Kunnen we zonder illusies leven? Niemand wil in een totale waanwereld leven, maar de waarheid kan ook kwetsen en verontrusten. Mag je haar niet af en toe wat geweld aandoen?
Maarten Boudry vraagt zich af of er nuttige illusies bestaan, uitgekiende en doordachte wanen, heilzaam voor lichaam en geest. Wat is er mis met een placebopil, als je er beter van wordt? Of met geloof in het hiernamaals, als dat je gelukkig maakt? Kan ook zelfoverschatting voordelig zijn? Presteer je beter als je gelooft dat je zult slagen, op je werk of op het speelveld?
Maarten Boudry vertelt in Illusies voor gevorderden op meeslepende wijze waarom illusies gevaarlijk zijn, van religieuze waanbeelden tot pseudowetenschap en financiële luchtbellen. De waarheid vindt in Maarten Boudry een vurig en eloquent pleitbezorger.
Maarten Boudry (1984) is schrijver, wetenschapsfilosoof en was van 2019 tot 2023 houder van de leerstoel Etienne Vermeersch aan de Universiteit Gent. Hij schreef onder meer de bestseller Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (2019), waarover Marcel Hulspas schreef: ‘Strijdlustig. 340 pagina’s lang belijdt Boudry zijn onverwoestbare geloof in de vooruitgang’ (de Volkskrant, ****). Andere boeken zijn Illusies voor gevorderden (2015) en Waarom ons klimaat niet naar de knoppen gaat (als we het hoofd koel houden) (2021).
In dit boek focust de Gentse filosoof Maarten Boudry (° 1984) op illusies, denkbeelden en overtuigingen waar we ons aan vastklampen, die ons kijken naar de wereld én ons handelen bewust en onbewust beïnvloeden, maar “die niet stroken met de werkelijkheid”. Dat laatste is de definitie waar Boudry van vertrekt. Meteen is duidelijk dat de waarheidsvraag bij hem centraal staat, en dat blijkt ook uit de ondertitel: “of waarom waarheid altijd beter is”.
Tot zo ver niks aan de hand denk je. Wie kan er nu tegen waarheid zijn? Het is zoals wereldvrede, daar ben je toch ook niet tegen. Boudry is uiteraard niet de eerste de beste, en wil – bij wijze van te toetsen hypothese – wel aannemen dat er misschien nuttige, positieve illusies bestaan. Vandaar dat dit boek maar liefst 300 bladzijden beslaat, want de auteur verkent systematisch onze denkbeelden en hun al of niet positief effect. Dat voert hem langs zeer diverse wegen, maar laat ons zeggen dat vooral religies het moeten ontgelden: zij doorstaan de waarheidstoets niet (al lijkt hij dat eerder aan te nemen dan te bewijzen) en bovenal, ze blijken bijzonder gevaarlijk te zijn, net als zo goed als alle andere illusies. In een epiloog stelt Boudry dat er alleen heil ligt in de wetenschap, “de sociale onderneming waarin breinen samenwerken om met vallen en opstaan tot de waarheid door te dringen”. Ik doe hier Boudry wat onrecht aan, ik weet het, want een boek van 300 bladzijden samenvatten in één paragraaf is niet eerlijk. Maar ik denk dat de teneur duidelijk is.
De lectuur van dit boek heeft me echter niet zoveel bijgebracht. Dat komt wellicht omdat ik eerder al Richard Dawkins en Daniel C. Dennett las, en die twee worden uitgebreid geciteerd en aangehaald bij Boudry. Zoals al uit het voorgaande duidelijk was, combineert Boudry de waarheidsobsessie van Dawkins met de utilititeitsvraag (cui bono?) van Dennett. Hij deelt ook vooral hun ongebreideld geloof in het darwinisme, en dat is zijn goed recht: de evolutietheorie is terecht één van de hoogtepunten van de westerse moderne wetenschap en de inzichten die hij bijbrengt zijn nog altijd niet uitgeput. En toch raakte dit boek en de vele stellingen die erin worden besproken mij hoegenaamd niet, integendeel.
Dat komt vooral door het reductionisme waarvan dit boek doordrongen is. Om te beginnen is er dat vertrekpunt: illusies zijn wat niet strookt met de werkelijkheid, en waarheid gaat boven alles; je merkt meteen dat Boudry daarmee de conceptuele categorieën ‘werkelijkheid’ en ‘waarheid’ toch wel heel absoluut invult; voor hem kan iets alleen maar waar of onwaar zijn, omdat de werkelijkheid blijkbaar heel eenduidig is. En daar zit hem de crux: uiteraard zijn werkelijkheid en waarheid net géén eenduidige begrippen, anders zou de mensheid allang de opperste staat van kennis en wijsheid bereikt hebben. En juist omdat die waarheid en werkelijkheid zo complex en grillig zijn, is er niet zomaar een scheidslijn te trekken tussen waar/onwaar/werkelijk/onwerkelijk, en is Boudry’s stelling dat illusies in elkaar stuiken bij het minste bewijs of aanwijzing van een onwaarheid, gewoon niet correct. Kijk gewoon om je heen, zo werkt het niet: mensen blijken massaal vast te blijven houden aan zogenaamde illusies, zelfs al zijn er problematische kanten aan. Het moet toch zijn dat er voor hen iets van waarde in schuilt; of zijn mensen gewoon dom?
