Dubbelgangers begint als een "gewoon" jeugdboek, maar voordat je het weet ontwikkelt het verhaal zich tot heel iets anders en zal het een ouder publiek aanspreken. Tijdens het lezen ontstaat er bevreemding en heb je als lezer allerlei vragen. De hoofdpersoon Jonas blijkt geen echt mens te zijn, maar een kopie. Daar begint de bevreemding al mee, want wat is een kopie? Dingen die opgebouwd zijn uit organisch materiaal? He? Wat? Dat dus. En je gelooft het eerst niet, je denkt dat er sprake is van een misverstand. Dat de jongen die opeens op de bank zit bij de ouders van Jonas een kopie moet zijn, want Jonas is een leuke jongen, hij doet en zegt allerlei dingen die jongens nu eenmaal doen en zeggen. Je hebt meteen sympathie voor hem. En toch wordt hij niet binnengelaten, sterker nog vanaf dat moment wordt er jacht op hem gemaakt. Hij kan niet anders dan vluchten. Wanneer hij twee anderen kopieën ontmoet, ontstaat een hechte vriendschap. Met z'n drietjes hopen ze het schip te bereiken dat ergens aan zee ligt en waarop kopieën worden beschermd. Maar dan moeten ze wel opschieten, want kopieën hebben niet het eeuwige leven.
De schrijver laat door middel van zijn taalgebruik de lezer ontdekken hoe de drie jongens hun krachten verliezen. En dat is echt knap gedaan. Sowieso is de opbouw van het verhaal prachtig, door die opbouw blijf je heel dicht bij Jonas en sluit je hem in je hart.
Wat jammer is, is dat het verhaal zo kort is en dat je als lezer met nog heel wat vragen achterblijft. Waar je eveneens mee achterblijft zijn overdenkingen over uitsluiting, vriendschap en in hoeverre wij zijn verwijderd van kunstmatig leven. Al met al maakt Dubbelgangers mij nieuwsgierig naar het andere boek van Jesper Wung-Sung, Uitbraak. Dat ga ik maar eens aanschaffen.