Wegens haar Duitsgezinde houding tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg zij na de bevrijding een publicatieverbod opgelegd. Zij trachtte dit te omzeilen door het pseudoniem Adriaan Hulshoff te gebruiken. Toen dit werd ontdekt werd zij vervolgd, maar ze werd vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Haar vooroorlogse populariteit als schrijfster wist zij niet te herwinnen.
Deze triologie beschrijft in Roman vorm, de ontwikkeling van de vrouwen emancipatie in de eerste golf. Beginnend bij vrouwen thuis - wachtend op het juiste aanzoek dat door vader en broers goedgekeurd moet worden. Via de eerste werkende burgervrouwen tot de vraag 'zijn we nu gelukkiger?'
Dit boek heeft als kind bij ons in de kast gestaan, vaak gelezen en herlezen als tiener/student om er nu achter te komen dat dit een van de twee eerste feministische romans van Nederlandse bodem is...