Het probleem is dat de auteur een nogal beperkende kijk heeft op de fenomenen die hij onder de loep neemt: religies bijvoorbeeld worden, nogal in de lijn van Dawkins en Dennett, bijna helemaal beperkt tot ‘heilige teksten’ en die worden even letterlijk gelezen als de fundamentalisten. Daarmee wordt het veel bredere veld dat de meeste religies bestrijken (zoals zingeving, ritueel handelen, gemeenschapsvorming, ethische inspiratie…) nagenoeg helemaal genegeerd ten voordele van een eerder cerebrale benadering.
En dan is er dus nuttigheidsvraag waar Boudry zo sterk op focust. Uiteraard is die relevant en nuttig (haha), maar die vraag bestrijkt maar een beperkt aspect van de werkelijkheid van denkbeelden: vraag je eens af of de nuttigheidsvraag wel voldoende is om ons alles te leren over conceptuele categorieën als ‘liefde’, ‘goedheid’, ‘zinvolheid’, enz.? Riskeren we daarmee niet waardevolle aspecten van die categorieën over het hoofd te zien?
Ik volg Boudry in zijn poging om belangrijke categorieën van ons menselijk bestaan kritisch te toetsen. Maar door dat op een heel reductionistische manier te doen, schiet hij zijn doel voorbij. Het is uiteraard niet allemaal onzin wat er in dit boek staat, integendeel, maar ik had er geen boodschap aan.
Laat ik het maar meteen bekennen: het hele boek lang heb ik me geërgerd. Niet omwille van de stellingen want daar was ik het vaak grotendeels mee eens. Maar omwille van het gemak waarmee stellingen werden naar voor gebracht zonder ernstige staving. Zoveel cherry picking en tunnelvisie heb ik zelden in een boek aangetroffen. Pro forma worden vaak anekdotes naar voor geschoven ter staving of om iets te ontkrachten. Anekdotes of godbetert citaten van een of andere beroemdheid. Maar vooral heb ik me gestoord aan de simplistische inzichten in de evolutietheorie die uit dit boek blijken en dat is een kwaal die je steeds vaker aantreft in werken van filosofen en psychologen. Na het lezen van enkele populair wetenschappelijke boeken rond evolutie gaat men zich een autoriteit wanen, kiest men vlot stelling tussen verschillende biologische inzichten en gaat men eigen analyses maken en evolutionaire voordelen en adaptaties verzinnen. Het hanteren van in wezen zinledige begrippen als bv 'meme' lijkt de schrijver ervan te ontslaan om duidelijkheid te scheppen. Waar de menswetenschappen een eeuw lang gevat zaten in de zinledige begrippen van de psychoanalyse lijken ze die vaak te hebben ingeruild voor passe-partout leenwoorden uit de biologie. Het is natuurlijk waar dat de sleutel van veel inzichten ligt in het evolutiepad dat ons gemaakt en gevormd heeft maar het is aan de wetenschap om dit te ontrafelen volgens een strenge wetenschappelijke methodiek en niet aan verhalenvertellers.
Echt de moeite. Maarten Boudry slaagt er weer in om op een heldere en duidelijke manier een redenering op te bouwen die voor iedereen begrijpbaar is. Zijn illusies nuttig? Als je denkt van wel, als je denkt dat mensen religie nodig hebben, dan moet je dringend dit boek lezen! 300 bladzijden die zeer vlot lezen. Je wil blijven voortlezen. Een aanrader.
omdat ik geen filosoof ben, zal ik hier zijn betoog niet beamen of ontkrachten met een filosofisch betoog. Ik stelde mij de vraag: wat heeft dit boek mij gebracht? Vooreerst enige duidelijkheid over het Christendom en de Islam. De auteur beperkt zich tot de geschriften en bespreekt niet de beleving van iemand die deze godsdiensten aanhangt. En die geschriften, tja die zijn duizenden jaren oud. Intussen weten we wel beter. Na het lezen van dit boek, ben ik vooral blij dat ik nog illusies heb. Het leven is zoveel leuker mét illusies: als ik in het bos wandel, kan ik de illusie hebben dat ik de energie voel, het leven in de bomen, misschien zie ik zelfs elfjes...Toch veel boeiender dan gewoon wandelen en zien welke bomen en kruiden er groeien? Illusies zijn als het zout der aarde, het kan pas gevaarlijk worden als je op kritische momenten, de rationaliteit laat varen. Homeopathie, al dan niet placebo, is voor mij veel beter dan medicijnen nemen. Maar bij een levensbedreigende ziekte, zou ik toch ook weten wat kiezen. Kortom, het boek ik vlot geschreven, goed voor leken, en ik ben zelf geïnspireerd geweest om na te denken over de illusies in mijn leven.
reads smoothly. gives the reader insight in the (dis)use of illusions and at the end of the book the principles are applied to religion, showing that a lot of religious acts are per definition irrational and could have very negative consequences. It makes a case for science and atheism and the idea that true knowledge can be hard, but in the long run is inevitable and better than illusions.
