Gustave Emile Cyril (Cyril) - Baron - Buysse was a Flemish naturalist writer. He received the Driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza in 1918. Rosalie Loveling en Virginie Loveling were his aunts.
Cyrillus Gustave Emile (Cyriel) - baron - Buysse was een Vlaams naturalistisch schrijver. Hij ontving de Driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza in 1918. Rosalie Loveling en Virginie Loveling waren zijn tantes.
Het langere, komische verhaal Lente is typisch Buysse: sfeervolle, beeldende beschrijvingen, messcherpe karaktertekeningen en veel aandacht voor de menselijke zwakheden die met humor bekeken worden. Vijf sterren. De kortere stukjes onder de verzamelnaam Obsessies zijn vooral herinneringen, aardig maar soms een beetje flauw. De sterkste zijn de twee kortere schetsen over de bezembinder en de jongeman in ‘Berouw’.
Tante Zeunia lag op sterven... Belzemien en Standje waren haar inderhaast nog eens gaan bezoeken en hadden haar zeer zwak gevonden. Zij had geen adem meer en haar benen waren dik gezwollen van het water. Alleen de geest bleef tamelijk helder. Tante maakte zich geen illusies meer over haar toestand. " 't Es uit mee mij", had ze zuchtend-hoofdschuddend gekreund. En nog eens had ze gevraagd naar Leontientje, klagend dat zij 't kind in zoveel jaren niet had gezien, vrezend dat ze sterven zou, zonder haar nog eens te zien. "Willen w'heur schrijven dat ze komt, Tante?" had Belzemien voorgesteld, steeds bezorgd, de stervenszieke, rijke erftante in haar grillen te voldoen. "Ha, ... Ge zoedt meschien keune proberen", had Tante gezucht. En Belzemien, en ook Standje, hadden beloofd dat zij nog diezelfde avond zouden schrijven (C. Buysse, 1907).
Lente is een parel van een novelle uit onze Vlaamse literatuur, over de onmogelijkheid van een plots opduikende verliefdheid, over drie broers-vrijgezellen die leren dat begeren vaak ontberen is. Lente is theater van het volk en voor het volk, door de nostalgie naar het verleden, door het opgeroepen milieu, door de types die erin worden getekend, en door de speciale toonaard: grappig vooral, maar ook wel een beetje ontroerend.
Leontientje, het Parijse nichtje van een Oost-Vlaamse boerenfamilie, komt logeren. Want tante Zeunia ligt op sterven, en heeft naar haar gevraagd. Haar bezoek ontwricht het leven op boerderij volledig.
De mannen vechten om haar aandacht, en het stadsmeisje staat in verrukking bij elk stukje natuur: 'Comme c'est beau!'. Haar Parijse maniertjes - 2 kussen voor iedereen - jagen de boerin de gordijnen in: 'Al dat getot!' Maar de jongste boer slaat aan het dromen...
Een juweeltje van een verhaal, met alle kenmerken van onze boerenfilm: geacteerd in die onbestemde mengeling van Oost- en West-Vlaamse klanken, met schitterende landschappen en veel bidden voor het eten. En met als moraal: 'Mannevolk, mannevolk, d’r es niets zuu unuzel as e mannemensj'.