Hector, een jonge kantoorbediende, brengt een verlengd weekend wij zijn ouders in een Vlaams provinciestadje door. Tijdens de lang verwachte vrije dagen beleeft de held allerlei avonturen zoals hij ze zou willen beleven: hij ontmoet in een literaire kroeg de beroemde Vlaamse schrijver Walter van den Broeck, een vrouw van een Vlaams senator bezwijkt voor zijn onweerstaanbare charmes, hij is de onbetwistbare winnaar tijdens de discussies met de pedante verloofde van zijn zus en de spil van betogingen en een enorme happening. De fantasie is voor Hector inderdaad de enige mogelijkheid om te ontsnappen uit de dagelijkse banaliteit. Tot deze banaliteit draagt in hoge mate de door Walter van den Broeck scherp gehekelde engheid van het Vlaamse cultuur- en verenigingsleven mee. Compositorisch is deze roman gemonteerd als een ouderwetse Laurel- en Hardyfilm. Dolle en groteske scènes volgen elkaar op en scheppen niet zelden een surrealistisch klimaat. Modern is dit boek in deze zin, dat het tot zijn kern herleid op een volstrekt originiele wijze het probleem behandelt van 'het schrijven van een boek' en het probleem van de auteur die zich over zijn handeling, nl. het schrijven, bezint. Maar tegelijkertijd bevat het kritiek op auteurs die zich in de problematische ik-roman te veel au serieux nemen. Dit boek is één van de zeldame wérkelijk komische boeken in ons taalgebied, zonder dat de komische inslag het literaire gehalte ervan schaadt.
Hilarische roman over een kantoorbediende in een Vlaamse provinciestad in de jaren 60 van de vorige eeuw. Hij heeft 3 dagen vrij en probeert daarvan te genieten, hetgeen niet echt lukt. Ruim 300 pagina’s met humoristische observaties van bijzondere mensen en situaties.
In 1969 studeerde ik aan het Sint-Lucasinstituut in Brussel. Het leerplan Nederlands voorzag toen schrijvers als Hubert Lampo, Jos Vandeloo, Johan Daisne en zo. Maar wij hadden geluk. Onze leraar Nederlands was ene Herman de Coninck, die ons dit boek van Walter van den Broeck liet lezen, en ongeveer alles van Louis-Paul Boon, Remco Campert en Willem Elsschot. Ik heb het sedertdien niet meer herlezen, het zou dus wat kunnen gedateerd zijn, maar toen pakte het mij wel omdat het zeer goed de tijdgeest van toen en de leefwereld van de jonge adolescenten weergaf. Enfin, voor mijn klasgenoten en mijzelf was “Lang weekend” een verfrissende douche. Het jaar nadien kregen we plots een nieuwe leraar Nederlands.