Agressief en zelfdestructief gedrag stelt menig ouder, leraar en hulpverlener voor een dilemma. Of het nu gaat om geweld, woede-uitbarstingen, liegen, stelen of om extreme angst, dwang, schoolverzuim of internetverslaving, met regelmaat wordt gepleit voor een ‘hardere’ aanpak, maar escalatie ligt op de loer. Een effectief alternatief is te vinden in de basisprincipes van ‘geweldloos verzet’ waarin vastberaden verzet (zonder dreigen en straffen) en positieve aanwezigheid (zonder toegeven) worden gecombineerd. Gesteund door hun netwerk leren gezagsdragers om zowel hun gezag als de relatie met het kind op een positieve manier te herstellen. Van (on)macht naar kracht! Dit boek opent met een bespreking van Gandhi’s methode van geweldloos verzet en de toepassing daarvan binnen de context van het gezin. Inzicht in escalatieprocessen tussen opvoeders en kinderen kan helpen bij het voorkomen daarvan. Het boek bevat een praktische handleiding met heldere en concrete instructies voor ouders. Daarmee kunnen zij de principes van geweldloos verzet direct in praktijk brengen. Verder wordt aandacht besteed aan specifieke thema’s als geweld tegen broers en zusjes, kinderen die het gezin ‘terroriseren’, het belang van samenwerking tussen ouders en leerkrachten en de toepassing van geweldloos verzet in de gemeenschap. Deze tweede druk bevat een geheel herziene handleiding met enkele nieuwe interventies. Nieuw is ook de bijlage met een aangepaste handleiding voor gezinnen met kinderen en/of opvoeders met een verstandelijke beperking. Het boek is geschreven voor therapeuten, hulpverleners en opvoeders die in werk of gezin geconfronteerd worden met gewelddadig en zelfdestructief gedrag van kinderen. Het biedt inzicht in processen die dit gedrag in stand houden en praktische handvatten voor het doorbreken hiervan. De auteur Haim Omer is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Tel Aviv, Israël. Eliane Wiebenga is klinisch psycholoogpsychotherapeut in het Lorentzhuis, centrum voor systeemtherapie, opleiding en consultatie te Haarlem.
Interessant boek. Zou iedereen die in de jeugdzorg werkt moeten lezen. En elke ouder ook. Wel jammer dat de tweede druk vol fouten zit. Echt minpunten voor degenen die zoveel over het hoofd hebben gezien.
* Houding: Ik ben hier, ik ben je ouder en ik blijf je ouder, ik geef niet toe, en ik geef je niet op (p. 5). * Middelen (p. 6 en later in boek)(zie ook hierna: interventies): * uit protest in kamer blijven zitten totdat kind met oplossing komt om geweld te stoppen * zaken aan kind onthouden die door dreigement worden opgeeist * publieke opinie van vrienden en familieleden mobiliseren tegen geweld dat kind gebruikt * uitgebreid steunend netwerk opzetten om het kind te zoeken * een sit-in houden op zijn kamer * Kiezen voor geweldloos verzet betekent handelen, waar woorden niet meer effectief zijn (p. 6). * Parlement van de geest: voldoende om te zorgen dat er meer stemmen voor het leven dan voor de dood zijn (p. 11). [Dat lijkt een minder grote opgave dan het leven onvoorwaardelijk laten omarmen idd, maar het is wel een grote opgave om te zorgen dat op ieder moment de stemmen voor in de meerderheid zijn.] * Respect en verzoeningsgebaren versterken positieve stemmen van de ander (p. 18). * Kind stort niet psychisch in door geweldloos verzet, en risico op suicidaliteit verkleint juist (p. 22 e.v.). Juist wel kamer van het kind opgaan. Verkleint gevoel van verwaarlozing. * Het gaat niet over wie is de baas, maar over niet meer bereid te zijn op deze manier door te gaan (p. 24-25). * Boodschap niet gericht op het kind (jij zult je gedag moeten veranderen), maar op jezelf (ik ben niet langer bereid om). * Nadruk ligt niet op het resultaat (jij zult je anders gedragen), maar op de actie zelf (het is mijn plicht om me te verzetten). * Niet het contact verbreken, maar juist contact blijven houden (p. 30). * Principes (p. 37): * duidelijke stellingname tegen risicovol of zelfdestructief gedrag * absoluut vermijden van fysieke of verbale agressie naar het kind, in welke vorm dan ook. * Hoe meer je je aanwezigheid