Nooit gedacht dat een boek over Illusies en de gevaren van illusies nog vlotter kan lezen dan een Scandinavische thriller! Maarten Boudry, jonge wetenschapsfilosoof, lid van SKEPP en postdoctoraal onderzoeker aan U.Gent slaagt er in om eindelijk een vlot leesbaar filosofisch boek te schrijven met scherpe pen én zelfs met de nodige humor. Boudry is een rasechte darwinist, scepticus en bovenal wetenschapper. Hij vertrekt vanuit de bevinding dat illusies schijn-werkelijkheden zijn. We gaan er van uit de we niet zonder illusies kunnen leven, dat illusies heilzaam en ongevaarlijk zijn. Boudry bouwt zijn boek systematisch op. Hij toont aan waarom "waarheid" gelijkt loopt met evolutie door natuurlijke selectie. Sommige illusies zijn misschien ongevaarlijk en heilzaam (de sprinter moet overtuigd zijn dat hij sterker is dan de anderen) maar andere zijn levensgevaarlijke overtuigingen (de homeopaat die denkt kanker te genezen, bewuste onwetendheid over klimaatopwarming, noodzakelijke bloedtransfusies weigeren op religieuze grond, etc). Hij illustreert waartoe pseudowetenschap kan lijden (bv het tragische verhaal van de rus Lysenko die onder Stalin op basis van de illusie dat men verworven eigenschappen genetisch kan doorgeven (lamarckisme) hongersnood veroorzaakt en ware wetenschappers de dood injaagt. Boudry toont aan waartoe ook seculiere utopieën kunnen leiden (marxisme, fascisme) evenals de gevaren van religies doorheen de geschiedenis. Zowel in het verleden als in het heden, is het duidelijk tot wat letterlijke interpretaties van "heilige schriften" resulteert. "Illusies voor gevorderden" is een aanrader voor elke nuchtere ziel die zich toch eens het hoofd breekt over de gevolgen van illusies. Voor de liefde, de schoonheid en een goed glas wijn moet je zelf voor zorgen.
Ik hoop dat de man zijn wetenschappelijk werk beter is. Dit boek hangt aan elkaar met haken en ogen, en zijn centrale stelling ("waarheid is altijd beter dan leugen/illusie") wordt 'bewezen' aan de hand van erg selectieve voorbeelden waarbij telkens de voordelen weggeschreven worden als 'niet universeel', terwijl de mogelijke nadelen als een vaststaand feit genomen worden. En dan moest het stuk over godsdienst nog komen: tenenkrullend hoe de auteur hier vanuit zijn atheistische standpunt uitlegt hoe je godsdienst moet interpreteren en waarom andere (meer gematigde) interpretaties (nochtans aangehangen door de meerderheid van de gelovigen, als je't mij vraagt) 'fout' zijn, om dan vervolgens aan te tonen dat zijn interpretatie leidt tot grote problemen...
Maarten Boudry is stilaan onmisbaar geworden voor vrijzinnig Vlaanderen. Hij fileert zijn onderwerpen messcherp. Hij geeft in duidelijke bewoordingen aan waarom het (bijna) altijd beter is om te zoeken naar de waarheid en niet te vervallen in een oneigenlijke staat van intellectuele luiheid, want dat kan desastreuze consequenties hebben voor het individu en de gemeenschap.
Zowel een vlot leesbare handleiding als een overtuigende opinie over het fenomeen illusies, dat deels voortbouwt op het eveneens sterke "De ongelovige Thomas heeft een punt". Boudry schrijft tegelijk met sérieux, humor en panache. Op dit tempo wordt de man gauw even relevant als zijn spirituele voorgangers Johan Braeckman en Etienne Vermeersch. Dat er nog veel zulke titels mogen volgen.
Een zoektocht naar het nut van illusies. Hebben illusies een evolutionair nut? Nauwelijks dus. Ook boeiende delen over de islam, isis en godsdienst in het algemeen. Boudry heeft een meeslepende stijl. Uitgebreide literatuurlijst.
Het grootste bezwaar tegen 'vijf sterren': de vele overlappingen, herhalingen met andere boeken die ik reeds las (Paul Cliteur, EV, De ongelovige Thomas heeft een punt,...).
Eindelijk aan het lezen geraakt - het lag al bijna een jaar op mij te wachten. In één ruk uitgelezen. Nu heb ik goede argumenten voor mijn overtuiging dat de waarheid altijd beter is. Goed ook als voorbereiding voor Etienne Vermeersch' "Over God".