In zijn romandebuut De Sater (1993) speelde Claes met het genre van de antieke roman. Vele antieke schrijvers en vele verschillende stijlen komen aan bod, de toon van het epos wordt afgewisseld met die van een schelmenroman of een idyllisch liefdesverhaal.
Grillige verhaallijn, maar de zeer luchtige verteltrant maakt dat niet storend. In feite is het een schelmenroman, maar dan wel een die de Romeins-helleense wereld uit de eerste eeuw van onze jaarrekening blootlegt. Centraal staat de fortuin en zijn grilligheden: p 135 “de wispelturige Tyche, die naakt op één been, met een blinddoek voor de ogen, op een bol staat die naar alle windrichtingen kan wentelen”. Verdienstelijk.