Lydia Rood studeerde Spaanse taal en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar afstuderen werkte ze van 1985 tot en met 1991 als eindredacteur "Binnenland" bij de Volkskrant. Sedertdien geeft ze voorrang aan haar schrijverscarrière. Ze schrijft zowel voor kinderen en jongeren als voor volwassenen. Zijn schreef ook een aantal thrillers samen met haar broer Niels Rood.
"Dit is het verhaal van mijn vriendinnetje Soof, het verhaal over de griezelige spelletjes die ze verzon en ook het verhaal over hoe ik haar uiteindelijk kwijtraakte. Ik vertel het hier omdat ik nooit, nooit wil vergeten hoe Soof was. Soof met de lange blonde haren waar ze zelf zo’n hekel aan had, Soof van de vleermuizen, klim-Soof en schilder-Soof, Soof die ik misschien nooit meer zal zien. Ik moet haar bewaren. Want Soof was de beste vriendin die ik ooit heb gehad en ooit zal hebben. En dat we elkaar zijn kwijtgeraakt, was haar schuld niet."
Sophie en Marjan groeien samen op, in huizen die aan elkaar grenzen. Marjan is een beetje jaloers op Sophies warme gezin: met twee liefdevolle ouders en een zusje zodat ze altijd iemand had om mee te spelen (ook al was die zus dan een trut). Maar als ze vijftien zijn, verdwijnt Sophie – zonder Marjan, hoewel ze beloofd hadden dat ze sámen een wereldreis zouden gaan maken. Marjan begint in te zien dat niet alles rozengeur en maneschijn is bij de buren, en haalt herinneringen op aan haar kindertijd met Sophie, en hoe haar beste vriendin veranderde toen ze naar de middelbare school gingen, en hoe ze uiteindelijk helemaal uit elkaar gegroeid waren. Marjan gaat op zoek naar Sophie, maar vindt niet wat ze gehoopt had te zullen vinden.
Pas tegen het einde had ik door dat ik dit boek al eens eerder heb gelezen, maar het is zeker geen straf om dit boek nogmaals te lezen.
Net zoals Marjan langzamerhand doorkrijgt wat er allemaal is gebeurd tussen haar en haar beste vriendin Soof, wordt dit ook voor de lezer stukje bij beetje duidelijk. Dit komt omdat het verhaal verteld wordt door Marjan, op het moment dat al het gebeurde achter haar ligt. Dan kan ze pas goed terugkijken en proberen de dingen te accepteren.
Vriendschap kan vernietigend zijn Ik las Een mond vol dons van Lydia Rood opnieuw. De laatste keer is ruim 26 jaar geleden, toen ik 14 was. Ik snap waarom het toen zo’n indruk op me maakte, en ook nu heb ik het ademloos gelezen. Het is een tijdloos verhaal. Over vriendschap, over lastige ouders en je los van hen willen maken. Over stoer zijn, erbij willen horen en jezelf leren kennen.
De ouders van Soof houden haar krampachtig vast. Hoe harder ze aan haar trekken, hoe verder Soof van ze weg wil. De moeder van Marjan is losser, de vader van Marjan is al lange tijd bij hen weg en het is goed zo. Marjan en Soof zijn beste vriendinnen. Maar hun vriendschap is afwisselend innig en afstandelijk. Ze testen elkaar uit, stoten elkaar af en trekken elkaar aan. Dat vind ik zo herkenbaar: de ander nodig hebben om jezelf te leren kennen. Iets durven omdat je je wilt bewijzen bij de ander, een stapje verder gaan of juist de veiligheid kiezen.
Soof loopt weg van huis. Haar ouders en oudere zus zijn ontroostbaar. Het kan haar niks schelen. Na een halfjaar vindt Marjan haar vriendin in Amsterdam per toeval. Ze logeert bij de vader van Marjan, die ze ook ‘toevallig’ gevonden heeft. De vriendschap is voorbij. Het zal nooit meer zoals vroeger zijn.
In twee andere boeken die ik onlangs las en prachtig vond, herkende ik dit ook: Zwarte zwaan van Gideon Samson en Die zomer met Jente van Enne Koens. In beide boeken zit één vriendin die té ver gaat, de grenzen opzoekt. In alledrie de boeken is de verteller de vriendin die het minste durft, het ‘slachtoffer’ is. Ik vind het boeiend dat zit soort verhalen mij zo bevallen. Waarom is dat? Wat leert het mij? Vriendschappen zijn gekke dingen. Heel belangrijk voor je ontwikkeling, maar ook zo ingewikkeld. Je moet het samen doen, het is een spel: geven en nemen. Er voor elkaar elkaar zijn of de ander als een baksteen laten vallen.
Marjan snapt niet waarom haar beste vriendin/ buurmeisje Soof (Sophie) van huis is weggelopen. Zelf woont Marjan bij haar alleenstaande moeder die haar grotendeels vrijlaat maar Sophie woont met twee lieve ouders en een zus. Het gezin is echter braaf, de ouders zitten overal bovenop en er is geen plaats voor heftige emoties. Sophie zet zich af door steeds recalcitranter te worden en betrekt haar Marjan er ook bij. Uiteindelijk loopt ze weg en na een half jaar gaat Marjan haar zoeken maar ze vindt niet wat ze had verwacht. Een intens boek over vriendschap en familie.
***spoiler*** je komt er steeds meer achter dat Sophie haar familie als verstikkend ervaart en wat er tussen de vriendinnen zelf is gebeurd. Je ontdekt pas op het eind - als je tattoos van vleermuizen vergelijkt - dat Sophie wil leven en vindt dat haar oude vriendin slaapt.