What do you think?
Rate this book


Tiuri returns in The Secrets of the Wild Wood, the thrilling and long-awaited sequel to The Letter for the King!
'There's no place you can lose your way as quickly as in the Wild Wood...'
One of the King's knights has gone missing. Sent to explore the mysterious Wild Wood, which no-one dares visit and some say are enchanted, he has vanished in the snow. Tiuri - now Sir Tiuri after carrying out his last perilous mission - has to find him.
With his best friend and squire, Piak, he must journey into the heart of a terrifying, secret forest realm, where danger is all around and every path leads you astray. It is a place of lost, overgrown cities and ancient curses; of robbers, princesses and strange Men in Green; of old friends and treacherous new enemies - and a secret plot that threatens to bring down the entire kingdom.
This gripping, spellbinding sequel to The Letter for the King sees a hero facing his greatest test, surrounded by darkness in a world where good and evil wear the same face, and the wrong move could cost his life - but where help comes from the unlikeliest of places.
Tonke Dragt was born in 1930 in Indonesia. When she was twelve, she was imprisoned in a Japanese camp during the war, where she wrote her very first book using begged and borrowed paper. After the war, she and her family moved to the Netherlands, where she became an art teacher. In 1962 she published her most famous story, The Letter for the King, which won the Children's Book of the Year Award and has been translated into sixteen languages. Its sequel, The Secrets of the Wild Wood, followed in 1965. Dragt was awarded the State Prize for Youth Literature in 1976 and was knighted in 2001.
481 pages, Kindle Edition
First published January 1, 1965
Tonke Dragt werd in 1930 geboren in Nederlands-Indië, en heeft daar het grootste deel van haar jeugd doorgebracht. In 1942 kwam ze met haar moeder en twee zusjes terecht in een Jappenkamp, en daar heeft ze ontdekt dat ze ze kon ‘ontsnappen’ door verhalen te verzinnen. Ze schreef en tekende in eerder gebruikte uitgegumde schriftjes en zelfs op wc-papier, want er was bijna niets. Samen met een vriendinnetje maakte ze het ‘boek’ De jacht op de Touwkleurige.
Na de oorlog kwam het gezin naar Nederland. Tonke deed hier haar eindexamen van de middelbare school en ging naar de academie voor beeldende kunsten. Ze werd tekenlerares. Als de orde in haar klas verstoord dreigde te raken, begon ze altijd een verhaal te vertellen. En dan werd het muisstil. Ze organiseerde op school ook een spookverhalenschrijversclub, waar de meest griezelige dingen gebeurden!
In 1956 werd voor het eerst een verhaal van Tonke gepubliceerd, en daarna werden er steeds meer gevraagd. Ze kreeg het druk: overdag lesgeven en ’s avonds en vooral ’s nachts schrijven. In 1961 verscheen haar eerste boek: Verhalen van de tweelingbroers.
Een jaar later kwam De brief voor de koning, dat werd bekroond met de prijs voor het beste kinderboek van het jaar, een voorloper van de Gouden Griffel. Het kreeg ook een vervolg: Geheimen van het Wilde Woud.
De meeste kinderboekenschrijvers schreven in die tijd realistische verhalen, maar Tonke creëerde haar eigen werelden, zoals de Rijken van Dagonaut en Unauwen.
Het thema ‘tijd’ speelt vaak een rol in haar boeken. De hoofdpersoon van De torens van februari kan eens in de vier jaar, op schrikkeldag, naar een andere wereld reizen, en Torenhoog en mijlen breed speelt zich af in de toekomst. Het geheim van de klokkenmaker gaat over een tijdmachine – en vooral over de vraag wat er gebeurt als je daar niet heel voorzichtig mee omgaat…
Tonke houdt van poezen. Die geven haar de mogelijkheid een tijger te aaien. En tijgers intrigeren haar: Ogen van tijgers is niet voor niets geschreven!
Al haar poezen (en ze heeft er vele gehad) zijn op een bijzondere manier bij haar gekomen: aanloopkatten, eenzame katten als het baasje was overleden… Ze krijgen allemaal een naam die met een W begint. Wapperstaart, Woesti en Wicci de Winterpoes zijn de meest recente.