Een boekje uit de ‘Elementaire deeltjes’ reeks, geschreven door specialisten, altijd met een duidelijk ‘uitleggend’ karakter, heel compact en zeer verhelderend ‘zonder dat het infantiel wordt’.
De EU (3e economie van de wereld) is begonnen als een ‘nooit meer oorlog’ initiatief na WO II. Dat initiatief is, voor Europa, al tachtig jaar een succes. De Europeanen hebben elkaar afgeleerd om geweld te gebruiken bij politieke onenigheid. Zij lossen hun geschillen op met maatregelen die gestoeld zijn op humane ‘universele’ waarden. Die zijn inmiddels zo diepgeworteld dat het leidt tot onbegrip en mispercepties ten aanzien van landen met een andere visie en andere waarden.
En zulke landen zijn er: de Verenigde Staten, Rusland en China, om het te beperken tot de drie grootmachten. Hun denken en handelen is in lijn met de beginselen van de machtspolitiek en de theorieën van de ‘Realistische denkschool’. Die stelt dat staten zich uiteindelijk niet laten leiden door een hogere autoriteit als dat ze niet uitkomt. Alleen als er een gezamenlijke uitdaging is willen ze samenwerken.
Zelfbeeld speelt daarbij een belangrijke rol. Verweven met een toenemend nationalisme geeft dat dynamiek aan een samenleving, zodat het gevoel ontstaat dat de eigen cultuur die van anderen overtreft.
De Verenigde Staten (1e economie v.d. wereld) kennen in dit verband het ‘exceptionalisme’: de VS zijn uitverkoren, een supermacht met een door God gegeven opdracht.
In Rusland (12e economie) heerst het ‘idee van grootheid’. Dat land stelt zich op als internationale supermacht, ondanks dat het aan economische en militaire draagkracht ontbreekt. (Want Russische successen zijn vooral het resultaat van zwakte van de tegenstander en westerse terughoudendheid.)
In China (2e economie) is de drijfveer ‘vernedering’, vooral door het westen (‘Eeuw van vernedering’, 1839 - 1e Opiumoorlog - 1949 – Uitroepen v.d. Volksrepubliek China). Er heerst aversie tegen alles wat op buitenlandse beïnvloeding lijkt, terwijl on-opzichtige geleidelijke beïnvloeding van het buitenland dóór China nu haar missie vormt.
Na de ‘Europese Revolutie’ (einde Koude Oorlog & uiteenvallen van de Sovjet-Unie), komt ‘het westen’ als ‘overwinnaar’ uit de bus (waarbij het westen feitelijk de Verenigde Staten is). Er ontstaat de historisch unieke situatie (het unipolaire moment) dat één land een onaantastbare machtspositie heeft: de VS.
Maar de historisch gegroeide superioriteit van het westen krijgt concurrentie. Landen die niet mogen of kunnen aansluiten bij de westerse instituties creëren hun eigen organisaties: BRIC (naast OESO), New Devolopment Bank (naast IMF), Sovereign Wealth Funds (naast bestaande internationale financiële beurzen), etc. De niet westerse landen worden assertiever, nemen protectionistische maatregelen, gaan over tot grondstoffennationalisme.
Er ontstaat een multipolaire wereld met, naast de VS, het opkomende China, het aan grootheidswaanzin lijdende Rusland en de zieltogende EU.
Internationale betrekkingen zijn en worden steeds minder ‘Westers’ en complexer. EU-politici zijn het bedrijven van machtspolitiek verleerd. De geopolitieke werkelijkheid vereist een mentale aanpassing: erkennen dat machtspolitiek belangrijker wordt en (moeilijker) dat ethische overwegingen minder belangrijk worden. Als de toegang tot grondstoffen en de vrije handel in het geding zijn, is actie vereist. Zo nodig met militaire middelen.
Ontwikkelingen van de internationale betrekkingen zijn op hoofdlijnen redelijk voorspelbaar, stelt auteur Rob de Wijk. Dit boekje bewijst zijn gelijk. Het behandelt de huidige geopolitieke problematiek met een verbluffend frisse en actuele kijk terwijl het toch al in 2014 verschenen is.