op rustige en duidelijke manier voelbaar en zichtbaar maakt, hoe groter de kans dat kind destructieve patronen zal opgeven en dat er dialoog komt (p. 38). Kind zal merken dat aanwezigheid enerzijds acceptatie van hemzelf als persoon inhoudt en anderzijds begrenzing en verzet tegen specifiek gedrag. * Ouderlijk aanwezigheid door op positieve manier geïnteresseerd te zijn en betrokken: belangstelling voor hun activiteiten, iets samen doen (ik zie je graag). * Gericht toezicht houden, ook buitenshuis: weten waar je kind is, met wie hij omgaat en wat hij doet (vinger aan de pols). * Waakzame zorg (p. 38-39): * Oplettendheid (open dialoog): regelmatige, positieve en open communicatie. Weten waar ze zijn, wat ze doen en wat ze leuk vinden. * Aanwezigheid (gerichte vragen): bij opvallend gedrag, alertheid en aanwezigheid in het leven van het kind verhogen, zowel binnenshuis als buitenshuis. Zoek het kind op, gericht informeren naar activiteiten, adressen, telefoonnrs, etc. * Bescherming (eenzijdige interventies): bij grote ongerustheid of alarm actieve interventies om kind te begrenzen en te behoeden. * Smeed het ijzer als het koud is (p. 40). * Prioriteiten stellen (p. 41): aan max. 2-3 gedragingen weerstand bieden. Gebruik feitelijke, geen oordelende taal. * Techniek van de 3 manden (p. 41-42). * Formuleren van een aankondiging: aangeven dat bepaald gedrag niet meer wordt aanvaard (p. 42-43): * Duidelijk onderscheid persoon en gedrag * Begin met positieve opening met enkele oprecht gemeende kwaliteiten of complimenten * Duidelijke stellingname: situatie is ondraaglijk geworden. We kunnen en willen zo niet meer doorgaan. Alles doen wat in ons vermogen ligt om te veranderen, behalve jou aanvallen. Daarom volgende besloten: --- * Aankondiging van verandering houding/gedrag ouders: concreet benoemen van eigen gedrag dat je niet meer of juist wel zult doen. * Gevolgd door formulering van verzet: we zullen ons vastbesloten verzetten tegen de volgende gedragingen: --- * Positieve boodschap; het is niet onze bedoeling controle over je uit te oefenen. Geen dreigement. We moeten dit doen omdat het onze verantwoordelijkheid is als ouders en omdat we van je houden. We hebben er alle vertrouwen in dat we hier samen uitkomen. * Interventies (p. 44 e.v.)(kondig besluit rustig aan, dreig niet, vermijd geven uitvoerige toelichting, verdedig je niet, en laat je niet verleiden tot discussie: * Sit-in: bij gedrag uit rode mand. * Oplossingsverzoek (we zien dat je — bent, maar vinden het niet acceptabel dat je —, we verwachten van jou een oplossing om op een andere manier met dit soort situaties om te gaan). * Bevelen weigeren. * Weigeren diensten te verlenen. Waartoe voel je je gedwongen? (niet: als jij je zo blijft gedragen, doe ik dit niet meer, maar: ik heb gemerkt dat ik me er niet goed bij voel, en daarom heb ik besloten ermee te stoppen). * Doorbreken van taboes (incl. geen vragen mogen stellen over school of vrienden). * Relatiegebaren (onvoorwaardelijke uitingen van liefde en zorg, aangeboden op initiatief van de ouder, onafhankelijk van het gedrag van het kind, en zonder enige verwachting op tegenprestaties. * Uiting geven van respect en waardering * extraatjes, lievelingseten maken, symbolisch cadeau geven * gezamenlijke activiteit voorstellen (wees niet teleurgesteld bij weigeren; kind mag weigeren zonder dat hem dit kwalijk genomen wordt). * Geheim doorbreken * Logboek van problematisch gedrag bijhouden * Telefoonronde, incl. verzamelen van informatie * Volgen, ook buitenshuis * Herstelgebaar * Staking * Misverstanden (p. 64 e.v.): * Agressief gedrag is symptoom van dieperliggende psychologische oorzaak * Beste aanpak is individuele psychotherapie * Enige dat kind nodig heeft is acceptatie en warmte * Privacy is heilig * Als overreding niet lukt, moet je dwang gebruiken
This entire review has been hidden because of spoilers.
Dit boek was niet hetgene dat ik nodig had. Dit is al voor grote kinderen net serieuze problematieken. Ingewisseld voor een ander boek van dezelfde schrijver want in de methode van geweldloos verzet geloof ik wel.