Lucy staart voor zich uit achter haar toonbank aan de ijsbaan, wezenloos, alsof de schaatsen die ze er verhuurt dagen zijn. Yves staat in voor het onderhoud van de piste en probeert intussen te studeren, waarbij hij tot Lucy’s ergernis om de haverklap over zijn adamsappel strijkt. Rust vindt hij in ruimtes waar mensen massaal zwijgen. Bij voorkeur in de aula van Anka, die kunst voor dummies doceert aan doven. Door een schilderij waar ze te lang bij stilstaan, verdwijnt ook die rust. Yves belandt in een spiraal van ondermijnende twijfelzucht. Alles verdwijnt, alles verandert, alles komt terug, alles komt goed. Maar beter wordt het zelden. Er zijn mensen die talent hebben voor het ogenblik. Ze lijken het overal als een witte rat op hun schouder met zich mee te dragen. Anderen zijn er beroerd in, zijn zo versuft dat hun zelfbewustzijn slechts schijn is. Poolijs is het subtiel geschreven debuut van een groot talent, over vervreemding en leegheid in het alledaagse bestaan.
Uitgelezen: 'Poolijs' van Ruth Lasters. Ofwel: ijsbanen en literatuur, het blijft een moeilijke combinatie.
Als zelfs de grote Roberto Bolaño moeite had om me helemaal te overtuigen in 'De ijsbaan', dan weet u dat Ruth Lasters een moeilijke taak wachtte. In het begin slaagde ze er dan ook niet in om mijn aandacht vast te houden en iets voor halverwege wou ik zelfs helemaal door het ijs te zakken dankzij dit fragment: 'Gemis is iets raars. Als goedkope blondeercrème is het, die abnormaal lang moet inwerken voor je er wat van merkt.'
Maar, eeuwige doorzetter zijnde :), heb ik toch doorgelezen want 'Alles verandert, alles verdwijnt, alles komt terug, komt goed. Maar beter wordt het zelden, zei jij.'
Uiteindelijk krijgt ze toch het voordeel van de twijfel en drie sterren van mij.
En nu op zoek naar mijn volgende Australische auteur die over vissen schrijft. Want dat is pas de winnende combinatie van de literatuur.
Citaat : Het ogenblik, ik ben er beroerd in. Er zijn mensen die er talent voor hebben, het overal als een witte rat op hun schouder met zich meedragen. Review : Ruth Lasters kreeg de debuutprijs 2007 voor haar roman Poolijs. Het hoofdpersonage Yves in deze originele roman heeft een vreemde dwangstoornis. De stemmen van mensen rond hem heen slaat hij op in zijn stembanden. De intellectuele Yves beleeft weinig van de wereld om zich heen. Hij kiest elk academiejaar voor een andere studierichting, het enige wat dat echter op-levert is een grote berg handboeken, syllabussen en studiepasjes. Yves leeft samen met zijn vriendin Lucy, een relatie die weinig gelukkig is. Lucy zoekt haar heil bij haar ex-vriend Patrick elke dinsdag op een rode deken achter een machine, en Yves zoekt steun bij Anka, die kunstgeschie-denis doceert aan doven, een oase van stilte waar hij geen stemmen hoeft op te slaan.
Beide hoofdpersonages werken bij een ijsbaan waar hun verkilde geesten absoluut geen warmte vinden bij mekaar. Net zoals de schaatsers naast mekaar heen schaatsen, leven zij ook naast me-kaar, krassen nalatend op het poolijs van de ziel.
Ruth Lasters laat haar protagonisten hun verhaal beurtelings in monoloog vertellen, want tot dia-loog komen ze toch niet. Het zijn pijnlijke reflecties over verlangen, eenzaamheid en onvermogen. Mooi zijn de passages waarin Yves met Anka over kleuren praat terwijl er een een erotische sfeer rond hen heen waart. Hun gesprekken gaan ook soms over Mondriaan en zij kijken graag samen naar zijn schilderijen. Lucy vervloekt het intellect van Anka en wil dan ook geen letter van deze haar academische schrijfsels lezen. Boosheid en frustaties en ook het verdriet om Yves nemen onwaarschijnlijke proporties aan. Poolijs aan de buiten kant, innerlijk een vulkaan, zo voert de au-teur haar personages op in een mist van eenzaamheid. Het poëtisch proza van Ruth Lasters is er dan ook de gedroomde achtergrond voor.
Dit werk kwam ongetwijfeld beter tot z'n recht als kortverhaal. De poetische taal kon me wel bekoren, maar anderzijds vond ik de plot te zwak om het geheel tot de laatste zin boeiend te houden. Ook de bespiegelingen zijn vaak een beetje gezocht. OK, zonder meer dus...